Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/VI.3.5.c
VI.3.5.c Tussenkomst en overige incidenten
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS377330:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Roest geeft het voorbeeld van de aandeelhouder die wil voorkomen dat tengevolge van de gedwongen overname de machtsverhoudingen tussen de resterende aandeelhouders wijziging ondergaat en er geen statutaire aanbiedingsregeling is, zie Losbl. Rp. (Roest), art 343, aant. 3. Zie ook Sanders/Westbroek (2005), p. 381, die tussenkomst bij de uittreding eveneens wenselijk vindt. Bij voeging bestaat de kans dat de nieuwe procespartij contre coeur de stellingen van gedaagde onderschrijft en in de proceskosten wordt veroordeeld. Met zijn tussenkomst kan hij zijn eigen recht of belangen verdedigen.
Idem Losbl. Rp. (Roest), art. 343, aant. 3.
OK 12 januari 2006, 2006/126 (Hooymans).
Voorz. OK 15 maart 2007, ARO 2007/55 (Hooymans). Ik vraag mij overigens af of enkel de voorzitter bevoegd is om een incidenteel vonnis te wijzen. Dit specifiek procesrechtelijk aspect gaat het bestek van dit boek te buiten.
Naast deze expliciet genoemde incidenten is tussenkomst ex art. 217 Rv mijns inziens eveneens een optie.1 Niet alleen de aandeelhouders, maar ook de vennootschap heeft volgens mij deze mogelijkheid.2 Ook zijn andere incidenten die niet zien op de positie van (toekomstige) procespartijen, denkbaar.
De procedure tussen de gebroeders Hooymans kenmerkte zich door niet altijd even kansrijke incidenten.
In 2006 stelde broer Geert bij wijze van incident een provisionele vordering in teneinde jaarstukken te verschaffen. De bedoeling van de incidentele vordering ontging de OK. De grieven van broer Geert waren gericht tegen de in zijn ogen te lage prijs die hij voor zijn aandelen kreeg. De voorziening was ingesteld voor het geval de OK geen nieuwe deskundige zou benoemen en de door de rechtbank vastgestelde waarde zou accorderen. Dit was op dit moment nog niet aan de orde, aldus de OK, dus toewijzing was ook nog niet aan de orde. Waarom de gevorderde voorziening 'provisioneel' zou zijn, ontging haar eveneens volledig.3
Ruim een jaar later was het weer raak. Ditmaal tekenden de broers Wim en Hennie in een incident verzet aan tegen de eiswijziging in hoger beroep van broer Geert. De broers vonden dat het geding onredelijke vertraging opliep. Deze vordering deelde het lot van de vorige incidentele vordering en werd afgewezen door (slechts) de voorzitter van de OK, ook al plaatste hij een vraagteken bij de noodzaak van de eiswijziging. In casu betekende een en ander een vertraging in een 'toch al zeer langdurige procedure', maar van strijd met een goede procesorde als bedoeld in art. 130 lid 1 Rv was geen sprake. Hij gaf broers Wim en Hennie de gelegenheid verweer te voeren, maar sloot in verband met die lange duur — verder schriftelijk debat ter rolle uit.4