Einde inhoudsopgave
Sturen met proceskosten (BPP nr. XII) 2011/6.8.0
6.8.0 Introductie
mr. P. Sluijter, datum 31-10-2011
- Datum
31-10-2011
- Auteur
mr. P. Sluijter
- JCDI
JCDI:ADS600203:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Tegenwoordig slechts nog bij een niet-bestaande of niet-rechtsgeldig verschenen partij, zie art. 245 lid 1 Rv. Ook in Duitsland bestond de mogelijkheid vroeger, maar die is in 1964 al afgeschaft; zie Verkijk 2010, p. 758.
Zie voor Ontario Rule 57.07 Rules of Civil Procedure, R.R.O. 1990, Reg. 194. Ook in de rest van Canada zijn 'Torquemada'-kosten mogelijk, zoals het eigen beursje in Canada genoemd wordt, zie Landenrapport (Washington; Glenn) Canada, p. 6.
Art. 319 Administration of Justice Act (Lov Om Rettens Pleje).
Rule 48.7 (en 44.14) Civil Procedure Rules 1998 (gebaseerd op § 51(6)(7) Senior Courts Act 1981).
Art. 697 Code de procédure civile.
O. 62, r. 8 Rules of the High Court.
Rule 11 Federal Rules of Civil Procedure (en veel vergelijkbare bepalingen in de verschillende staten).
§ 18-7 Code of Civil Procedure (Rdttegdngsbalken).
In de (Washingtonse) landenrapporten van het International Congress of Comparative Law evenmin.
'Engeland & Wales' wordt verkort tot 'Engeland'.
Sluijter 2008.
In dit hoofdstuk met mogelijke nieuwe prikkels waarvoor inspiratie wordt geput uit het buitenland, is het eigen beursje een vreemde eend in de bijt. Zoals in hoofdstuk 4 reeds is beschreven, bestond de mogelijkheid om de advocaat rechtstreeks en persoonlijk in de kosten te veroordelen tot 2002 ook in het Nederlandse burgerlijk procesrecht, waarna die praktisch werd afgeschaft.1 In het buitenland komt deze rechtsfiguur echter nog volop voor, waarbij de vereisten, consequenties en procedurele aspecten overigens variëren van land tot land.
Het eigen beursje bestaat in ieder geval in Canada, 2 Denemarken, 3 Engeland & Wales,4 Frankrijk,5 Hong Kong,6 de Verenigde Staten (federaal)7 en Zweden,8 maar deze lijst is niet uitputtend, nu er in de Oxfordse en Washingtonse projecten niet expliciet naar die mogelijkheid gevraagd is en het wel of niet bestaan van een eigen beursje daarom niet in elk landenrapport aan de orde kwam.9
Twee van bovengenoemde stelsels met een eigen beursje zullen nader worden besproken: Engeland10 en de Verenigde Staten (federaal). Op basis van een voorstudie11 was mij reeds bekend dat die twee landen goede toegang tot literatuur en regelgeving over proceskosten hebben en dat daar ook debat heeft plaatsgevonden over de kostenregels. Een bespreking van juist deze twee landen maakt het bovendien eenvoudiger om bij de toetsing van het concept ' eigen beursje' gebruik te maken van rechtseconomische en andere evaluerende rapporten uit die landen. Ten slotte is het interessant dat in de basissituatie (waarin de rechter géén eigen beursje uitspreekt) in Engeland de verliezer normaliter een stevige kostenveroordeling krijgt, terwijl in Amerika beide partijen in beginsel hun eigen kosten dragen. Met andere woorden: het eigen beursje levert in de twee stelsels twee verschillende soorten kostenverschuivingen op, omdat de uitgangssituatie anders is. Hieronder wordt ingegaan op hoe dit in de praktijk in beide landen uitwerkt.