Einde inhoudsopgave
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/6.5.3
6.5.3 Diversiteit in geslacht
mr. drs. I. Palm-Steyerberg, datum 01-03-2021
- Datum
01-03-2021
- Auteur
mr. drs. I. Palm-Steyerberg
- JCDI
JCDI:ADS268387:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
P. 14 van het EBA-rapport. Landen die er destijds uitsprongen waren Bulgarije, Finland en Kroatië, met meer de 30% vrouwen in de RvB, en Noorwegen met –als enige land- meer dan 30% vrouwen in de RvC.
Kamerbrief Ministerie van Financiën, 24 augustus 2017, p.4, https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2017/08/24/beantwoording-kamervragen-over-verslagen-ten-behoeve-van-beoordeling-doelmatigheid-van-functioneren-dnb-en-afm.
Zie de wetgeving genoemd in paragraaf 6.2, en de toelichting daarop. De term key aspect volgt letterlijk uit het EBA-rapport.
Uit de cijfers blijkt dat 21% van de top van het Nederlandse bankwezen (RvB en RvC tezamen) bestaat uit vrouwen. Dit percentage ligt hoger dan bij de AEX-vennootschappen (19%). Net als bij deze vennootschappen ligt het percentage vrouwen in de RvC hoger dan in de RvB. In beide gevallen ligt het percentage vrouwen in de RvC op 25%. Banken beschikken echter over meer vrouwelijke bestuurders dan de vennootschapen: 16% van de bankbestuurders is vrouw, versus 6% bij de AEX-vennootschappen.
Ook halen banken beduidend vaker het wettelijk streefcijfer (ten minste 30% vrouwen in beide organen). 16% van de banken heeft minimaal 30% vrouwen in zowel de RvB als de RvC, tegenover krap 6% bij de AEX-vennootschappen. 28% van de banken slaagt erin dit streefcijfer te bereiken in de RvB, tegenover 10% van de AEX-vennootschappen. In de RvC worden de streefcijfers vaker behaald dan in de RvB (dit lukt bij 35% van de banken en bij 33% van de AEX-vennootschappen).
Grote banken, die wettelijk gebonden zijn aan dit streefcijfer, doen het hierbij beter dan kleinere banken. Van de kleinere banken is er niet één die aan het streefcijfer voldoet in zowel de RvB als de RvC (versus 25% bij de grote banken). Kleine banken beschikken ook over relatief minder vrouwen in de top (12% versus 25%). Kleine banken hebben echter relatief meer vrouwen in het bestuur dan de AEX-vennootschappen (10% versus 6%). Opvallend is verder dat waar zowel de grote banken als de AEX-vennootschappen hetzelfde streefcijfer kennen, het de grote banken veel vaker lukt om dit cijfer daadwerkelijk te bereiken. 25% van de grote banken voldoet aan deze norm, tegenover de 6% van de AEX-vennootschappen.
Het ECB-toezicht lijkt voorts geen belemmering om het streefcijfer te bereiken. Integendeel, significante banken die onder direct toezicht staan van de ECB halen de hoogste percentages: in 38% van de gevallen bestaat de RvB uit minimaal 30% vrouwen. Voor de RvC geldt eenzelfde percentage. Bij banken onder ‘nationaal toezicht’ liggen deze percentages op respectievelijk 22 en 32%. Het percentage vrouwen in de RvB ligt met 21% ook relatief hoog. Banken die onder toezicht staan van de Nederlandse toezichthouders komen op vergelijkbare percentages (in de RvC’s) of hogere percentages (in de RvB’s) vrouwen uit dan de AEX-vennootschappen.
EBA rapporteerde destijds (cijfers over 2014) een percentage van 14% vrouwen in de raden van bestuur van de onderzochte Nederlandse banken en beleggingsondernemingen en 21% in de raden van commissarissen.1 De huidige percentages (cijfers per 31/12/2018) liggen met respectievelijk 16% en 25% hoger dan toen. Of daadwerkelijk sprake is van een toename valt door het verschil in populatie echter niet met zekerheid te zeggen.
Toegespitst op de vier Nederlandse grootbanken zijn de cijfers zonder meer verbeterd. Werd in augustus 2017 in de Tweede Kamer nog gesproken over het feit dat slechts 11% (2 van de 19 leden) van de RvB’s van de vier grootbanken tezamen bestond uit vrouwen, inmiddels is dit percentage gestegen tot 30%. Voor de RvC’s ligt dit percentage op 34%.2
Een en ander laat onverlet dat bij 23% van de Nederlandse banken geen enkele vrouw zitting heeft in de RvB, noch in de RvC. Dit percentage komt vrijwel overeen met de AEX-vennootschappen (22%). Van de Nederlandse banken bestaat 63% van de raden van bestuur uit uitsluitend mannen. Van de grote banken, die geacht worden te streven naar minimaal 30% vrouwen in zowel de RvB als de RvC, voldoet 75% niet aan deze norm. Ook worden de meest invloedrijke posities over het algemeen door mannen bekleed. Uit de cijfers komt naar voren dat de CEO/ voorzitter van de RvB 9 van 10 keer een man is. Een vrouwelijke voorzitter van de RvC is een zeldzaamheid (2,4%).
Zeker wanneer diversiteit in geslacht wordt gezien als een key aspect voor diversiteit valt op er op dit punt dus nog veel winst te behalen.3