Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/2.3.5.4
2.3.5.4 Titel 4.5 Awb
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS702105:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
In de Kamerstukken en aanverwante literatuur wordt wel gesteld dat titel 4.5 Awb niet ‘uitputtend’ is. Kamerstukken II 2018/19, 35256, 3, p. 32-33. Zie ook: Advies Huijts en Tjepkema Universiteit Leiden, bijlage bij Kamerstukken II 2018/19, 35256, 3, p. 7.
Zie daarvoor bijvoorbeeld Bijlage 1 § 4.1 bij de ledenbrief VNG Model Verordening nadeelcompensatie (https://vng.nl/brieven/vng-model-verordening-nadeelcompensatie-nieuw).
In hun reactie op het wetsvoorstel Wijziging Awb en enkele andere wetten in verband met het nieuwe omgevingsrecht en nadeelcompensatierecht (Kamerstukken II 2018/19-2020/21, 35256) geven Tjepkema en Huijts aan dat strijdige beleidsregels in de praktijk niet voorkomen (Advies Huijts en Tjepkema Universiteit Leiden, bijlage bij Kamerstukken II 2018/19, 35256, 3, p. 5). Dat beeld wordt door de regering bevestigd (Kamerstukken II 2018/19, 35256, 3, p. 31-32).
De term ‘ongeldig’ klinkt wat krukkig, maar is dogmatisch zuiverder dan ‘onverbindend’. Beleidsregels bevatten immers niet voor burgers bindende regels.
Inmiddels is wel duidelijk dat met titel 4.5 Awb wordt voorzien in een uniforme regeling voor nadeelcompensatie. Dat roept de logische vraag op wat dat betekent voor de hierboven beschreven (beleids)regels op het gebied van nadeelcompensatie. Kunnen die – wellicht in gewijzigde vorm – blijven bestaan? In de Memorie van Toelichting bij de Wns zei de regering daarover het volgende:
“Voor zover het gaat om aspecten waarin de wetgeving niet voorziet, zoals bij bepaalde procedurele aspecten, zal deze bevoegdheid op dezelfde wijze blijven bestaan. Maar ook indien het gaat om de concretisering van onderdelen van de wettelijke regeling, zoals bij de vraag wat in bepaalde gevallen onder normaal maatschappelijk risico moet worden verstaan, kan het ook in de toekomst van belang zijn daarover beleidsregels op te stellen.”1
Er blijft dus ruimte voor de vaststelling van wetsinterpreterende beleidsregels (alsook voor beleidsregels die titel 4.5 Awb aanvullen). De behoefte daartoe zal ook blijven bestaan omdat titel 4.5 Awb, met name op procedureel vlak, niet erg gedetailleerd is.2 De inzet van deskundigen is een procedureel aspect dat nadere regeling behoeft. Of die nadere regeling het beste vorm kan krijgen via een beleidsregel of een verordening, is niet op voorhand te zeggen. De regering geeft wel aan dat procedurele regels zich over het algemeen beter lenen voor opname in een verordening dan regels die open normen concretiseren/invullen (zoals een nadere invulling van het normale maatschappelijke risico). Aangenomen moet worden dat ook projectgebonden regelingen ter uitvoering van procedurele aspecten, ingegeven door bijvoorbeeld de één-loketgedachte, mogelijk blijven.3
Wellicht ten overvloede merk ik op dat beleidsregels die strijdig zijn met titel 4.5 Awb, bijvoorbeeld omdat zij geheel andere criteria bevatten voor nadeelcompensatie, komen te vervallen.4 Beleidsregels die worden vastgesteld na de inwerkingtreding van titel 4.5 Awb, maar daarmee strijdig zijn, zijn ongeldig.5