Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/1.3.3.2
1.3.3.2 Het moment van intreding van uitvoerbaarheid
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS377001:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kennett (2000), p. 63 e.v.
Halsbury's Laws of England, Vol. 17, para. 406.
Is er sprake van een rechterlijke beslissing waartegen geen hogere voorziening (meer) openstaat, dan treedt de 'formelle Rechtskraft' door het wijzen van de beslissing in. Wel dient te worden opgemerkt dat een rechterlijke beslissing in Duitsland daadwerkelijk geëxecuteerd kan worden eerst nadat deze van een 'Vollstreckungsklausel' is voorzien (§ 704 e.v. ZPO).
Juist in deze tussenperiode kunnen debiteuren, indien zij daarin niet gehinderd worden, hun voor executie vatbare vermogensbestanddelen verplaatsen naar een land, alwaar geen executie mogelijk is, bijvoorbeeld omdat de beslissing aldaar niet wordt erkend.
Zie nader paragraaf 4.5.2.
Zie art. 37 EEX-Vo (vgl. art. 30 EEX-Verdrag). Art. 46 EEX-Vo (vgl. art. 38 EEX-Verdrag) bepaalt dat de rechter die over het rechtsmiddel tegen de exequaturverlening oordeelt, zijn beslissing kan aanhouden indien aangetoond wordt dat een hogere voorziening tegen de ten uitvoer te leggen beslissing is ingesteld dan wel de termijn daartoe nog openstaat.
Dit ter voorkoming van schade die kan ontstaan door een eventuele vernietiging of wijziging van een rechterlijke beslissing in een later stadium (Kropholler (2002), p. 463).
Dit omdat in het kader van de EEX-regeling niet van belang is of de beslissing kracht van gewijsde heeft verkregen, maar of de beslissing in de lidstaat van herkomst uitvoerbaar is (zie paragraaf 4.2).
Zie over de diversiteit van het executierecht in de wetgevingen van de lidstaten en over de noodzaak van de harmonisatie van het executierecht van de lidstaten: Yessiou-Faltsi (2004), p. 220.
Het moment van de uitvoerbaarheid van een rechterlijke beslissing treedt in de andere lidstaten niet altijd op hetzelfde moment in als in Nederland.1
In Engeland is een rechterlijke beslissing voor executie vatbaar nadat deze is gewezen. Het instellen van een rechtsmiddel heeft geen schorsende werking, tenzij door de rechter zelf dan wel door de rechter die de hogere voorziening behandelt, anders is bepaald. Voor de daadwerkelijke tenuitvoerlegging is een 'writ of execution' vereist. Eveneens dient de beslissing aan de 'verliezende' wederpartij te worden betekend, tenzij sprake is van een veroordeling tot betaling van een geldsom dan wel van een veroordeling tot overdracht van een eigendomsrecht.2 In het Engelse systeem heeft het instellen van een hogere voorziening niet tot gevolg dat de eiser gehinderd wordt om de beslissing feitelijk te executeren. Wel kan zich het gevaar voordoen dat een beslissing eventueel op basis van een hogere voorziening vernietigd wordt. Dit leidt ertoe dat de uitvoering van de executie van de beslissing moet worden stopgezet en de gevolgen van de reeds uitgevoerde executie ongedaan moeten worden gemaakt.
In Duitsland is een rechterlijke beslissing voor executie vatbaar eerst nadat tegen de beslissing geen rechtsmiddel meer openstaat. Na het verlopen van de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel dan wel nadat de betrokken partijen het recht op instellen van een hogere voorziening hebben prijsgegeven, verkrijgt de beslissing de 'formelle Rechtskraft' die een beslissing voor tenuitvoerlegging vatbaar maakt (§ 705 ZPO).3 In Oostenrijk kan de winnende partij de beslissing niet ten uitvoer leggen dan nadat de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel is verlopen dan wel nadat de beslissing gegeven is door de hoogste rechterlijke instantie (§ 411 ZPO van Oostenrijk). In Duitsland en Oostenrijk - net als in beginsel in Nederland kan een onwillige schuldenaar het tenuitvoerleggingsproces vertragen door een rechtsmiddel in te stellen.
Door het feit dat een rechterlijke beslissing op verschillende momenten voor tenuitvoerlegging vatbaar is, ontstaat een periode waarin het noodzakelijk is om aan de winnende partij garanties te bieden dat de beslissing uitgevoerd zal kunnen worden.4 Deze garantie kan bijvoorbeeld worden gegeven door een verklaring van uitvoerbaarheid bij voorraad welke verklaring door de rechter in de staat van herkomst van de beslissing verleend kan worden. Eveneens is het mogelijk dat de tenuitvoerlegging van een beslissing waartegen een rechtsmiddel openstaat, onder zekerheidstelling in de lidstaat van tenuitvoerlegging wordt toegestaan. Dit ter voorkoming van onherstelbare schade.5 In dit geval wordt echter niet de winnende partij beschermd, maar de partij in wiens vermogen de beslissing ten uitvoer wordt gelegd.
In het systeem van de EEX-regeling is het mogelijk dat de exequaturrechter zijn beslissing omtrent exequaturverlening op een beslissing aanhoudt, indien blijkt dat tegen de beslissing in de lidstaat van herkomst een gewoon rechtsmiddel is ingesteld.6 Deze regel vormt een uitzondering op de hoofdregel dat een in de lidstaat van herkomst uitvoerbare beslissing in andere lidstaten ten uitvoer kan worden gelegd. De exequaturregeling stelt in art. 38 lid 1 EEX-Vo en art. 31 EEX-Verdrag als voorwaarde voor de verlening van een exequatur dat de rechterlijke beslissing in de lidstaat van herkomst uitvoerbaar is. Bij de mogelijkheid om de beslissing omtrent de exequaturverlening aan te houden prevaleert het belang van de bescherming van de debiteur boven het belang van een vrij verkeer van beslissingen.7 Het samenspel van de diverse rechtsstelsels kan als gevolg van de verschillen in het intreden van de uitvoerbaarheid van een beslissing ertoe leiden dat ondanks de beoogde vrije circulatie van beslissingen een vreemde beslissing niet ten uitvoer kan worden gelegd. Zo wordt de tenuitvoerlegging van een Duitse beslissing waartegen de termijn voor het instellen van een hogere voorziening nog loopt, in Engeland gehinderd door het ontbreken van de vereiste uitvoerbaarheid. In Duitsland is immers voor het intreden van de executoriale kracht van een beslissing vereist dat er geen rechtsmiddel meer tegen de beslissing openstaat. Het feit dat in Engeland een rechterlijke beslissing executeerbaar is, ongeacht het feit of de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel al of niet is verstreken, brengt hierin geen verandering. Zou echter sprake zijn van een zuiver nationale (Engelse) situatie, dan bestaat er in beginsel geen belemmering voor de executie van de beslissing.
Er kan zich echter ook een andere situatie voordoen. Een rechterlijke beslissing die uitvoerbaar is in de lidstaat van herkomst ondanks het instellen van een hogere voorziening, kan ten uitvoer worden gelegd in een andere lidstaat waar een rechterlijke beslissing eerst na het verlopen van de termijn voor een hogere voorziening uitvoerbaar wordt.8 Dat wil zeggen dat een Engelse beslissing in Duitsland in principe voor de verlening van een exequatur vatbaar is, ook al loopt daartegen in Engeland nog een beroepstermijn. Zou sprake zijn van een zuiver nationale (Duitse) situatie, dan wordt de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing in beginsel gehinderd door het ontbreken van de executoriale kracht omdat de termijn voor het instellen van een rechtsmiddel tegen de beslissing nog niet is verlopen.
Deze twee geschetste situaties maken duidelijk dat door de verschillen in de inwerkingtreding van de executoriale rechtskracht een ongelijke behandeling van rechterlijke beslissingen ontstaat. Dit wordt mede veroorzaakt door het feit dat de bestaande erkennings- en tenuitvoerleggingsregelingen wat de uitvoerbaarheid van een beslissing betreft telkens naar het nationale rechtsstelsel van de lidstaat van herkomst van de ten uitvoer te leggen beslissing verwijzen.9 De ongelijkheid in de behandeling kan slechts door een autonome definitie van het begrip 'uitvoerbaarheid' worden bereikt, waarbij de uitvoerbaarheid van een beslissing onafhankelijk van een bepaald rechtssysteem zal intreden. Een dergelijke unificatie van het moment van het intreden van uitvoerbaarheid zal echter gepaard moeten gaan met een harmonisatie van de nationale procesrechtelijke stelsels.10