Achtergestelde vorderingen (O&R)
Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/6.5.7.5:6.5.7.5 Uitholling
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/6.5.7.5
6.5.7.5 Uitholling
Documentgegevens:
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186913:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
374. Oneigenlijke achterstellingen dienen onder andere om uitholling van een eigenlijke achterstelling te voorkomen.1 Ze slagen daarin door enkele wijzen waarop de juniorvordering teniet kan gaan te dwarsbomen.2 Daardoor blijven doorgaans ook de oneigenlijke achterstellingen in stand.
Niet alle wijzen van uitholling kunnen worden voorkomen met een oneigenlijke achterstelling. Een oneigenlijke achterstelling verleent, net als een eigenlijke achterstelling, aan de senior geen goederenrechtelijk recht op de juniorvordering. De junior blijft dus bevoegd om te beschikken over de juniorvordering als zijn vermogensbestanddeel. Bovendien blijft de junior bevoegd om de juniorvordering als onderdeel van de juniorverbintenis samen met de schuldenaar vorm te geven. De junior kan dus afstand doen van de juniorvordering, bijvoorbeeld in het kader van schuldvernieuwing. Als die afstand de senior benadeelt kan die daartegen ageren op basis van algemene leerstukken zoals de actio Pauliana en de onrechtmatige daad.
Overigens wordt in sommige overeenkomsten van achterstelling wel een goederenrechtelijk recht op de juniorvordering gevestigd ten behoeve van de senior. De junior verpandt die vorderingen soms aan de senior tot zekerheid van de seniorvordering. Naar geldend recht verhindert dat pandrecht echter niet dat de junior afstand kan doen van de juniorvordering.3