Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/9.5.3.2:9.5.3.2 Harbour Sales (Windsor) Limited v. The Deputy Minister of National Revenue
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/9.5.3.2
9.5.3.2 Harbour Sales (Windsor) Limited v. The Deputy Minister of National Revenue
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258390:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Een parallel dient zich hierbij aan met het arrest Unifert Handels GmbH tegen Hauptzollamt Münster waarin het Hof van Justitie eveneens oordeelt dat de vestigingsplaats van de koper en verkoper niet relevant is voor het bepalen of een transactie kwalificeert als verkoop voor uitvoer, zie HvJ EEG 6 juni 1990, nr. C-11/89 (Unifert Handels GmbH tegen Hauptzollamt Münster), ECLI:EU:C:1990:237, r.o. 11.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het arrest Harbour Sales (Windsor) Limited v. The Deputy Minister of National Revenue lag een vraag voor over de interpretatie van artikel 48, lid 1, van de Canadese Customs Act, die destijds als volgt luidde:
“Subject to subsection (6), the value for duty of goods is the transaction value of the goods if the goods are sold for export to Canada and the price paid or payable for the goods can be determined.”
De zaak is schematisch weergegeven in figuur 9.9. In voornoemde zaak importeerde Harbour Sales (Windsor) Ltd. (‘Harbour Canada’) goederen voor de verkoop aan Canadese afnemers waaronder Burlington Importers and Distributors (‘Burlington’). Een verbonden entiteit, Harbour Sales Company (‘Harbour VS’) verrichtte uit kostenefficiency oogpunt ten aanzien van deze invoeren ondersteunde diensten, waaronder de facturering. In november 1990 verkreeg Harbour Canada verkooporders van Burlington. Op naam en voor rekening van Harbour Canada, verstuurde Harbour VS hierop verkooporders aan een Taiwanese fabrikant. De Taiwanese fabrikant stuurde daarop facturen aan Harbour Canada waaruit volgde dat het risico over de goederen overging op Harbour Canada en de goederen rechtstreeks vanuit Taiwan naar Canada zouden worden verscheept. Harbour VS stuurde tot slot een factuur aan Burlington. De eigendom over de goederen ging pas over op Burlington na invoer van de goederen in Canada. De douanewaarde werd door Harbour Canada bepaald op basis van de prijs die ten grondslag lag aan de verkoop tussen de Taiwanese fabrikant en Harbour Canada.
Figuur 9.9 – Feitencomplex van het Harbour Sales (Windsor) Limited v. The Deputy Minister of National Revenue.
De Canadese douaneautoriteiten stelden zich op het standpunt dat uit de Canadese Customs Act impliciet volgt dat de transactiewaarde van de ingevoerde goederen enkel kan worden bepaald op basis van een verkoop tussen een niet in Canada gevestigde verkoper en een in Canada gevestigde koper (‘purchaser in Canada’-vereiste). Vanuit deze visie stelden de Canadese douaneautoriteiten zich primair op het standpunt dat Harbour Canada geen actieve rol speelt in de verkooptransactie en dat de twee opeenvolgende verkopen plaatsvonden tussen de Taiwanese fabrikant aan Harbour VS enerzijds en tussen Harbour VS aan Burlington anderzijds. Gelet op de wijze waarop zij artikel 48, lid 1, van de Canadian Customs Act uitleggen, moet de transactiewaarde van de ingevoerde goederen op basis van de laatstgenoemde verkoop worden bepaald (lees: de veronderstelde verkoop tussen Harbour VS aan Burlington). Subsidiair, voor het geval Harbour Canada wel geacht wordt een actieve rol te spelen, stellen de Canadese douaneautoriteiten dat Harbour Canada een te marginale aanwezigheid heeft in Canada om als ‘purchaser in Canada’ te kwalificeren. Derhalve komt alleen de verkoop tussen Harbour Canada en Burlington in aanmerking om de transactiewaarde van de ingevoerde goederen te bepalen, omdat dat de eerste verkoop is waarbij de koper in Canada is gevestigd.
Het Canadian International Trade Tribunal wijst het primaire standpunt van de hand, omdat Harbour Canada wel degelijk een actieve rol speelt. Ten aanzien van het tweede standpunt gaat zij niet in op de vraag of Harbour Canada als ‘purchaser in Canada’ kwalificeert. Uit artikel 48, lid 1, Canadian Customs Act zou namelijk geen vestigingsvereiste volgen.1 Vervolgens gaat het Canadian International Trade Tribunal na of de transactie tussen de Taiwanese fabrikant en Harbour Canada kwalificeert als verkoop voor uitvoer. Uit de bewijsvoering, in het bijzonder de facturen en bill of lading, zou in voldoende mate volgen dat de goederen bestemd waren om rechtstreeks vanuit Taiwan naar Canada verscheept te worden. Het Canadian International Trade Tribunal weegt daarbij mee dat het eigenaarschap reeds in Taiwan op Harbour Canada is overgegaan, het eigenaarschap over de goederen ten tijde van de verscheping van de goederen naar Canada niet is overgegaan (op Burlington) en de goederen niet in de handel van een ander land zijn gebracht. Kortom, er is geen situatie of eigendomsoverdracht aan een persoon die de export van goederen van Taiwan naar Canada heeft onderbroken.
Met enige voorzichtigheid kan worden betoogd dat het Canadian International Trade Tribunal ruimte laat om de douanewaarde vast te stellen op basis van een eerdere of eerste verkoop.