Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/8.4.1
8.4.1 Akte Q van pedagogisch-didactische voorbereiding
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977163:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Duyverman 1936, p. 50 neemt aan dat in het ontwerp-middelbaar onderwijswet van 1858 sprake is van een examen in theorie van onderwijs en opvoeding voor het m.o.
KB van 2 Februari 1864, Stb. 1864, nr. 8.
Kamerstukken II 1862/63, nr. 4 (mva), p. 14.
Voor vrouwen bestaat een apart programma (KB van 11 oktober 1869, Stb. 1869, nr. 156).
Steyn Parvé, Normaalprogramma, 1868, Overzicht, p. 307-308 (Staatsinstellingen als vaknaam in plaats van staatsinrichting op de vijfjarige hbs).
KB van 19 december 1900, Stb. 1900.
Het rapport verschijnt als bijvoegsel van de Stcrt van 8 maart 1902, nr. 57.
Wet van 25 april 1879, Stb. 1879, nr. 87.
Wet van 20 mei 1955, Stb. 1955, nr. 224. Splitsing vond plaats in 1944 (Besluit van 8 augustus 1944, nr. 189 O.W.C.).
MO-Boekhouden was 2e graads akte. MO-Handelswetenschappen 1e graads.
Zie: Bolkestein 1915.
Het examen in ‘de theorie van onderwijs en opvoeding, hoofdzakelijk in betrekking tot het middelbaar onderwijs’ (artikel 78 lid 1 MO) is vereist voor de onderwijsbevoegdheid. Een vrijstelling is mogelijk voor degenen die over een bevoegdheid beschikken (artikel 78 2e alinea MO). Het examen is vereist voor alle vakken, behalve voor de expressievakken en gymnastiek.1 Het KB van 1864 eist onder Q: (a) duidelijke begrippen van klassikaal onderwijs, onderscheidene leerwijzen, hare voor- en nadeelen en hare geschiedenis, en (b) geschiktheid verkregene kennis mede te deelen, blijkbaar door mondelinge voordragt.2 De nadruk ligt op didactische vaardigheden. Thorbecke acht de pedagogische kennis voor het klassikaal onderricht vereist, ‘evenzeer voor het onderwijs in de talen en boekhouden, […]’.3 De subexamencommissie voor MO-Staatsinrichting stelt in 1868 voor op het examen een wetenschappelijk en een pedagogisch opstel te vragen.4 De subcommissie MO-Geschiedenis eist in 1878 kennis van moderne talen, Staatsinstellingen en aardrijkskunde.5
Bevoegdheidscommissie-Campert/cursussen pedagogiek vanaf 1915
De eerste stap tot de regeling van academische lerarenopleidingen is het instellen in 1900 van de Bevoegdheidscommissie-Campert.6 Het in 1902 verschenen rapport eist van aanstaande leraren: 1. algemene ontwikkeling en voorbereiding, 2. wetenschappelijke opleiding en 3. pedagogisch-didactische voorbereiding.7 Verder is het voorstel om MO-akten te splitsen in MO-A (onderbouw) en -B (bovenbouw). Voor de vreemde talen bestonden vanaf 1879 A- en B-akten.8 Voor Nederlands en handelswetenschappen kwamen deze in 1955.9 Handelswetenschappen zijn vervangen door de ongesplitste akten MO-Boekhouden (2e graad) en -Handelswetenschappen (1e graad).10 De bevoegdheid met een A-akte reikt tot de driejarige hbs en de onderbouw van de vijfjarige. De MO-B-akte als Nederlands, of de ongesplitste (volledige) akten Staatsinrichting en Geschiedenis bestrijken de gehele vijfjarige hbs. Het onderscheid in huis- en schoolakte (akte Q) verviel. De pedagogisch-didactische voorbereiding omvat de pedagogiek, en het hospiteren (bij een bevoegde leraar) op een vhmo-school.11 Volgend op de vanaf 1915 gegeven cursus pedagogiek door J.H.E. Hoogveld pr aan de R.K. Leergangen start in 1918 R. Casimir als hoogleraar pedagogiek in Leiden.