Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/330
330 Bescherming van bedrijfsgeheimen
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS459540:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Voetnoten
Voetnoten
Gielen 1999, p. 3; Pors 2013, p. 126..
HR 29 maart 1985, ECLI:NL:HR:1985:AG4989, NJ 1986, 242, m.nt. L. Wichers Hoeth en W.H. Heemskerk (Enka/Dupont).
HR 11 maart 1988, ECLI:NL:HR:1988:AC1916, NJ 1988, 747, m.nt.W.H. Heemskerk (SOBI/Hollandia- Kloos).
Zie ook Verkade 1991, p. 318 die erop wijst dat een voorlopig getuigenverhoor in zaken tussen concurrenten prejudiciërend is ten opzichte van bedrijfsgeheimen van de concurrent. Het voorlopig getuigenverhoor kan het “karakter van een zwaar aanvalsmiddel” hebben. Verkade 1991, p. 327.
Deze artikelen betreffen de implementatie van Richtlijn 2004/48/EG van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten. Het uitgangspunt van deze richtlijn is de TRIPs-overeenkomst (Agreement on Trade related Aspects of Intellectual Property). Kamerstukken II 2005-06, 30 392, nr. 3, p. 1 en 3 (MvT). Artikel 39 TRIPs biedt bescherming aan bedrijfsgeheimen. Als aan de volgende drie voorwaarden is voldaan, moeten aangesloten lidstaten niet openbaar gemaakte informatie beschermen tegen oneerlijke concurrentie. Ten eerste moeten de gegevens geheim zijn (niet algemeen bekend of algemeen toegankelijk). Ten tweede moet de informatie handelswaarde hebben. Ten derde moet de persoon die over de informatie beschikt redelijke maatregelen hebben genomen om de gegevens geheim te houden. Gielen 1999, p. 10-16; Van der Korst 2004, nr. 5.2.
Kamerstukken II 2005-06, 30 392, nr. 3, p. 19 (MvT).
Bedrijfsgeheimen worden aangemerkt als rechten van intellectuele eigendom op grond van TRIPs. Zie hierover Pors 2013, p. 133-134.
HvJ EG 14 december 2000, ECLI:NL:XX:2000:AD4676, NJ 2001, 403 (Dior/Assco); Rb. ’s- Hertogenbosch 21 november 2012, ECLI:NL:RBSHE:2012:BY4122, BIE 2013, 53; Van Nispen 2014 (T&C Rv), art. 1019i, aant. 3.
Van der Korst 2004, nr. 5.2. Zie ook Pors 2013, p. 132; Rb. ’s-Hertogenbosch 21 november 2012, ECLI:NL:RBSHE:2012:BY4122, BIE 2013, 53. Gielen 2005, p. 254 spreekt zich duidelijk uit voor invoering van de norm van art. 39 TRIPs ter ontwikkeling en bescherming van geheime bedrijfsinformatie.
Op 28 november 2013 is een Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan gepubliceerd. In het voorstel is een bedrijfsgeheim gedefinieerd als “informatie die aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet: a) de informatie is geheim in die zin dat zij, in haar geheel dan wel in de juiste samenstelling en ordening van haar bestanddelen, niet algemeen bekend is bij of gemakkelijk toegankelijk is voor personen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezighouden met de desbetreffende soort informatie; b) de informatie bezit handelswaarde omdat zij geheim is, en c) de informatie is door de persoon die rechtmatig daarover beschikt, onderworpen aan, gezien de omstandigheden, redelijke maatregelen om deze geheim te houden.” Pors 2013, p. 126; Tillema 2014.
De bescherming van vertrouwelijke bedrijfsinformatie geniet een groeiende belangstelling.1 Met de beslissingen in Enka/Dupont2 en SOBI/Hollandia3 heeft de Hoge Raad al langere tijd geleden aangegeven dat vertrouwelijke bedrijfsinformatie onder omstandigheden bescherming verdient.4 Ook de wetgever heeft oog voor de bescherming van vertrouwelijke bedrijfsinformatie. Zo kan een partij op grond van art. 22 of 843a Rv weigeren vertrouwelijke informatie over te leggen.5 In intellectuele eigendomszaken heeft de wetgever in art. 1019 e.v. Rv mogelijk gemaakt dat voorlopige maatregelen tot bescherming van bewijs kunnen worden getroffen als de verzoeker voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er inbreuk is of dreigt te worden gemaakt op zijn intellectueel eigendomsrecht (zie art. 1019b lid 1 Rv).6 Verlof tot het treffen van voorlopige maatregelen wordt echter niet verleend voor zover de bescherming van vertrouwelijke informatie niet is gewaarborgd (art. 1019b lid 4 Rv).7
Internationaal biedt art. 39 TRIPs onder voorwaarden bescherming aan bedrijfsgeheimen.8 Deze bepaling heeft geen rechtstreekse werking, in die zin dat de bepaling geen rechten in het leven roept waarop een burger zich voor de Nederlandse rechter kan beroepen,9 maar volgens Van der Korst “behoort deze verdragsrechtelijke bepaling sturend te zijn voor de interpretatie en toepassing van de algemene, nationale wetgeving waarbij het recht op zulke bedrijfsgeheimen een rol speelt.”10 Op Europees niveau beraadt de Commissie zich op regelgeving ter bescherming van vertrouwelijke bedrijfsinformatie omwille van het stimuleren van innovatie; eind november 2013 is een voorstel voor een richtlijn gepubliceerd.11