Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht
Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/3.3.3.1:3.3.3.1 Minimumharmonisatie
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/3.3.3.1
3.3.3.1 Minimumharmonisatie
Documentgegevens:
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955456:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Evaluatie 2010, p. 5.
Kamerstukken II 2005/06, 30392, nr. 3 (MvT), p. 8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De bewoordingen van art. 2 lid 1 Handhavingsrichtlijn maken duidelijk dat de richtlijn een minimumharmonisatie tot stand brengt. Lidstaten kunnen naar eigen inzicht invulling geven aan de in de richtlijn opgelegde verplichtingen, op voorwaarde dat zij voldoen aan het door de richtlijn beoogde beschermingsniveau. Zij zijn bovendien vrij om te voorzien in sancties en rechtsmiddelen die gunstiger zijn voor rechthebbenden.1 Conform dit uitgangspunt staat overweging 13 lidstaten toe de werkingssfeer van de richtlijn voor interne doeleinden uit te breiden tot handelingen die oneerlijke concurrentie vormen. De Nederlandse wetgever heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.2