Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/4.23.2
4.23.2 WRR: Basisvorming in het onderwijs 1986/Vbao: mens & maatschappij
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977020:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 27 mei 1992, Stb. 1992, nr. 270.
WRR 1986.
Ibid., p. 132.
Ibid., p. 245.
Zie hierover: De Winter 1995, p. 48.
WRR 1986.
IvhO, Geschiedenis en staatsinrichting in de basisvorming. Evaluatie van de eerste vijf jaar. Rapport 11, Utrecht 1999. Hoofdvraag is: Wat is de kwaliteit van het vak geschiedenis in de basisvorming? Deze had moeten luiden: Wat is de kwaliteit van het vak geschiedenis en staatsinrichting in de basisvorming? (Rapport, p. 14).
WRR 1986.
G.H. Scholten, ‘Eastons Systems Analyses en het Nederlandse politieke systeem’, AP 1968, 3, p. 214-238.
WRR 1986, 27, p. 133. In de Serie Werkdocumenten Basisvorming in het onderwijs: Geschiedenis, Staatsinrichting en Maatschappijleer, ’s-Gravenhage: WRR 1985, komt C.G. van der Kooy e.a., Geschiedenis, Staatsinrichting en Maatschappijleer uit.
Hoewel de WRR politieke en staatsburgerlijke vorming synonimiseert, is het onderscheid in politieke en staatsburgerlijke vorming onder meer gelegen in de basisdiscipline: politieke vorming door politicologen (ml) en staatsburgerlijke vorming door juristen/historici (gs/si).
WRR 1986, p. 246.
Het WRR-advies is overgenomen, (Kamerstukken II 1987/88, 20831, nr. 3 (mvt)).
C. Luysterburg, ’Van de bestuurstafel’, P & SV 1989, p. 29.
Ibid., p. 29.
Voorzitter NVLM: ‘Flarden van beleid geen goede zaak’, P & SV 1991, 4, p. 35.
H.H. Hamers, ’OMEGA-groep´, TEO 1984, 7, p. 245 en ´Overleggroep OMEGA’, TEO 1985, 2, p. 63.
VGN, ‘Verklaring inzake de plaats van Staatsinrichting in het onderwijs’, Kleio 1985, p. 36 en ‘Brief aan de staatsecretaris van O & W van 27 januari 1987’, Kleio 1987, p. 37.
Ibid., p. 152; vgl. ‘Kandidaten gevraagd voor VALO-M&O’, TEO 1985, p. 267.
WRR: basisvorming zonder maatschappijleer
Voor de basisvorming1 brengt de WRR in 1986 Basisvorming in het onderwijs uit2, waarin hij ingaat op de betekenis van staatsinrichting in combinatie met het vak geschiedenis.3 De WRR kiest voor het continueren van de Wvovakkenstructuur, tot ongenoegen van de NVLM die pleit voor de invoering van het vak maatschappijleer.4 Het WRR-advies stelt veertien verplichte vakken voor, waaronder geschiedenis en staatsinrichting, economie en aardrijkskunde. Tijdens de parlementaire behandeling is het vak verzorging (‘levensvaardigheden’) toegevoegd.5 De WRR ziet het belang van kennis van het functioneren van de overheid en de burgerrechten en -plichten als een belangrijk argument voor het handhaven van staatsinrichting.6
WRR: Politiek bestel bij staatsinrichting
Aangezien voor de staatsburgerlijke vorming bij geschiedenis en staatsinrichting voldoende ruimte is, acht de WRR maatschappijleer overbodig; dit zéér tot ongenoegen van de NVLM die de tijd meer dan rijp acht om maatschappijleer in te voeren. Regering en parlement volgen het WRR-voorstel. In de Wbv is een evaluatie na vijf jaar (1993-1998) vastgelegd die in 1999 door de inspectie van het onderwijs is uitgevoerd.7 De WRR adviseert voor staatsinrichting de politieke kringloop van Easton als het kern curriculum vast te leggen in plaats van de trias politica.8 Met dit voorstel is vakdidacticus Van der Woude hem in 1982 voorgegaan. De WRR acht het onderwijs in het politiek bestel bij staatsinrichting nuttig: ‘Daar is aandacht voor de eisen van de samenleving, als beleidsvorming, -bepaling en -uitvoering en de maatschappelijke effecten.’9 Hier voegt hij nog aan toe, dat ‘er aandacht dient te zijn voor de rol en de functie van (overheids)organen in internationaal verband. Deze factoren benadrukken het dynamisch karakter van het politieke bestel’.10 De WRR wijst op de noodzaak van staatsburgerlijke vorming11: ‘Iedere burger behoort structuur, principes en werking van staatsinstellingen te kennen voor de uitoefening van zijn democratische rechten en het nakomen van zijn plichten’.12 De bij geschiedenis en staatsinrichting beoogde staatsburgerlijke vorming ‘maakt maatschappijleer overbodig’.13
Luysterburg: politieke en sociale vorming elementen van basisvorming
NVLM-voorzitter Luysterburg getuigt er op de jaarvergadering in 1991 van dat ‘politieke en sociale vorming elementen zijn van de basisvorming. Het vak geschiedenis en staatsinrichting had kunnen bestaan uit maatschappijleer’.14 Hij stelt dat dit door politici van CDA, PvdA en D66 ook al is vastgesteld.15 Voorts is staatssecretaris Wallage (PvdA) door de NVLM tevergeefs gevraagd om het vak geschiedenis en staatsinrichting om te dopen in geschiedenis en maatschappijleer.16 Luysterburg ervoer dat het met trommels kwaad hazen vangen is: het onmogelijke is met veel ophef niet te verrichten. Om de curricula te stroomlijnen voor de Vbao in het leergebied ‘mens & maatschappij’ werkt de Vecon samen in de Veldadvisering voor de leerplanontwikkeling van de mens en maatschappijvakken (Valo-m&m) en in de overleggroep OMEGA17, een overleg van de Vecon, VGN18, NVLM en KNAG.19