Raad zonder raadgevers?
Einde inhoudsopgave
Raad zonder raadgevers? (SteR nr. 42) 2018/5.8:5.8 Conclusie
Raad zonder raadgevers? (SteR nr. 42) 2018/5.8
5.8 Conclusie
Documentgegevens:
drs. J.W.M.M.J. Hessels, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
drs. J.W.M.M.J. Hessels
- JCDI
JCDI:ADS574441:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sinds de eerste invoering van de Wet dualisering gemeentebestuur is in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geevalueerd hoe deze implementatie verliep.
De eerste periode na de invoering van het dualisme in de Nederlandse gemeenten was ronduit chaotisch. Dat had niets te maken met het duale systeem, maar met de politieke storm die over Nederland raasde, na de klinkende onverwachte overwinning van de Lijst Pim Fortuyn bij de gemeenteraadsverkiezingen van 6 maart 2002. Deze wankele politieke situatie zou aanhouden tot het begin van het kabinet-Balkenende II op 23 mei 2003.
Hierdoor is het moeilijk om een juist beeld te schetsen van de invoering van de dualisering van de gemeentebesturen. De eerste evaluatie (onder de titel ‘De eerste klap is een daalder waard’) is slechts een kwantitatieve weergave van de stand van zaken van de dualisering op het moment van invoering. Hieruit blijkt dat slechts 20% van de gemeenten op het moment van het formeren van de colleges van burgemeester en wethouders een verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning krachtens het derde lid van artikel 33 van de Gemeentewet heeft vastgesteld. Dit is niet verwonderlijk omdat de verplichting tot het hebben van een dergelijke verordening is uitgesteld tot een jaar na de verkiezingen van maart 2002.
De tweede evaluatie (van de ‘Commissie Leemhuis’) bevat evenmin veel informatie over het onderwerp ambtelijke bijstand en fractieondersteuning. Alleen aan de rol van de griffier wordt in dit kader enige aandacht besteed. Dit is wel opmerkelijk omdat het onderliggende rapport van adviesbureau Berenschot juist wel uitgebreid stilstaat bij de veranderde positie van de ambtelijke organisatie. Hierbij valt op dat dit gerenommeerde onderzoeksbureau, met veel ervaring binnen de overheid, herhaaldelijk de plank misslaat als het gaat om een juiste interpretatie van de duale verhoudingen binnen het gemeentebestuur. De kabinetsreactie op het rapport van de commissie Leemhuis laat het onderwerp ambtelijke bijstand en fractieondersteuning ook onbesproken.
Een doorlopend evaluatie- en bijsturingsprogramma van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten is de ‘Vernieuwingsimpuls dualisme en lokale democratie’, dat loopt van 2002 tot 2006 en het aansluitende ‘Actieprogramma lokaal bestuur’, dat afgesloten wordt in 2014.
Door de Vernieuwingsimpuls wordt vier jaar lang ieder jaar een rapportage uitgebracht over de stand van zaken rond de dualisering van het gemeentebestuur. Alleen in het eerste jaarbericht is een passage te vinden over de veranderingen vanwege de invoering van het duale bestel voor de ambtelijke organisatie. Buiten deze eerste constatering komt het onderwerp helemaal niet meer terug in de opeenvolgende rapportages.
Op verzoek van de Tweede Kamer komt er in 2008 een congres over de ‘Staat van de dualisering’. Tijdens dit drukbezochte congres wordt er niet of nauwelijks gesproken over de verandering van de positie van de gemeenteambtenaar als gevolg van de invoering van de dualisering. In het eindrapport onder dezelfde titel is dit evenmin het geval. Er wordt wel kort gerefereerd aan de ‘taak’ van de ambtelijke organisatie om ‘duale beleidsstukken’ op te stellen, waarmee de schrijvers van het rapport blijk geven van even weinig inzicht in de nieuwe verhoudingen als eerder het adviesbureau Berenschot.
De moeilijke positie van de gemeenteambtenaar komt wel aan bod in het wetsvoorstel1 dat de minister voor bestuurlijke vernieuwing naar aanleiding van de eerste evaluaties op 11 december 2006 naar de Tweede Kamer stuurt. Met name naar aanleiding van negatieve publiciteit over de besteding van de in het kader van de fractieondersteuning verstrekte financiële vergoedingen aan raadsfracties in meerdere gemeenten, stelt de minister voor de raadsverordening uit het derde lid van artikel 33 van de Gemeentewet te vervangen door een algemene maatregel van bestuur. De minister richt zich hierbij in zijn toelichting volledig op de fractieondersteuning. De bepaling omtrent ambtelijke bijstand wordt onverkort meegenomen in de voorgestelde wetswijziging, maar enige toelichting hierop ontbreekt.
Pas bij de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer wordt uitgebreid gesproken over de positie van de gemeenteambtenaren en hun loyaliteitsconflict tussen gemeenteraad en college van burgemeester en wethouders. Het zal allemaal niet leiden tot een aanpassing van de Gemeentewet. Het zijn uiteindelijk de veranderende politieke verhoudingen, die een streep zetten door dit deel van het wetsvoorstel, zodat op dit punt alles bij het oude blijft.