Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/10.3.1:10.3.1 Inleiding
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/10.3.1
10.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS581145:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Verordening 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, PbEG 2001, L 12/1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht zal het, zeker bij zaken waar het Europees mededingingsrecht van toepassing is, snel voorkomen dat de gelaedeerden en de laedens in verschillende landen woonachtig zijn en de effecten van de inbreuk op het mededingingsrecht zich verspreiden over meerdere landen. Voor wat betreft de vraag welke rechter bevoegd is, indien de gelaedeerde in grensoverschrijdende gevallen een vordering wil instellen tegen de laedens, dient gekeken te worden naar het commune internationaal bevoegdheidsrecht en de EEX-VO (Verordening 44/2001).
Het commune internationaal bevoegdheidsrecht is alleen nog van belang ingeval de internationale bevoegdheidsvraag buiten het formeel en materieel toepassingsgebied van de internationale regelingen valt waaraan Nederland is gebonden. In de praktijk is de EEX-VO de belangrijkste internationale regeling.
Verordening 44 /2001 regelt welke rechter bevoegd is kennis te nemen van vorderingen tegen verweerders die hun woonplaats in een van de lidstaten hebben.1 Dergelijke verweerders kunnen worden gedagvaard voor de gerechten van de staat waar zij woonplaats hebben of — naar keuze van de verzoeker — voor de gerechten van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan. De plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan is (a) de plaats van de schadeveroorzakende gebeurtenis of (b) de plaats waar de schade is ingetreden (naar keuze van de verzoeker).