De grondwetsherzieningsprocedure
Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.6.3:II.6.3 Afschaffing ontbindingseis
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.6.3
II.6.3 Afschaffing ontbindingseis
Documentgegevens:
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS285086:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 5, paragraaf 4.
Zie hiervoor ook: Schutgens, AA 2018/1, p. 63, onder 9.
Kamerstukken II 2019/20, 35419, nr. 2.
Kamerstukken II 2019/20, 35419, nr. 3, p. 4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Gelet op de praktijk heb ik eerder aangegeven dat de ontbindingseis niet meer nodig is.1 Vanaf 1848 gold een roulatiesysteem, waarbij de helft van de Tweede Kamer om de twee jaar verkozen werd.2 Vanaf 1887 was dat niet meer het geval. Voor de Eerste Kamer gold een dergelijk roulatiesysteem tot aan 1983. Sinds een dergelijk roulatiesysteem niet meer bestaat, is een ontbinding eigenlijk niet meer nodig.
Het afschaffen van de ontbindingseis (door middel van schrapping van het derde lid) betekent uiteraard niet dat er geen verkiezingen voor de Tweede Kamer gehouden hoeven te worden. Ook zonder ontbindingseis blijft volgens deze tekst in stand dat de volgende Tweede Kamer de grondwetsherziening in tweede lezing heroverweegt.3 De regering bereikt dat ook met de eerste zin uit het voorstel ter aanpassing van de eerste zin van het derde lid:
De Tweede Kamer die wordt gekozen na de bekendmaking van de wet, bedoeld in het eerste lid, overweegt in tweede lezing het voorstel tot verandering, bedoeld in het eerste lid. […].’4
Overigens kunnen op grond van artikel 64 Grondwet uiteraard nog steeds vervroegde verkiezingen volgen, als de wens bestaat dat verkiezingen eerder moeten plaatsvinden om een grondwetsherziening te bespoedigen.
Een argument voor het handhaven van de ontbindingseis zou kunnen liggen in het volgende. Een ontbinding vergt een ontbindingsbesluit en dat besluit bevat een nota van toelichting waarin staat dat de betreffende ontbinding zal plaatsvinden ten behoeve van een betreffende grondwetsherzieningsprocedure. Deze nota geeft dus duidelijkheid over het feit dat de verkiezingen van de Tweede Kamer plaatsvinden (mede) in het licht van een grondwetsherzieningsprocedure. Eerder heb ik al betoogd dat een kiezersraadpleging niet het doel is van de ontbinding, maar het organiseren van checks and balances. Alleen om die reden al is het niet nodig dat de kiezer er nota van moet nemen dat er een ontbinding zal plaatsvinden (en dus verkiezingen) in het licht van een grondwetsherziening.
De regering geeft in de memorie van toelichting bij het regeringsvoorstel te kennen dat een ontbindingsbesluit, middels haar nota, kiesgerechtigden erop kan attenderen dat verkiezingen in het licht staan van een tweede lezing. Echter, zij acht de meerwaarde van deze attendering in de praktijk beperkt.5 Ik deel die visie.