Einde inhoudsopgave
Biases in de boardroom en de raadkamer (VDHI nr. 160) 2020/2.4.2.2
2.4.2.2 De peturbatie
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. drs. C.F. Perquin-Deelen
- JCDI
JCDI:ADS111448:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Gorman e.a. 2017, p. 3.
Hof Amsterdam 29 mei 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1965, JOR 2017/261 m. nt. Bulten (AkzoNobel).
‘AkzoNobel-topman Tom Büchner vertrekt per direct’, Het Parool 19 juli 2017; ‘Ook financieel directeur AkzoNobel ziek thuis’, Het Parool 8 september 2017.
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/149.
Bpb 2.8.1 CGC. Zie hierover zeer uitgebreid en volledig: De Brauw 2017, par. 5.1.9.8 en voorts: Asser/Van Solinge, Nieuwe Weme 2-IIb 2019/118; in algemene zin: De Jongh 2019; De Jongh 2019a.
Voor de volledigheid zij opgemerkt dat dit niet ziet op de situatie waarin de rvc wegens een tegenstrijdig belang van de rvb moet beraadslagen en besluiten.
De eisen hiervoor liggen hoog, maar hierover bestaat discussie. Bijvoorbeeld over de vraag of feitelijke terzijdestelling noodzakelijk is. Zie: art. 2:138/248 lid 7 BW; Rb. Rotterdam 14 april 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BM1594, JOR 2010/ 181, m.nt. Strik, overweging 2; Hof Amsterdam 27 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2551, JOR 2018/173, m.nt. Van Thiel, overweging 3-5; Hof Amsterdam (OK) 15 februari 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ1149, JOR 2013/102 (Van der Moolen); Rb. Rotterdam 29 augustus 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BX7304; Assink & Slagter 2013, p. 1060; Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/194; Kamerstukken II 1980/81, 16 631, nr. 3, MvT, p. 6; Kamerstukken II 1983/84, 16 631, nr. 6, MvA, p. 23-24; Westenbroek 2014, par. 6; Van Nuland 2017, p. 127-128.
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/194.
Zie over het exco onder meer Honée 2014; Dumoulin 2017, met verwijzingen in noot 2.
Het tweede element binnen de DST is de peturbatie. De peturbatie is een verstoring van het team, van buitenaf, gericht op de attractor van het team. Als het team heel stabiel is, zal de verstoring niet snel het effect hebben dat het team zich zal richten op een nieuwe attractor. Heeft het team nog geen sterke attractors ontwikkeld, dan zal de verstoring wel degelijk groot effect hebben.1 Een voorbeeld van een peturbatie bij een rvb van een beursvennootschap is het aandienen van een vijandige bieder. De situatie waar een dreiging van buitenaf het functioneren van de rvb intern verstoord, is dynamisch interessant. Ook een rvb die een positief gedragspatroon heeft ontwikkeld, ziet zich geconfronteerd met nieuwe partijen aan tafel. Neem bijvoorbeeld de AkzoNobel-casus waarbij bieder PPG aankondigde de geplaatste gewone aandelen in het kapitaal van AkzoNobel door middel van een openbaar bod te willen verkrijgen.2 Formeel bestaat de rvb van AkzoNobel uit twee statutaire leden: de CEO en de CFO. AkzoNobel kent een Executive Committee (exco) bestaande uit de twee bestuursleden en vijf andere personen. Daarnaast heeft AkzoNobel een rvc bestaande uit acht commissarissen. De rvb van AkzoNobel opereerde al enige tijd in die samenstelling en alsnog is het in dergelijke tijden van crisis, waarbij een grote (tijds)druk ligt op de bestuurders, moeilijk om de positieve patronen die de rvb heeft ontwikkeld erin te houden. Het werd de rvb en de rvc extra moeilijk gemaakt door het vertrek van twee ervaren bestuursleden binnen korte tijd.3
Het is voorstelbaar dat in tijden van crisis, zoals bij een vijandig openbaar bod, een lekkende olietanker, een sterk teruglopende markt, et cetera, de rvb en de rvc als eenheid vergaderen en besluiten over de vervolgstappen. Vanuit juridisch perspectief kan dit ook de aangewezen weg zijn.4 Bijvoorbeeld bij een overname is mogelijk aangewezen dat de rvb niet deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming als sprake is van een tegenstrijdig belang bij de overname.5 Ofwel omdat de rvb en de rvc gehouden zijn tot nauwe samenwerking, ofwel omdat de rvc in plaats van de rvb moet besluiten: nieuwe patronen ontstaan in de samenwerking tussen de rvb en de rvc en tussen bestuurders onderling en commissarissen onderling. Ten overvloede zij vermeldt dat een optreden van de rvc dat verder gaat dan toezichthouden en zich meer begeeft richting het naar zich toetrekken van de bestuursmacht (en waarbij de commissaris zich dus begeeft buiten de grenzen van zijn bevoegdheid), verhoogde aansprakelijkheidsrisico’s met zich brengt.6 Het is mogelijk dat de commissarissen zich dan niet meer opstellen als commissaris, maar via de weg van de feitelijk beleidsbepaler als ware zij een bestuurder.7 Denk daarbij ook aan de weg van art. 2:151/261 lid 1 BW waarin commissarissen (of overigens anderen) die zonder deel uit te maken van de rvb, krachtens enige statutaire bepaling of krachtens besluit van de algemene vergadering, voor zekere tijd onder zekere omstandigheden daden van bestuur verrichten, te dien aanzien, wat hun rechten en verplichtingen ten opzichte van de vennootschap betreft, als bestuurders worden aangemerkt.8 Handelend in de normale uitoefening van hun taak verrichten commissarissen geen daden van bestuur, maar wat is nog te beschouwen als de normale uitoefening van hun taak? Aan de andere kant is een dergelijk optreden wellicht noodzakelijk voor de rvc om zijn toezichtstaak naar behoren uit te oefenen in tijden van crisis. Dan valt dergelijk optreden waarschijnlijk wel binnen de ‘normale’ uitoefening van hun taak. Snelheid kan dan immers geboden zijn. Deze snelheid kan onder meer worden bereikt door de rvc al eerder te betrekken bij belangrijke beslissingen. Wat interessant is aan de AkzoNobel-casus is dat uit de beschikking van de Ondernemingskamer niet blijkt dat het exco betrokken was bij de crisis. Juridisch gezien is dit niet merkwaardig, daar het exco formeel geen positie heeft binnen de vennootschap en ook niet bij aangelegenheden zoals strategie. Vanuit de teamdynamiek is de betrokkenheid van het exco wel degelijk interessant. Uit mijn interviews volgt dat daar waar een exco is, deze veelal feitelijk tezamen met de rvb functioneert, waarbij opgemerkt wordt door respondenten dat ‘de rvb de doorslaggevende stem heeft’. Deze doorslaggevende stem is logisch, gelet op de mogelijke aansprakelijkheidsproblematiek – bijvoorbeeld als feitelijk beleidsbepaler – die een andere situatie met zich zou kunnen brengen. De doorslaggevende stem is eveneens te verklaren gelet op de verdeling van de bevoegdheden tussen de rvb en het exco op grond van de wet, statuten en reglementen.9