Einde inhoudsopgave
Rechtsverwerking en klachtplichten in het verbintenissenrecht (R&P nr. CA28) 2024/4.2.3
4.2.3 De rechtspraak van de Hoge Raad bevat slechts een enkele zin
H. Boom, datum 28-06-2024
- Datum
28-06-2024
- Auteur
H. Boom
- JCDI
JCDI:ADS973535:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4600, NJ 2014/497 (Van de Steeg/Rabobank), r.o. 4.2.1.
Door A-G Wesseling-van Gent en A-G Wissink wordt aan deze overweging van de Hoge Raad wel de gevolgtrekking verbonden dat art. 6:89 BW van toepassing is op alle verbintenissen, zie conclusie A-G Wesseling-van Gent vóór HR 8 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:336, par. 4.12 en conclusie A-G Wissink 5 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:381 en conclusie A-G Wissink 19 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:436, beide par. 2.6, waarbij Wissink ook aandacht besteedt aan de plaats van art. 6:89 BW in het burgerlijk wetboek.
Wat zegt de jurisprudentie van de Hoge Raad? In Van de Steeg/Rabobank overweegt de Hoge Raad dat art. 6:89 BW van toepassing is op ‘alle verbintenissen’:
“Art. 6:89 BW is van toepassing op alle verbintenissen, waaronder ook die uit beleggingsadviesrelaties (…).”1
Met deze korte zin luidt de Hoge Raad een college over de toepassing van art. 6:89 BW in. De Hoge Raad poneert deze rechtsregel ongeclausuleerd. Cassatietechnisch betreft het een overweging ten overvloede, omdat de vraag of art. 6:89 BW in de voorliggende casus überhaupt van toepassing is geen onderwerp vormt van de cassatieklachten van Van de Steeg. Het is de eerste keer dat de Hoge Raad zich uitlaat over het toepassingsbereik van art. 6:89 BW, terwijl hij in latere rechtspraak geen verdere aanwijzing over zijn bedoelingen op dit punt in Van de Steeg/Rabobank heeft gegeven.
De zin is multi-interpretabel. Hij kan zo worden begrepen dat de Hoge Raad bedoelt dat art. 6:89 BW van toepassing is op alle soorten verbintenissen, ook op verbintenissen die voortvloeien uit beleggingsadviesrelaties waar het in de voorliggende zaak om ging, om in de vervolgoverwegingen duidelijk te maken dat de door hem geslagen piketpalen over de toepassing van art. 7:23 lid 1 BW ook voor art. 6:89 BW gelden.
De zin kan echter ook meer algemeen worden begrepen, namelijk simpelweg dat art. 6:89 BW van toepassing is op ‘alle verbintenissen’. Aangezien het slechts een enkele zin betreft en de Hoge Raad later nooit meer op deze kwestie is teruggekomen, kan bezwaarlijk doorslaggevende betekenis aan Van de Steeg/Rabobank worden verbonden voor het toepassingsbereik van art. 6:89 BW.2