Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/4.24
4.24 Vecon-jaarvergadering 1983
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977285:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Werkgroep-HEG SLO 1987; vgl. W.P. Blockmans, ‘Geschiedenis, staatsinrichting en maatschappijleer’, dl III, in: Werkdocumenten Basisvorming in het onderwijs: Geschiedenis, Staatsinrichting en Maatschappijleer, 1-29, 's-Gravenhage: WRR 1985.
Toespraak bij de installatie van de werkgroep voor wijziging van de eindexamenprogramma’s geschiedenis en staatsinrichting en van de in verband daarmee wenselijke wijziging van het leerplan geschiedenis en staatsinrichting van de Rijksscholen op 29 maart 1984 te Den Haag. De werkgroep is verder aangeduid met de werkgroep HEG.
Werkgroep-HEG SLO 1987; J. Vis, ’Een beeld van maatschappijleer’, PS 1984, p. 285-295.
In de ogen van de staatssecretaris zijn elementen van staatsinrichting gelijk aan het element staatsinrichting. Het is onzuiver van een ‘element’ te spreken. Staatsinrichting is een vak.
In het betoog is staatsinrichting versmald tot staatsinstellingen en met ‘element’ aangeduid. Bedoeld lijkt me nader te bepalen onderdelen van staatsinrichting bij het examen maatschappijleer onder te brengen.
Goedhart & Wijte, Histospeciaal 1986.
Ginjaar-Maas: staatsinrichting en recht integreren
Op de Vecon-ALV van 1983 herinnert staatssecretaris Ginjaar-Maas (VVD) zich haar opdracht al te goed om recht en staatsinrichting te integreren. De motie-Nypels (D'66) (1980) ligt hieraan ten grondslag. Intussen (1984) vordert de Structuurcommissie Eindexamen Maatschappijleer (SEM) met het maken van afspraken over de eindtermen voor geschiedenis en staatsinrichting met de Werkgroep Herziening Eindexamen Geschiedenis en Staatsinrichting (HEG).1 Bij de installatie van de werkgroep is bestuurlijk meegegeven dat ‘staatsinrichting een wezenlijk bestanddeel vormt van de vorming tot politiek bewuste staatsburgers, en dat de kennis van staatsinstellingen getoetst moet worden’.2
‘Elementen’ van staatsinrichting naar maatschappijleer
De vakken staatsinrichting en recht zijn door de HEG en SEM in de context van de vakken geschiedenis en maatschappijleer betrokken.3 ’Elementen van staatsinrichting’ zijn opgenomen in het examenvak maatschappijleer.4 Een mogelijke overlap lijkt Ginjaar-Maas niet bezwaarlijk: ‘Het gaat immers om een beperkte duur en een beperkt aantal scholen. Ook moet na het experiment in 1990 besloten worden over de plaats van ‘het element’ staatsinrichting in de examenprogramma’s van maatschappijleer en geschiedenis’.5 Het HEG-advies over ‘het onderdeel’ Het functioneren van het parlementaire stelsel in het Koninkrijk der Nederlanden in 1815, 1848, 1917, heden is opgenomen.6 Met dit onderdeel moet Ginjaar-Maas ‘in haar element’ zijn geweest!