Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/2.10.2
2.10.2 Horizontaal toezicht versus Zeitnahe Betriebsprüfung
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS401761:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In dezelfde zin W. Nijssen, Invloeden op de vennootschapsbelasting, WFR 2012/63, paragraaf 2. Essers noemt de introductie van horizontaal toezicht zelfs een stille revolutie. P.H.J. Essers, Horizontaal Toezicht: een stille revolutie, WFR 2008/3.
Zie over de rol van “vertrouwen” binnen belastingheffing A.K.J.M. van Steenbergen, Conferentie ‘Tax and Trust’, WFR 2018/16.
Brief Staatssecretaris van Financiën van 12 april 2007, nr. DGB2007-1685, V-N 2007/20.4.
Het belang en het kunnen laten zien van “in control zijn” is de laatste decennia in brede zin toegenomen (met andere woorden geldt het ook in gevallen van verticaal toezicht). Zie ook uitgebreid hoofdstuk 2.4.1 over corporate governance.
Brief van de staatssecretaris van Financiën van 27 juni 2017, nr. 2017-0000124416, V-N 2017/39.5.
F.C. de Groot, Het rapport onderzoek grote ondernemingen: worden de beleidsverwachtingen omtrent het horizontaal toezicht ook daadwerkelijk gerealiseerd? WFR 2017/2004.
P.H.J. Essers, Horizontaal Toezicht: een stille revolutie, WFR 2008/3.
Onderzoek Allen & Overy, Global tax practice, negotiating the minefield: managing tax risks in challenging times, January 2017, blz. 13.
E.C.J.M. van der Hel-van Dijk, Horizontaal toezicht in Europees perspectief, WFR 2011/281. Paragraaf 5.2.
“Eine zeitnahe Betriebsprüfung setzt eine verstärkte Kooperation zwischen Unternehmen und Finanzverwaltung voraus. Bei kooperationsbereiten Unternehmen wird die Finanzverwaltung alle Möglichkeiten ausschöpfen, um das gemeinsame Ziel der größeren Zeitnähe der Betriebsprüfung zu realisieren. Die gute Kooperation des Unternehmens wird unterstützt und belohnt.” Zie de Brochure Eckpunte für die Durchführung einer Zeitnahen Prüfung von Grossbetrieben und Konzernen. https://www.lfst rlp.de/fileadmin/user_upload/Presse/Flyer/broschuere_eckpunkte_1013.pdf.
G.T.K. Meussen, Kritische kanttekeningen bij het rapport van de Commissie Horizontaal toezicht Belastingdienst, WFR 2012/1024, paragraaf 2.
O.a. bij een seminar in Tilburg op 27 februari 2013 in het kader van het Duits-Nederlandse onderzoeksproject Interreg IVa van de Europese Unie ‘Belastingheffing in het grensgebied Duitsland-Nederland’, waarbij het onderwerp horizontaal toezicht en zeitnahe Betriebsprüfung uitgebreid is besproken.
Een ontwikkeling die ook van invloed kan zijn op de winstbelasting van lichamen in Nederland is het in 2005 geïntroduceerde concept van horizontaal toezicht.1 Kort gezegd, betekent dit concept een samenwerkingsovereenkomst (convenant) tussen de belastingplichtige en de Belastingdienst gebaseerd op wederzijds vertrouwen.2 Deels inhakend op de ontwikkelingen omtrent corporate governance (zie ook hoofdstuk 2.4.1) heeft ook de Nederlandse Belastingdienst getracht zijn benadering richting ondernemingen te veranderen. De gedachte is dat de Belastingdienst een belastingplichtige minder hoeft te controleren, als vanuit een andere hoek (corporate governance) de onderneming ook al geacht wordt fiscaal “in control’’ te zijn en verantwoording moet afleggen. Volgens de Staatssecretaris van Financiën is horizontaal toezicht “een open relatie met de Belastingdienst waarin er over fiscale kwesties snel zekerheid kan worden geboden. Hierdoor kan er zoveel mogelijk in de actualiteit worden gewerkt waardoor de controles achteraf minder intensief hoeven te zijn.’’3 Belastingplichtigen hebben de plicht om de fiscus tijdig te informeren over fiscale plannen en risico’s. In ruil daarvoor krijgen zij vrijwel direct antwoord en daarmee zekerheid. Eén van de belangrijkste aspecten bij horizontaal toezicht is dat de belastingplichtige een zogenoemd tax control framework moet kunnen overleggen.4 Daarmee laat de belastingplichtige zien “in control’’ te zijn en worden de controletaken van de Belastingdienst (deels) overgenomen. Op 26 juni 2017 is er een rapport verschenen met daarin onderzoeksresultaten van horizontaal toezicht bij grote ondernemingen.5 Volgens de staatssecretaris leiden de bevindingen tot de conclusie dat individuele klantbehandeling, en horizontaal toezicht als onderdeel daarvan, een waardevolle vorm van toezicht is op grote organisaties. De Groot is kritischer en concludeert dat de beleidsverwachtingen inzake het horizontaal toezicht niet daadwerkelijk zijn gerealiseerd.6
Interessant vind ik de gedachte van Essers die opmerkt dat horizontaal toezicht er toe zal leiden dat belastingplichtigen en hun adviseurs minder aan fiscale grensverkenning zullen doen. Dit zal er toe kunnen leiden (of kunnen hebben geleid) dat er minder procedures gevoerd zullen worden en er meer vooroverleg zal plaatsvinden tussen de belastingplichtige en de Belastingdienst. Daardoor zal ook de positie van de belastingrechter beïnvloed kunnen worden. Door minder fiscale procedures komt waarschijnlijk de interpretatieve functie van de rechter minder tot haar recht en krijgt de wetgever daardoor minder signalen over het functioneren van de wetgeving in de praktijk en over de noodzaak om wetswijzigingen aan te brengen.7 Dit gevolg zou van invloed kunnen zijn als ik de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid (als onderdeel van de fiscaal-beleidsanalytische toets uit mijn toetsingskader) van de verschillende Duitse en Nederlandse rechtsregels met elkaar vergelijk.
In Duitsland is de samenwerking tussen de Finanzverwaltung en de belastingplichtige niet zo vergaand als in Nederland. Duitsland kent geen horizontaal toezicht traject en uit onderzoek van Allen & Overy blijkt dat in Duitsland (slechts) 18% van de onderzochte ondernemingen open en transparant richting de Belastingdienst is, terwijl dat percentage in Nederland 48 blijkt te zijn.8
Duitsland kent sinds 2006 het concept van de zeitnahe Betriebsprüfung. Dit houdt in dat de Finanzverwaltung meer wil werken in de actualiteit en de controletijd wil verkorten. Dit komt tot uiting in het streven naar een controleritme van één jaar, in plaats van de traditionele controles die gemiddeld drie jaar beslaan.9 Evenals bij horizontaal toezicht staat ook bij het concept van zeitnahe Betriebsprüfung wederzijds vertrouwen en samenwerking centraal.10
Het (praktische) verschil tussen horizontaal toezicht en zeitnahe Betriebsprüfung wordt mijns inziens goed weergegeven door Meussen. Hij schrijft dat een Duitse bedrijfsfiscalist hem vol ongeloof aankeek toen hij het concept van horizontaal toezicht uitlegde. Meussen denkt dat horizontaal toezicht nu en in de voorzienbare toekomst ondenkbaar is in Duitsland. Volgens hem zal men in Duitsland niet verder gaan dan de zeitnahe Betriebsprüfung.11 Deze zienswijze van Meussen kan ik bevestigen door mijn ervaringen die ik in de praktijk heb opgedaan.12