De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/5.2.7.4:5.2.7.4 Voorafgaande toestemming voor aansprakelijkstelling van OK-functionarissen
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/5.2.7.4
5.2.7.4 Voorafgaande toestemming voor aansprakelijkstelling van OK-functionarissen
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652369:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Josephus Jitta 2003, p. 469-470 en p. 472. Instemmend DLA Piper 2009, p. 12.
Croiset van Uchelen 2008, p. 230. Zie HR 19 oktober 2001 (r.o. 3.6), NJ 2002/92, m.nt. J.M.M. Maeijer; JOR 2002/5, m.nt. F.J.P. van den Ingh (SkyGate); HR 14 september 2007 (r.o. 4.2), NJ 2007/611, m.nt. J.M.M. Maeijer (onder NJ 2007/612); JOR 2007/238, m.nt. S.M. Bartman (onder JOR 2007/239) (Versatel); HR 14 december 2007 (r.o. 3.6), NJ 2008/105, m.nt. J.M.M. Maeijer; JOR 2008/11, m.nt. A. Doorman (DSM).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Ondernemingskamer kan volgens Josephus Jitta OK-functionarissen meer bescherming tegen aansprakelijkstelling bieden door bij de benoeming van OK-functionarissen te bepalen dat diegenen die zelf bij het verband van de rechtspersoon zijn betrokken, pas nadat zij daarvoor toestemming hebben gekregen van de Ondernemingskamer mogen overgaan tot het aansprakelijk stellen van een OK-functionaris. Volgens hem bieden art. 2:357 lid 1 BW – bedoeld zal zijn art. 2:357 lid 2 BW – en de ruime vrijheid die de Ondernemingskamer toekomt bij het treffen van onmiddellijke voorzieningen daarvoor ruimte.1 Kritisch hierover is Croiset van Uchelen, die meent dat een dergelijke voorziening te ver gaat, mede in het licht van de terughoudendheid die de Ondernemingskamer van de Hoge Raad na SkyGate, Versatel en DSM in acht heeft te nemen.2 Vooralsnog is de Ondernemingskamer hier ook niet toe overgegaan. Deze voorziening gaat minder ver dan de gedwongen intrekking van een reeds uitgebrachte aansprakelijkstelling of de verplichting tot exoneratie, maar een algemene voorziening van deze aard gaat naar mijn mening nog altijd te ver. Betrokkenen zouden daarmee te ver worden afgehouden van hun recht op aansprakelijkstelling van OK-functionarissen.
Voorstelbaar is dat de Ondernemingskamer voorafgaande toestemming voor aansprakelijkstelling zou voorschrijven waar een OK-functionaris concrete dreiging met aansprakelijkstelling ervaart. Het risico bestaat wel dat de Ondernemingskamer door toestemming te verlenen de rechter die vervolgens oordeelt over de aansprakelijkheid van de OK-functionaris beïnvloedt. Om daaraan tegemoet te komen zou de Ondernemingskamer bij wetswijziging exclusief bevoegd kunnen worden gemaakt kennis te nemen van civielrechtelijke aansprakelijkheidsvorderingen ingesteld tegen OK-functionarissen. Ook dan kunnen OK-functionarissen echter nog tuchtklachten verwachten, of in een strafrechtelijke procedure worden betrokken. Het ligt niet voor de hand daarin ook een rol voor de Ondernemingskamer te creëren. De oplossing van Josephus Jitta is in een concrete casuspositie wellicht denkbaar, maar mijns inziens niet wenselijk.