Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen
Einde inhoudsopgave
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/6.3.1.6.a:6.3.1.6.a Invorderingsfaciliteit bij overlijden ab-houder
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/6.3.1.6.a
6.3.1.6.a Invorderingsfaciliteit bij overlijden ab-houder
Documentgegevens:
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk, datum 01-09-2013
- Datum
01-09-2013
- Auteur
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk
- JCDI
JCDI:ADS350347:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onder de huidige wetgeving is voor de situatie waarin een ab-houder komt te overlijden geen invorderingsfaciliteit ter zake van de ab-claim opgenomen. Wel kunnen de in 4.17a en 4.17b Wet IB 2001 opgenomen doorschuiffaciliteiten worden toegepast. Deze doorschuiffaciliteiten heb ik in mijn first-best voorstel niet opgenomen. Daarvoor in de plaats heb ik een invorderingsfaciliteit voor het overlijden van de ab-houder gecreëerd (zie paragraaf 6.2.1.4.a). In mijn second-best voorstel heb ik de hiervoor genoemde doorschuiffaciliteiten, met de nodige aanpassingen, behouden. De vraag is of daarnaast een invorderingsfaciliteit in de wet zou moeten worden opgenomen. In principe heeft het niet mijn voorkeur om in een second-best voorstel, bedoeld als overgangsfase, een nieuwe faciliteit op te nemen. Ik maak een uitzondering als er zwaarwegende argumenten zijn. Ik acht het hier verdedigbaar in mijn second-best voorstel voor het overlijden van de ab-houder een invorderingsfaciliteit te creëren. Invorderingsfaciliteiten vormen bij uitstek het juiste instrument om liquiditeitsproblemen als gevolg van de belastingheffing te voorkomen. Het voorstel uit paragraaf 6.2.1.4.a neem ik integraal over omdat een invorderingsfaciliteit, mits juist vormgegeven, mijn voorkeur heeft. Belastingplichtigen zullen, als gevolg van de geldende voorwaarden, van de invorderingsfaciliteit alleen gebruikmaken indien zij de faciliteit echt nodig hebben.