Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.4.3.8
5.4.3.8 Het Nederlands Bureau en dekkingsgeschillen met het Waarborgfonds Motorverkeer
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS400690:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Dergelijke verschillen van inzicht tussen NBM en Waarborgfonds Motorverkeer zijn in Nederland weliswaar theoretisch denkbaar, maar niet bijzonder waarschijnlijk, aangezien beide organisaties organisatorisch een eenheid vormen. Ook voor het slachtoffer is er weinig reden een aanspraak op het Bureau te verkiezen boven een op het Waarborgfonds: de dekking van het Nederlandse Waarborgfonds verschilt in de praktijk in niets van die van een verzekeraar. Dat geldt al helemaal sedert de afschaffing van het eigen risico bij zaakschade in gevallen waarin het voertuig niet verzekerd is.
Omdat het Nederlands Bureau in art. 1 Wam gelijk wordt gesteld met een Wam-verzekeraar is ook de procedure van art. 25 lid 4 Wam op het Bureau van toepassing. Deze procedure wordt nader beschreven in paragraaf 5.5.10.2.
Dergelijke dekkingsgeschillen kunnen zich onder meer voordoen als het Bureau en het waarborgfonds van mening verschillen over de vraag of de groene kaart geldig is of over de vraag of het aansprakelijke, vermoedelijk in een andere lidstaat gestalde motorrijtuig voldoende geïdentificeerd is om te kunnen vaststellen dat het inderdaad gewoonlijk in een land is gestald waarvoor het Bureau zich garant stelt.1