Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/5.4.1
5.4.1 Vormen van splitsing
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949827:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 2:334a lid 3 BW: “Afsplitsing is de rechtshandeling waarbij het vermogen of een deel daarvan van een rechtspersoon die bij de splitsing niet ophoudt te bestaan onder algemene titel overeenkomstig de aan de akte van splitsing gehechte beschrijving wordt verkregen door een of meer andere rechtspersonen waarvan ten minste één overeenkomstig het bepaalde in deze of de volgende afdeling lidmaatschapsrechten of aandelen in zijn kapitaal toekent aan de leden of aan aandeelhouders van de splitsende rechtspersoon of waarvan ten minste één bij de splitsing door de splitsende rechtspersoon wordt opgericht.”
Er zijn twee hoofdvormen van splitsing: de zuivere splitsing en de afsplitsing. Beide vormen hebben gemeen dat het vermogen van de splitsende rechtspersoon (geheel of ten dele) onder algemene titel overgaat. Het belangrijkste verschil is dat bij zuivere splitsing de splitsende rechtspersoon ophoudt te bestaan, terwijl bij de afsplitsing de splitsende rechtspersoon niet verdwijnt.
Zuivere splitsing is de rechtshandeling waarbij het vermogen van een rechtspersoon die bij de splitsing ophoudt te bestaan onder algemene titel wordt verkregen door twee of meer rechtspersonen (art. 2:334a lid 2 BW). Bij zuivere splitsing wordt dus het gehele vermogen van de splitsende rechtspersoon verkregen, en wel door tenminste twee of meer andere rechtspersonen.
Bij een afsplitsing gaat het volgens art. 2:334a lid 3 BW1 om het gehele vermogen van de splitsende rechtspersoon of een deel daarvan. Dat is dus het tweede verschil tussen zuivere splitsing en afsplitsing. Bij afsplitsing geldt op grond van art. 2:334a lid 3 BW verder de voorwaarde dat ten minste één van de verkrijgende rechtspersonen lidmaatschapsrechten of aandelen in zijn kapitaal toekent aan de leden of aandeelhouders van de splitsende rechtspersoon, of dat ten minste één van de verkrijgende rechtspersonen bij de splitsing door de splitsende rechtspersoon wordt opgericht.