Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/6.1
6.1 Inleiding
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS439374:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Art. 333i lid 4.
Een aantal onderdelen van dit hoofdstuk publiceerde ik al eerder: zie Van Boxel 2007.
Zie o.m. Van Solinge 2007, p. 678.
Zie ook Gepken-Jager 2007, p. 302.
MvT, TK, 2006-2007, 30 929, nr. 3, p. 7.
De referentievoorschriften zijn standaardbepalingen voorzien door de Europese wetgever ter compensatie van de onmogelijkheid om tot een akkoord te komen mbt een regeling omtrent medezeggenschap. Zie voor toepassing en inhoud van de referentievoorschriften artt. 1:21 en 31 Wet rol werknemers Europese rechtspersonen (Stb. 2005,166). Zie verder Roest 2007, p. 709, de bijdrage van S.T. Kortekaas in Van Boxel e.a. 2004, hfdst 13, de bijdrage van Roest in KoppenolLaforce (e.a.) 2005, hfdst. 6, p. 154-160 en de bijdrage van Witteveen in De Kluiver (e.a.) 2004, 1, Deel III, p. 200-205.
Schoonbrood Bosveld 2006, p. 24. Zie ook Gepken-Jager 2007, p. 302.
Het rechtmatigheidtoezicht op de verwezenlijking van de grensoverschrijdende fusie is in Nederland ook opgedragen aan de notaris. Zoals in § 4.18.1 al werd aangegeven is dit toezicht voor de Nederlandse notaris alleen aan de orde bij een inbound fusie. Een van de onderdelen van de verklaring die de notaris moet afgeven, is dat de regeling met betrekking tot medezeggenschap is vastgesteld conform de wettelijke regeling van artikel 333k.1
De naleving van de medezeggenschapsaspecten is daarmee een van de kernonderdelen geworden met betrekking tot de rol van de notaris bij de grensoverschrijdende fusie.
De regeling was bij de inwerkingtreding van de wijzigingen van Titel 7 in 2008 niet geheel onbekend. Ook bij de oprichting van een SE spelen medezeggenschapsaspecten een belangrijke rol.2
Het is juist het medezeggenschapsaspect dat gezien kan worden als een van de grootste hobbels die bij het komen tot 'uniforme' wetgeving rondom de SE en de grensoverschrijdende fusie genomen moesten worden.3
Zonder nadere regeling zou medezeggenschap verdwijnen indien een rechtspersoon waar (een organisatie van) werknemers medezeggenschapsrechten kunnen uitoefenen als verdwijnende vennootschap zou fuseren met een rechtspersoon in een lidstaat waar geen medezeggenschap zou gelden.
De medezeggenschapsregeling die geldt bij een grensoverschrijdende fusie en gebaseerd is op de Richtlijn GOF, is afgeleid van de regeling die toepasselijk is bij een grensoverschrijdende fusie op grond van de SE Verordening.4
Kernpunten van de regeling zijn:5
Voor beïnvloedt na: de situatie voorafgaand aan de fusie is maatgevend, zij het niet beslissend voor de regels na de fusie;
De vennootschap en werknemers onderhandelen over wenselijkheid en vorm van de vennootschapsrechtelijke medezeggenschap;
Leiden onderhandelingen tussen de vennootschap en werknemers niet tot overeenstemming, dan gelden zogenoemde referentievoorschriften, waardoor afhankelijk van het aantal werknemers dat reeds medezeggenschap kende een vorm van medezeggenschap moet worden uitgewerkt in de verkrijgende vennootschap;6
De aandeelhouders van de fuserende vennootschappen hebben het laatste woord; kunnen zij zich niet in het resultaat van de onderhandelingen of de referentievoorschriften vinden, dan gaat de fusie niet door.
Schoonbrood en Bosveld constateerden al terecht, als een van de eersten, dat de regeling in de Richtlijn GOF weliswaar gebaseerd is op de medezeggenschapsregeling bij de SE maar dat de Richtlijn GOF voor een andere uitwerking kiest; niet de onderhandeling tussen management en werknemersvertegenwoordigers is uitgangspunt maar het regime dat geldt in het land van de verkrijgende vennootschap.7 Onderhandelen komt eerst aan de orde in een aantal bijzondere gevallen. Deze worden behandeld in § 6.5.