De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/5.7.1:5.7.1 Algemeen
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/5.7.1
5.7.1 Algemeen
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS398475:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dit geldt in het algemeen voor het Europese recht dat volgens het principe van gedeeld bestuur wordt uitgevoerd. Zie Jans 2011, p. 202.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De handhaving van de Europese subsidieregelgeving is de primaire verantwoordelijkheid van de lidstaten.1 De invloed van de EU op de nationale handhavingspraktijk is in de afgelopen jaren echter steeds groter geworden. Dit is het gevolg van het feit dat de EU steeds meer belang hecht aan de bescherming van haar financiële belangen. In deze paragraaf wordt de handhaving van de Europese subsidieregelgeving aan de hand van de subsidie-regelgeving zelf en de jurisprudentie nader bezien.
De handhaving van de Europese subsidieregelgeving geschiedt weliswaar primair door de lidstaat, maar dit betekent niet dat de Europese instellingen buiten spel staan. In paragraaf 5.7.2 wordt beschreven hoe de gedeelde handhaving door de lidstaten enerzijds en de Europese Commissie, OLAF en de Europese Rekenkamer anderzijds gestalte krijgt. In paragraaf 5.7.3 wordt in algemene zin ingegaan op de toenemende invloed die het Europese recht heeft op de nationale handhavingspraktijk. Deze invloed wordt enerzijds gevoed door Europese (subsidie)regelgeving (paragraaf 5.7.3.2) en anderzijds door de jurisprudentie van het Hof van Justitie (paragraaf 5.7.3.3). In paragraaf 5.7.3.4 wordt dieper ingegaan op de eisen van gelijkwaardigheid, doeltreffendheid, afschrikkendheid en evenredigheid die door het Hof van Justitie in algemene zin aan de nationale handhaving van de Europese subsidieregelgeving worden gesteld.
Toezicht en controle van de uitvoering van de Europese subsidieregelgeving komt aan de orde in paragraaf 5.7.4. Een onderscheid wordt gemaakt tussen het bestuurlijk toezicht door de zogenoemde Comités van Toezicht op het OP (paragraaf 5.7.4.1) en de uit te voeren administratieve controles en controles ter plaatse door nationale uitvoeringsorganen teneinde te beoordelen of aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden en —verplichtingen is voldaan (paragraaf 5.7.4.2).
Paragraaf 5.7.5 ziet op de administratieve sancties en maatregelen in de Europese subsidieregelgeving die nationale uitvoeringsorganen moeten toepassen indien zich onregelmatigheden hebben voorgedaan. Deze sancties en maatregelen worden geplaatst in het kader van de Verordening nr. 2988/95, waarin van belang zijnde algemene bepalingen zijn neergelegd. Aandacht wordt besteed aan de soorten administratieve sancties en maatregelen, het á dan niet punitieve karakter ervan en de vereiste rechtsgrondslag. In paragraaf 5.7.6 wordt ingegaan op de vraag welke eisen het Europese recht stelt aan de handhaving van (strengere) nationale regels, de zogenoemde 'national rules', bij de verstrekking van Europese subsidies door nationale uitvoeringsorganen. Paragraaf 5.7.7 ziet op de in de Europese subsidieregelgeving gecodificeerde mogelijkheden om van de oplegging van maatregelen en sancties en de terugvordering af te zien. In paragraaf 5.7.8 wordt besproken in hoeverre door nationale uitvoeringsorganen op grond van de nationale uitleg van de beginselen van rechtszekerheid en vertrouwen van het uitvoeren van financiële correcties kan worden afgezien. In dat kader wordt ingegaan op het onderscheid tussen directe en indirecte toepassing van het Europese recht (paragraaf 5.7.8.1). Vervolgens wordt in paragraaf 5.7.8.2 ingegaan op de vraag op welke wijze de beginselen van rechtszekerheid en vertrouwen kunnen worden toegepast, wanneer sprake is van directe toepassing van het Europese recht. Paragraaf 5.7.8.3 beantwoordt dezelfde vraag voor de indirecte toepassing. In dat verband wordt uitgebreid ingegaan op de jurisprudentielijn die het Hof van Justitie heeft ingezet in het arrest Deutsche Milchkontor en het latere ESFarrest. In paragraaf 5.7.8.4 wordt de vraag beantwoord in hoeverre op grond van de beginselen van rechtszekerheid en vertrouwen van de terugvordering van staatssteun kan worden afgezien.
In paragraaf 5.7.9 wordt ingegaan op de vraag welke rol het evenredigheidsbeginsel speelt bij de oplegging van maatregelen en sancties en de terugvordering van Europese subsidies. Vervolgens wordt besproken in hoeverre nog ruimte bestaat voor het opleggen van nationale maatregelen en sancties (5.7.10). In paragraaf 5.7.11 wordt ingegaan op de relatie tussen de financiële correcties die de Europese Commissie toepast en de administratieve sancties en maatregelen die door nationale uitvoeringsorganen worden opgelegd. In paragraaf 5.7.12 wordt ingegaan op de verjaringstermijnen die gelden in het kader van het opleggen van administratieve sancties en maatregelen.