Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/5.2.7.7
5.2.7.7 Dechargeverlening aan OK-functionarissen
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652151:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
HR 25 juni 2010 (r.o. 4.2), NJ 2010/373; JOR 2010/227, m.nt. J.B. Wezeman (De Rouw/Dingemans).
OK 18 maart 2013 (r.o. 2.3), JOR 2013/136, m.nt. A.F.J.A. Leijten (De Orthopedische Schoenmakerij).
OK 8 juli 2019 (r.o. 3.24-3.25), JOR 2019/279, m.nt. M.H.C. Sinninghe Damsté (DEM); OK 3 december 2019 (r.o. 1.6; 3.18), JOR 2020/85, m.nt. P.H.M. Broere (ZED+).
Zie bijv. OK 31 maart 2006 (r.o. 2.4), JOR 2006/181, m.nt. M.W. Josephus Jitta (NIBO) (ten aanzien van een OK-commissaris en OK-beheerder); OK 31 januari 2007 (r.o. 2.3), ARO 2007/38 (Bonne Route) (ten aanzien van een OK-bestuurder).
Cornelissen 2010, p. 79. Zie ook Leijten (onder 8) in zijn annotatie bij OK 18 maart 2013, JOR 2013/136 (De Orthopedische Schoenmakerij).
Uit een verleende decharge (of ‘kwijting’) vloeit ‘ontslag van aansprakelijkheid’ van een bestuurder of commissaris voort:1 een gedechargeerde functionaris kan in beginsel niet langer door de rechtspersoon worden aangesproken wegens onbehoorlijke taakvervulling in het verleden. Sinds De Orthopedische Schoenmakerij acht de Ondernemingskamer zich niet langer bevoegd OK-bestuurders decharge te verlenen.2 Datzelfde geldt mijns inziens voor OK-commissarissen en OK-beheerders. De algemene vergadering is bevoegd OK-functionarissen decharge te verlenen, waarbij die bevoegdheid in een voorkomend geval ook kan worden uitgeoefend door een OK-beheerder. De Ondernemingskamer is ook niet bereid concept besluiten tot dechargeverlening goed te keuren.3 Zie over de verlening van decharge aan OK-functionarissen nader par. 4.10.3.2 en par. 4.10.3.3.
Voor De Orthopedische Schoenmakerij achtte de Ondernemingskamer zich nog wel bevoegd tot de verlening van decharge aan OK-functionarissen.4 De Ondernemingskamer bood OK-functionarissen daarmee enige bescherming tegen aansprakelijkstelling van OK-functionarissen door de rechtspersoon. Cornelissen schreef destijds:
‘Mocht de Ondernemingskamer op dit punt ooit ‘om’ gaan, dan zou ik ervoor pleiten dat zij in de beschikking waarin zij de bestuurder (of andere functionaris) van zijn functie ontheft, op een andere manier laat blijken dat naar haar oordeel de functionaris zijn taak volledig naar behoren vervuld heeft, bijvoorbeeld door in het dictum te ‘verstaan’ dat dit het geval is.’5
De Ondernemingskamer blijkt hier in beperkte mate toe bereid, waarvoor zij verwezen naar par. 5.2.7.16.