Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/2.5.2
2.5.2 Geschiedenis van de Europese subsidies in vogelvlucht
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS400758:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Verordening nr. 9/60 betreffende het Europees Sociaal Fonds, Pb 1960, L 56/1189.
Zie omtrent de geschiedenis van de Europese landbouwsubsidies Craig 2012, p. 81-81; Hofmann, Rowe & Trk 2011, p. 348 e.v.; Kapteyn, VerLoren van Themaat 2008, p. 1146 e.v.; McMahon 2007; Craig 2006, p. 62-68; Cardwell 2004; Kapteyn, VerLoren van Themaat 2003, p. 968 e.v.; Barents 1994.
Dit komt ook heden ten dage tot uitdrukking in de benaming Europees Landbouw Garantie Fonds.
Evans 1999, p. 117; Barents 1994, p. 173-185.
Verordening nr. 724/75 houdende de oprichting van een Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, Pb. 1975, L 73/1.
Marks 1992, p. 198 en Bollen, Hartwig & Nicolaides, 2000, p. 14
Comijs 1998, p. 20.
Craig 2012B, p. 92; Bollen, Hartwig & Nicolaides 2000, p. 16; Comijs 1998, p. 21.
Het Cohesiefonds is bedoeld voor de allerarmste EU-lidstaten. Zie de Verordening nr. 1164/ 94 van de Raad van 16 mei 1994 tot oprichting van het Cohesiefonds, Pb 1994, L 130/1. Zie omtrent het Cohesiefonds Kapteyn, VerLoren van Themaat 2003, p. 862-863.
Zie de Verordening nr. 2080/93 van de Raad van 20 juli 1993 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van Verordening nr. 2052/88 met betrekking tot het financieringsinstrument voor de oriëntatie van de visserij, Pb. 1993, L 193/1. Het NOV kan mijns inziens niet als structuurfonds worden aangemerkt, nu in artikel 159 van het EG-verdrag een limitatieve opsomming van de structuurfondsen leek te zijn opgenomen. Hoewel het strikt genomen niet ging om een structuurfonds, waren wel dezelfde Europese regels van toepassing.
Aan dit pakket hervormingsmaatregelen lag een mededeling van de Commissie ten grondslag, namelijk 'Agenda 2000 voor een sterkere en grotere Unie', COM (97) 2000 def. Zie omtrent de Agenda 2000 Bollen, Hartwig & Nicolaides 2000 en Olsthoom 1998, p. 302.
Geheel Centraal- en Oost-Europa zou immers in aanmerking komen voor doelstelling 1 en het Cohesiefonds.
Deze verschuiving is gestart tussen 1991 en 1993 waarin de zogenoemde MacSharryhervormingen werden doorgevoerd in het kader waarvan de onbeperkte interventieaankopen werden beëindigd en een begin werd gemaakt met de invoering van directe inkomenstoeslagen. Zie omtrent deze hervormingen uitgebreid Craig 2006, p. 59; Cardwell 2004, p. 40-53. Zie ook Kapteyn, VerLoren van Themaat 2003, p. 987.
Zie artikel 9 van de Verordening nr. 73/2009.
Dit is ook terug te zien in de voorstellen voor de programmaperiode 2014-2010. Zie de Communication from the Commission to the European Parliament, the Council, the European Economic and Social Committee and the Committee of the Regions, COM (2011) 500 final, Part II. In de huidige programmaperiode geldt dat bijna 80% van het budget van de EU wordt besteed aan landbouw- en structuurfondsensubsidies.
Het betreft bijvoorbeeld de kaderprogramma's voor onderzoek & ontwikkeling (sinds 1984) en het programma LIFE op het gebied van milieubeleid (sinds 1992).
Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement tot vaststelling van een kaderprogramma voor solidariteit en beheer van de migratiestromen voor de periode 2007-2013, COM (2005) 123, def. p. 3.
Zie de Communication from the Commission to the European Parliament, the Council, the European Economic and Social Committee and the Committee of the Regions, COM (2011) 500 final, Part II, p. 29-30.
De Europese subsidies die worden verstrekt uit het ESF hebben de oudste papieren. Op grond van de Verordening nr. 9/601 was het vanaf 1960 voor de lidstaten mogelijk om bij de Europese Commissie Europese subsidies aan te vragen voor onder andere de herscholing en verplaatsing van werkloze werknemers. Een paar jaar later zagen de Europese landbouwsubsidies het licht.2 Deze subsidies hadden ten doel om Europese landbouwers een inkomen te garanderen door middel van het subsidiëren van de productie, verwerking en export van landbouwproducten en ook het opkopen daarvan. Daarom werd ook wel van Garantiebeleid gesproken.3 Naast dit Garantiebeleid werd ook een Oriëntatiebeleid gevoerd. Dit beleid had ten doel om de structuur van de Europese landbouw te verbeteren.4
Met name op instigatie van Groot-Brittannië dat in 1973 lid was geworden van de EEG werd in 1975 het EFRO opgericht.5 Groot-Brittannië was bang dat zij onvoldoende zou profiteren van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en dientengevolge nettobetaler zou worden.6 Eind jaren '80 van de vorige eeuw zijn het ESF en het EFRO onder het zogenoemde structuurbeleid gebracht. Er bestond namelijk twijfel over, of de fondsen optimaal werden gebruikt.7 Zo waren er slechts weinig middelen beschikbaar om tot uitbetaling over te gaan en de beginselen die ten grondslag lagen aan het structuur-fondsenbeleid, zoals het additionaliteitsbeginsel, werden vaak genegeerd. Daarbij kwam dat de nieuwe arme lidstaten, zoals Italië, Spanje en Griekenland, belang hadden bij een krachtiger structuurfondsenbeleid. De hervorming van de structuurfondsen was voorts een gevolg van de wens om de interne markt te completeren, waartoe was besloten bij de Eerste Europese Akte van 1986. Men was bang dat alleen de rijkere regio's zouden profiteren van de completering van de interne markt, omdat slechts zij de daardoor ontstane concurrentie het hoofd zouden kunnen bieden. De consequentie hiervan zou zijn dat de verschillen tussen arme en rijke regio's zouden toenemen en regionale en sociale spanningen zouden ontstaan.8 Om deze reden werd met ingang van 1 juli 1987 in het EG-verdrag een nieuwe titel 'Economische en sociale samenhang' opgenomen. Op basis van deze titel konden structuurfondsen worden ingezet om de verschillen tussen de verschillende Europese regio's te verkleinen. Naast het ESF en het EFRO werd ook het EOGFL-O —hiermee werd het voormelde Oriëntatiebeleid gefinancierd — als een structuurfonds aangemerkt. De hervorming betekende onder meer dat niet langer de Europese Commissie de Europese subsidies verstrekte, maar de uitvoering voor een groot deel werd gedelegeerd aan de lidstaten. In 1994 werden ook het Cohesie-fonds9 en een Financieringsinstrument voor de Visserij (nov) ingesteld.10
Zowel de structuurfondsen als de Landbouwfondsen zijn meer dan eens hervormd. Eén van de belangrijkste hervormingen vormde de 'Agenda 2000'.11 Deze hervorming was nodig gelet op de aanstaande uitbreiding van de EU; de Europese subsidies moesten wel betaalbaar blijven. In het kader van de structuurfondsen betekende de toepassing van het bestaande regime op de nieuwe lidstaten een enorme toename van de kosten van het structuur-fondsenbeleid.12 Daarom is steeds meer de nadruk komen te liggen op een concentratie van de beschikbare Europese middelen in de Europese regio's waar de Europese subsidies het hardst nodig zijn. Politiek is het echter niet haalbaar dat rijke Europese regio's helemaal geen Europese subsidies meer ontvangen. Voor de Landbouwfondsen geldt dat een verschuiving heeft plaatsgevonden van productiesteun naar inkomenssteun.13 Dit betekent dat een landbouwer niet langer wordt betaald voor hetgeen hij produceert — met alle wijn- en melkplassen van dien —, maar een toeslag ontvangt op grond van bedrijf stoeslagrechten die hem op basis van zijn productie in het verleden zijn toegekend. Sinds 2007 is het Oriëntatiebeleid weer in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid geïntegreerd. De percentages waarmee de traditionele landbouwsubsidies worden verminderd, worden gebruikt ter financiering van ELFPO-subsidies.14 Het FIOV is inmiddels getransformeerd tot het Europees Visserijfonds.
Naast de Europese subsidies die uit de structuurfondsen, de Landbouwfondsen en het Europees Visserijfonds worden gefinancierd, zijn in de loop van de jaren ook op andere beleidsterreinen Europese subsidieprogramma's ontstaan. Deze programma's vallen qua budget in het niet bij de landbouwen structuurfondsensubsidies.15 Voor een deel betreft het subsidieprogramma's die direct door de Europese Commissie of uitvoerende Europese agentschappen worden verstrekt.16 Voor een ander deel, zoals de migratiefondsen, Een Leven Lang Leren en Jeugd in Actie, geldt dat de Europese subsidies door nationale autoriteiten worden verstrekt. Vrijwel voor elk Unierechtelijk beleidsterrein bestaat een subsidieprogramma om dat beleid kracht bij te zetten. Zo zijn de migratiefondsen ingesteld om te komen tot een eerlijke verdeling van de lasten tussen de lidstaten die voortvloeien uit de invoering van een geïntegreerd beheer van de buitengrenzen van de EU en uit het gemeenschappelijk asiel- en immigratiebeleid.17
De voorstellen voor de nieuwe programmaperiode 2014-2020 laten zien dat het niet te verwachten is dat de Europese subsidies aan betekenis zullen inboeten; sterker nog, er staan nieuwe subsidieprogramma's op stapel zoals het subprogramma Sport dat deel uit gaat maken van het Education Europe Programme — de opvolger van Een Leven Lang Leren.18