Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/3.4.c
3.4.c Veroordeeld: schuldig en/of gestraft
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS609511:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Het recht op beroep is in elk geval niet op tussenbeslissingen van toepassing, zie EHRM 23 oktober 2007, nr. 35324/04 (Stici/Moldavië), General Comment 2014/35, onderdeel 48; HR 6 januari 1998, NJ 1998/644.
Dat laatste is niet uitgesloten, nu onder het woord conviction in de Engelse tekst van de artikelen 2 en 5 EVRM en artikel 3P7 EVRM kennelijk ‘veroordeling’, ‘vonnis’ of ‘schuldigverklaring en strafoplegging’ moet worden verstaan.
De Franse en Spaanse tekst van artikel 14 lid 5 IVBPR luiden respectievelijk: Toute personne déclarée coupable d’une infraction a le droit de faire examiner par une juridiction supérieure la déclaration de culpabilité et la condamnation, conformément à la loi en Toda persona declarada culpable de un delito tendrá derecho a que el fallo condenatorio y la pena que se le haya impuesto sean sometidos a un tribunal superior, conforme a lo prescrito por la ley.
ECRM 29 juni 1992 (ontv.), nr. 15260/89 (T.H./Zweden) en ECRM 29 juni 1992 (ontv.), nr. 15513/89 (T.A./Zweden).
EHRM 16 maart 2010 (ontv.), nr. 1798/03 (Settarov/Oekraïne); EHRM 17 november 2009 (ontv.), nr. 10544/03 (Rybka/Oekraïne).
Onder schuldigverklaring versta ik ook de afwezigheid van strafuitsluitingsgronden. Krabbe 2004, p. 191, maakt in dit kader gedetailleerd onderscheid tussen ontslag van alle rechtsvervolging op grond van niet-strafbaarheid van de daad en diezelfde uitspraak wegens niet-strafbaarheid van de dader. De eerste variant kan zijns inziens niet als conviction worden beschouwd, over de tweede variant twijfelt hij. Deze nuance spreekt aan, maar ik zie EHRM en het CRM daartussen in hun jurisprudentie niet snel verschil maken, zo beperkt als de aandacht voor de betekenis van convicted thans nog is.
Trechsel meent dat deze beperkte uitleg wenselijk is, zie Trechsel 2005, p. 364.
Zie voorts de overwegingen in EHRM 17 november 2009 (ontv.), nr. 10544/03 (Rybka/ Oekraïne): “The existence of a formal finding of guilt ending in a conviction or a sentence is a precondition for the application of the guarantees of Article 2 of Protocol No. 7. Such a finding must be the object and final consummation of the proceedings and may not always entail an imposition of penalty. As a rule, it is to be mentioned in the operative part of a verdict, by which the object of such a decision is carried into effect. In any event, the decisive factor for the issue at hand must be whether a particular decision was aimed at finding a person guilty of a crime.”
Zie paragraaf 3.3.
Zie met zoveel woorden EHRM 12 november 2002 (ontv.), nr. 32559/96 (Fortum Oil And Gas OY/Finland).
In het kader van artikel 6 lid 2 EVRM treedt het Hof namelijk op indien passages uit een strafmotivering “are of such a nature and degree as to amount to the bringing of a new ‘charge’ within the autonomous meaning of the Convention”, zie EHRM 5 juli 2001, nr. 41087/98 (Philips/VK); EHRM 2 oktober 2002, nr. 37568/97 (Bohmer/Duitsland).
EHRM 17 november 2009 (ontv.), nr. 10544/03 (Rybka/Oekraïne).
Het derde toepassingsvereiste ziet op de precieze inhoud van de beslissing die over een strafbaar feit wordt genomen. Met het woord convicted wordt uiteraard het prototype van de belastende eindbeslissing in strafzaken bedoeld, te weten schuldvaststelling én sanctieoplegging. Maar vallen ook andere beslissingen daaronder, in het bijzonder de schuldigverklaring zonder strafoplegging en – omgekeerd – de toepassing van sancties zonder schuldigverklaring?1
De totstandkomingsgeschiedenis van de verdragen verheldert deze kwestie niet. Een systematische uitleg van de verdragsbepalingen evenmin – integendeel. Neem als voorbeeld het EVRM. Volgens de Engelse verdragstekst geeft artikel 2P7 EVRM een recht op controle van conviction or sentence indien de verdachte is convicted. De nevenschikking van conviction en sentence impliceert dat de term conviction/convicted niet de sanctieoplegging omvat. Meer dan schuldigverklaring behelst het begrip convicted op het eerste gezicht dus niet, tenzij binnen één en hetzelfde verdragsbepaling dezelfde woorden verschillend worden uitgelegd.2 De officiële Franse tekst van artikel 2 P7 EVRM spreekt over een recht op herbeoordeling van la déclaration de culpabilité ou la condamnation voor personen déclarée coupable d’une infraction pénale. Het recht op beroep is volgens deze tekst van toepassing na schuldigverklaring. Onder het Franse woord condamnation uit artikel 2 P7 EVRM moet derhalve ‘strafoplegging’ worden verstaan. Dat strookt echter niet met de betekenis van die term in de Franse tekst van artikel 5 EVRM en artikel 3 P7 EVRM, waarin het gaat over ‘veroordeling’ of ‘schuldigverklaring en strafoplegging’. Ook de Nederlandse vertaling van de verdragsartikelen is in dit opzicht dubbelzinnig. De term convicted/déclarée coupable wordt eerst vertaald met ‘veroordeling’, daarna met ‘schuldigverklaring’, terwijl ‘veroordeling’ in het tweede deel van het eerste lid weer verwijst naar sentence/condamnation. Tekstvergelijking laat kortom geen harde conclusie toe over het soort beslissingen waarop het recht op beroep van toepassing is. Vergelijkbare betekenisverschillen doen zich in het IVBPR voor.3
De jurisprudentie biedt evenmin verheldering. Het CRM heeft überhaupt over dit vraagstuk nog niet geoordeeld, terwijl een blik op de Straatsburgse rechtspraak de onduidelijkheid niet verminderd. In de zaken T.H./Zweden en T.A./Zweden spreekt de rechtbank twee van moord en lijkschending verdachte mannen volledig vrij, maar overweegt het in de vonnissen ten overvloede dat als voor het inmiddels verjaarde delict lijkschennis eerder was vervolgd, de verdachten daarvoor hadden kunnen worden veroordeeld. De Commissie verklaart beide klagers niet-ontvankelijk in hun klacht over de beroepsprocedure tegen dit vonnis, omdat “the applicant cannot be said to have been convicted and sentenced, within the meaning of Article 2 of Protocol no. 7” [dikgedrukt, GP].4 In de vergelijkbare zaken Settarov/Oekraïne en Rybka/Oekraïne verklaart de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk omdat het vervolgingstermijnen had overschreden. Tegelijkertijd overwoog de rechtbank bijvoorbeeld in het geval van Settarov dat hij een verkeersongeval had veroorzaakt en dus een delict had begaan. Over deze belastende motivering wordt geklaagd. Het Hof beslist evenwel dat artikel 2P7 EVRM niet van toepassing is: “Though it may be argued that the charges against the applicant were in fact determined by the domestic court, the formal outcome of the proceedings was that these charges were dropped as time-barred, which did not constitute a formal finding of guilt or imposition of a penalty” [dikgedrukt GP].5
De uitspraken spreken elkaar tegen, zodat onduidelijk blijft of het recht op beroep enkel van toepassing is bij schuldvaststelling gecombineerd met strafoplegging (T.H. en T.A./Zweden: ‘and’) of reeds bij schuldigverklaring en/of strafoplegging (Settarov en Rybka/Oekraïne: ‘or’). Nu is zonder schuldigverklaring de oplegging van een straf de in strikte zin van dat woord moeilijk denkbaar, omdat voor vergelding dan immers geen grond bestaat. Maar bijvoorbeeld in Nederland behoort ten eerste schuldigverklaring zonder strafoplegging tot de mogelijkheden (art. 9a Sr). De zaken Settarov en Rybka/ Oekraïne impliceren dat het recht op beroep ook op zo’n rechterlijk pardon van toepassing is. De Zweedse zaken juist niet. Ten tweede kan de Nederlandse strafrechter zonder schuldigverklaring weliswaar geen straffen opleggen, maar wel bepaalde maatregelen zoals onttrekking aan het verkeer en de TBS bevelen.6 Voor de plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis is het geheel ontbreken van verwijtbaarheid zelfs vereist. De hiervoor besproken Zweedse zaken vereisen evenwel schuldigverklaring en geven in dit soort gevallen dus geen recht op beroep.7 Als echter onder het woord penalty in Settarov/ Oekraïne ook maatregelen mogen worden verstaan,8 dan is schuldigverklaring weer niet vereist.
De uitspraken inzake Oekraïne zijn van later datum dan de Zweedse zaken, op grond waarvan aan de eerstgenoemde meer waarde zou kunnen worden gehecht.9 Dat betekent dat het recht op beroep uit artikel 2P7 EVRM van toepassing is op (i) enkele schuldigverklaring, (ii) enkele sanctieoplegging en (iii) schuldigverklaring en sanctieoplegging. Deze ruime uitleg sluit ook beter aan bij de benadering van het recht op beroep als waarborg voor belangen van burgers, aangezien met enkele schuldigverklaring niet per se een inbreuk op mensenrechten wordt gemaakt.10 Onomstotelijk is deze conclusie intussen niet, dus het is wenselijk dat het EHRM over deze belangrijke toepassingsvoorwaarde de nodige duidelijkheid verschaft, ook omdat het eens heeft aangegeven de term convicted autonoom uit te leggen.11 Voor de leesbaarheid zal ik vanaf hier vooral schrijven over de toepasselijkheid van het recht op beroep op ‘veroordelingen’, waaronder dan schuldigverklaring en/of sanctieoplegging wordt verstaan.
Tot slot nog dit. Het recht op beroep lijkt in elk geval niet van toepassing op een vrijspraak zónder sanctieoplegging. Betoogd kan weliswaar worden dat, als het recht op beroep ook een effective remedy is tegen mensenrechtenschendingen, ook tegen een vrijspraak beroep moet openstaan indien deze is gegeven na afloop van een oneerlijke procedure. Die gedachte heeft het EHRM afgewezen, de verdachte kan dan in elk geval niet als victim in de zin van artikel 34 EVRM worden beschouwd.12 Daarnaast is denkbaar dat het Hof een vrijspraak met zeer belastende motivering opvat als een nieuwe, op zich- zelf staande veroordeling in de zin van het recht op beroep.13 Ook die gedachte heeft het EHRM echter afgewezen.14