Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.8.3.5:9.8.3.5 Subsidiariteit
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.8.3.5
9.8.3.5 Subsidiariteit
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648675:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Onder het huidige recht kan van de bepalingen met betrekking tot het afhankelijke en subsidiaire karakter van de borgtocht niet ten nadele van de particuliere borg worden afgeweken (art. 7:862 BW).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een belangrijk onderscheid tussen hoofdelijkheid en borgtocht dat reeds bestond onder het oude recht, is dat borgtocht een subsidiair karakter heeft en hoofdelijkheid niet. De al dan niet aanwezige subsidiariteit is gelegen in het rechtskarakter van de twee rechtsfiguren. Bij hoofdelijkheid zijn de schuldenaren naast elkaar gebonden voor een verplichting die hen beiden aangaat. De schuldenaren zijn nevengeschikt. Bij borgtocht is er een hoofdschuldenaar die is gebonden om de hoofdvordering te voldoen en is er de borg die pas kan worden aangesproken als de hoofdschuldenaar zijn vordering niet voldoet. Zoals onder huidig recht eveneens het geval is, kon de subsidiariteit bij borgtocht worden uitgesloten.1