Einde inhoudsopgave
Sturen met proceskosten (BPP nr. XII) 2011/6.5.3
6.5.3 De CPR 1998 en de Engelse kostenregels
mr. P. Sluijter, datum 31-10-2011
- Datum
31-10-2011
- Auteur
mr. P. Sluijter
- JCDI
JCDI:ADS600213:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie Woolf 1996, wiens voorstellen grotendeels werden overgenomen door het parlement in de Civil Procedure Act 1997. Dit leidde o.a. tot oprichting van een Rule Committee die procedurele regels mocht opstellen. Zie Ingman 2004, p. 27; zie over de hervormingen ook Verkijk 2010, p. 478 e.v.
Zie rules 1.2-1.4 CPR.
Welke kosten daaronder vallen, hangt wel af van de soort track waarin de procedure valt. De CPR kent in het kader van case management drie tracks. De small claims track geldt voor zaken met een kleine financiële waarde, de fast track voor niet te complexe zaken met een beperkte financiële waarde die waarschijnlijk binnen een dag kunnen worden afgehandeld en de multi-track voor de overige zaken. Zie voor de precieze allocatiecriteria Rule 26.6 CPR. Bij small claims vallen de advocatenkosten bijvoorbeeld niet onder de kostenveroordeling (Rule 27.14).
Rule 44.3 CPR.
Rule 44.3 (5)(a) CPR.
Zie voor talrijke voorbeelden Cook 2010, p. 125 e.v. Zie ook paragraaf 6.7, waarin de regels uit 44.3 (5)(a) zijn meegenomen in het overzicht van scherpe normen.
Jackson 2010, p. 28.
De Engelse kostenregels staan vooral in de Civil Procedure Rules 1998 (CPR), die zijn ingevoerd als onderdeel van de Woolf Reforms, naar aanleiding van de voorstellen die Lord Woolf deed om de klachten over de kosten, vertragingen en complexiteit van het oude systeem te verhelpen.1
Vernieuwend in de CPR was het overriding objective: ' to deal with cases justly'. Dat houdt volgens Rule 1.1. CPR niet alleen in dat de partijen eerlijk worden behandeld, maar ook dat de rechter steeds de efficiëntie, snelheid en proportionaliteit in het oog moet houden. Bij het uitvoeren en interpreteren van alle regels in de CPR moet de rechter deze leidende doelstelling nastreven, met behulp van actief case management. De procespartijen moeten daar de rechter bovendien in steunen.2
Wat betreft de kostenveroordeling is op grond van Rule 44.3 (2) het uitgangspunt dat de unsuccessful party de kosten moet vergoeden van de successful party.3De rechter heeft echter een discretionaire bevoegdheid met betrekking tot kosten, op grond waarvan hij mag afwijken van die hoofdregel. Daarbij heeft hij de vrijheid om te bepalen wie, hoeveel en wanneer moet betalen aandeander.4 Bij het uitoefenen van die bevoegdheid moet de rechter volgens Rule 44.3(4) rekening houden met het gedrag van partijen tijdens de procesvoering (conduct), de mate waarin de verliezende partij op sommige punten wel succesvol was en met eventuele redelijke schikkingsaanbiedingen. Het overriding objective speelt hierin dus duidelijk mee. Onder conduct valt het gedrag voor en tijdens de procedure, de redelijkheid van claims en verweren, de wijze van procederen en het overdrijven van claims.5 De rechter kan op grond daarvan dus een deel of zelfs alle kosten voor rekening van de winnaar laten of bepaalde kostenposten als onredelijk bestempelen.6
Bij de wat ernstigere vormen van verstorend gedrag kan de Engelse rechter ook grijpen naar een ander kosteninstrument: de indemnity basis. Deze stamt al van voor de invoering van de CPR in 1998, namelijk uit 1986,7 en dat is de prikkel die in deze paragraaf nadere aandacht krijgt.