Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.8.9.4:11.8.9.4 Voorwaarde 2: Voorwaarde voor de verkoop?
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.8.9.4
11.8.9.4 Voorwaarde 2: Voorwaarde voor de verkoop?
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258473:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EU 9 maart 2017, nr. C-173/15 (GE Healthcare GmbH tegen Hauptzollamt Düsseldorf), ECLI:EU:C:2017:195, r.o. 60.
HQ H242894 van 4 december 2013.
Zie tegengesteld: HvJ EU 19 november 2020, nr. C-775/19 (5th AVENUE Products Trading GmbH tegen Hauptzollamt Singen), ECLI:EU:C:2020:948, r.o. 46.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met betrekking tot de vraag of sprake is van een voorwaarde voor de verkoop zal naar mijn mening aansluiting gezocht kunnen worden bij artikel 70, lid 2, DWU. In onderdeel 7.3.2 is in dat kader reeds stilgestaan bij de condition of sale test. Daaruit volgt dat sprake is van een voorwaarde voor de verkoop van de goederen waarvan de waarde moet worden bepaald, wanneer in het kader van de contractuele betrekkingen die zijn vastgesteld tussen de verkoper, of de met hem verbonden persoon, en de koper, deze betaling voor de verkoper dermate belangrijk is dat hij zonder deze betaling niet bereid is de goederen te verkopen.1 Als de koper de goederen aankoopt met de bedoeling om de goederen daaropvolgend te distribueren of door te verkopen en hij daarvoor een aparte betaling verricht, lijkt die betaling in de regel een voorwaarde voor de verkoop te vormen. De betaling moet naar mijn mening echter wel betrekking hebben op de goederen om ook daadwerkelijk in aanmerking genomen te moeten worden (zie verderop).
Wanneer het gaat om een alleenrecht (exclusieve distributieovereenkomst) ligt de zaak anders en moet naar mijn mening de condition of sale test beperkter worden uitgelegd. Met andere woorden, er is dan enkel sprake van een voorwaarde van de verkoop als de koper de ingevoerde goederen niet kan aankopen zonder betaling van de exclusieve distributievergoeding. Indien de koper de optie wordt gegeven om het alleenrecht tot distributie te verkrijgen, is zodoende naar mijn mening geen sprake van een verkoop voor uitvoer. De reden is dat het alleenrecht zorgt dat de koper zijn marktaandeel kan vergroten, maar verhoogt niet de economische waarde van de goederen, wat anders is bij de uitoefening van de optie tot het verkrijgen van het recht tot distributie of wederverkoop. Dit laatste – het verkrijgen van het recht van overdraagbaarheid – voegt namelijk ‘exchange value’ toe aan de waarde van het ingevoerde goed. De economische waarde van de ingevoerde goederen neemt daardoor toe, wat niet het geval is bij de verkrijging van een alleenrecht.
Ongeacht of het gaat om een ‘normaal’ recht tot distributie of wederverkoop of een alleenrecht, moet het recht betrekking hebben op de ingevoerde goederen. Om dit vast te kunnen stellen lijkt het noodzakelijk dat er een verband bestaat tussen de betaling van de rechten tot distributie of wederverkoop en de ingevoerde goederen. Een aanwijzing daarvoor betreft de situatie dat de betaling verband houdt met de (hoeveelheid) ingevoerde goederen.2 Indien de betaling voor het recht tot distributie of wederverkoop plaatsvindt, ongeacht of er goederen worden afgenomen, vormt dit een sterke aanwijzing dat de betaling geen betrekking heeft op de ingevoerde goederen. Ook kan een distributieovereenkomst op een aantal jaren betrekking hebben en de hoogte van de betaling reeds bij aanvang van de overeenkomst vaststaan ongeacht hoeveel goederen uiteindelijk worden betrokken. Ook in dat geval lijkt een direct verband tussen de verkrijging van het recht tot distributie en de ingevoerde goederen niet aanwezig, wat het vermoeden sterkt dat de verkrijging van het recht tot distributie geen betrekking heeft op de ingevoerde goederen en dus ook geen voorwaarde voor de verkoop vormt.3