Omzetting als rechtsvormwijziging
Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/4.7.3.3:4.7.3.3 Storting op aandelen door vermogensaanwending
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/4.7.3.3
4.7.3.3 Storting op aandelen door vermogensaanwending
Documentgegevens:
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS494212:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De rechtshandeling rechtsvormwijziging kan derhalve niet als gift beschouwd worden. Een andere vraag is of rechterlijke toestemming tot het anders besteden van vermogen van de stichting, namelijk ter volstorting van de aandelen, als gift beschouwd kan worden.1
Een voorbeeld
De stichting heeft een vermogen van € 20 000. Ter gelegenheid van de rechts-vormwijziging wordt met inachtneming van artikel 2:18 lid 4 BW goedgekeurd dat voor het stichtingsvermogen voor een bedrag van € 18 000 wordt aangewend ter storting op de aandelen die in het kader van de rechtsvormwijziging worden toegekend. De aandeelhouder krijgt een potentiële bevoordeling aangezien hij als aandeelhouder gerechtigd is tot winsten van de rechtspersoon en tot het potentiële liquidatieoverschot. Het vermogen van de rechtspersoon wijzigt niet. Wel is het zo dat de vermogensbestanddelen een ander label krijgen, van eigen vermogen naar aandelenkapitaal.
De uit de rechtshandeling rechtsvormwijziging voortvloeiende handelingen kunnen wél als gift aangemerkt worden. Twee situaties zijn te onderscheiden. In de eerste plaats kan (zoals hiervoor genoemd) stichtingsvermogen met rechterlijke toestemming aangewend worden ter storting op de aandelen ter gelegenheid van de rechtsvormwijziging. In de tweede plaats kan na rechtsvormwijziging voormalig stichtingsvermogen met rechterlijke toestemming worden aangewend voor een ander doel dan het oorspronkelijke stichtingsdoel.2 In beide situaties verarmt de stichting wél. Vermogen van de stichting wordt aangewend op een andere wijze dan voor rechtsvormwijziging was voorgeschreven. Van verarming van de stichting kan gesproken worden evenals de verrijking van de aandeelhouders of leden die dat vermogen toegedeeld krijgen zonder wederprestatie. In de strikte leer kan een dergelijke aanwending anders dan het stichtingsdoel zich niet voordoen, dus kan van een gift geen sprake zijn. De flexibele leer staat een dergelijke vermogensaanwending toe. Derhalve kan wel van een gift gesproken worden. 3