Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/4.30:4.30 Samenvattende conclusies
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/4.30
4.30 Samenvattende conclusies
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977349:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De genese van de vakken staatsinrichting, recht en maatschappijleer is van 1968 tot 1992 geanalyseerd. Burgerschapsvorming is wettelijk niet vastgelegd. Het heeft zich in het maatschappelijke en politieke discours nochtans verbreed van staatsburgerschap naar psychosociaal burgerschap. Maatschappijleer is sinds 1990 (school)examenvak. Daaraan gingen twintig jaar met voorstellen vooraf. Te beginnen in 1971 met het initiatiefwetsvoorstel-Schuring, Tilanus en Bos (CHU) over een geïntegreerde staatsburgerlijke vorming en de door staatssecretaris Grosheide (ARP) in 1971 ingestelde Commissie Modernisering Leerplan Maatschappijleer (CMLM). Minister Van Kemenade (PvdA) stelt in 1974 de Commissie Modernisering Leerplan Economische Wetenschappen en Recht (CMLEwr) in: 'het recht is te zien als ‘een vak van staatsburgerlijke vorming die jonge burgers niet onthouden kan worden’.
Leijten (1974) en Degenkamp (1976) bepleiten een apart vak recht. In 1975 adviseert de Commissie Modernisering Leerplan Geschiedenis en staatsinrichting (CMLGS) ‘het politiek-juridische aspect van de samenleving’ tot het object van staatsinrichting te bepalen. De door minister Van Kemenade (PvdA) benoemde Kerngroep-Kuiper, als opvolger van de CMLM, adviseert als eerstegraads bevoegdheden op grondslag van het raamleerplan Maatschappijleer op orde (1976) de doctoraalexamens sociologie, politicologie en culturele antropologie als basisdisciplines. Aan het doctoraalexamen rechten, economie en theologie worden voorwaarden voor de eerstegraads bevoegdheid verbonden.
De VSW verzoekt in 1976 Van Kemenade (PvdA) een CML Maatschappelijke en staatsburgerlijke vorming (CMLMS) in te stellen als prelude van het in 1977 ingetrokken initiatiefwetsvoorstel-Schuring c.s. (1971). Hieraan is geen gehoor gegeven. De Adviescommissie leerplanontwikkeling Economische wetenschappen en recht (Aclo-Ewr) volgt de CMLEwr in 1977 op. De Vecon-ALV (1978) neemt een motie over recht als apart vak aan. In 1979 adviseert de Aclo-Ewr recht als apart vak, als onderdeel van een vak economie/bedrijfseconomie/ recht op vier vwo/havo als examenvak in te voeren. Ook in 1979 dienen Van Kemenade (PvdA) c.s. een motie in over de bevoegdheidsregeling en invoering van maatschappijleer als examenvak. Staatssecretaris De Jong (ARP) brengt in 1980 het Activiteitenplan Maatschappijleer Examenvak uit, gevolgd in 1981 door de SLO-Visie maatschappijleer/Algemene kaders en een bevoegdheidsregeling. Over het doel en de positie van recht schrijven - na Koppelaar (1980) -, Esmeijer (1984), Megens (1985), Degenkamp en Van Dijck (1991).
In 1982 stelt Van der Woude voor om staatsinrichting door het bredere vak staatkunde te vervangen met de politieke systeemtheorie van Easton als curriculumkern. Terzelfdertijd stelt staatssecretaris Ginjaar-Maas (VVD) de Werkgroep Eindexamen Maatschappijleer (WEM) (1982), de Structuurcommissie Eindexamen Maatschappijleer (SEM) (1983) en de Werkgroep Herziening Eindexamen Geschiedenis en Staatsinrichting (HEG) (1989) in. Na schriftelijke vragen van Kamerlid Leijnse (PvdA) wijst Ginjaar-Maas in 1986 de historische staatsinrichting toe aan het vak geschiedenis en staatsinrichting, als keuze-examenvak (vwo/havo), en de moderne staatsinrichting aan maatschappijleer. Het vak economische wetenschappen in klas vier atheneum-a is verplicht tot de invoering van het ongedeeld-vwo in 1986.
De Vecon-werkgroep basisvorming adviseert in 1986 economie als apart vak in te voeren, eventueel in combinatie met staatsinrichting en recht. Dit laatste is niet uitgevoerd. De Onderwijsraad en de WRR zien in het vak geschiedenis en staatsinrichting voldoende borging van burgerschapsvorming. Maatschappijleer is daardoor niet ingevoerd. De Commissie Herziening Eindtermen Kerndoelen Geschiedenis en Staatsinrichting (CHE) adviseert in 1990 voor het vak geschiedenis en staatsinrichting ‘structuur en werking van het politieke bestel in wisselwerking met de samenleving’ vast te leggen. Het kerncurriculum staatsinrichting is in 1990 gewijzigd van de trias politica in de politieke kringloop van Easton.
Vijfentwintig jaar na Maatschappijleer op orde (1976) als rijksleerplan is het vak vanaf 1990 examenvak. Burgerschap(svorming) is niet gecodificeerd; een vastgelegde kennisbasis en doorlopende leerlijn burgerschap ontbreken. Het blijft leren smeden met hamer en aambeeld bij een nadere vormgeving van burgerschapsvorming in de Wpo, Wec en Wvo.