Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/5.4.2
5.4.2 Een remedie moet evenredig zijn
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955540:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3 lid 2 Handhavingsrichtlijn (‘belemmeringen voor legitiem handelsverkeer’). Zie ook HvJ EU 12 juli 2011, C-324/09, ECLI:EU:C:2011:474 (L’Oréal/eBay), rov. 140; HvJ EU 24 november 2011, C-70/10, ECLI:EU:C:2011:771 (Scarlet Extended), rov. 52; HvJ EU 16 februari 2012, C-360/10, ECLI:EU:C:2012:85 (Netlog), rov. 50; HvJ EU 27 maart 2014, C-314/12, ECLI:EU:C:2014:192 (UPC Telekabel), rov. 56; HvJ EU 7 juli 2016, C-494/15, ECLI:EU:C:2016:528 (Tommy Hilfiger/Delta Center), rov. 34-35; HvJ EU 15 september 2016, C-484/14, ECLI:EU:C:2016:689 (McFadden), rov. 93. Zie ook EHRM 11 maart 2014, nr. 20877/10, ECLI:CE:ECHR:2014:0311DEC002087710 (Akdeniz/Turkije), rov. 25-28.
Zie in dat verband ook: Husovec, JIPLP 2017, afl. 2, p. 123.
HvJ EU 27 maart 2014, C-314/12, ECLI:EU:C:2014:192 (UPC Telekabel), rov. 51; HvJ EU 16 juli 2015, zaak C-580/13, ECLI:EU:C:2015:485 (Coty Germany), rov. 41; HvJ EU 15 september 2016, C-484/14, ECLI:EU:C:2016:689 (McFadden), rov. 92 en 100; HvJ EU 18 oktober 2018, C-149/17, ECLI:EU:C:2018:841 (Bastei Lübbe), rov. 51-52.
Ov. 17 Handhavingsrichtlijn (‘in elk afzonderlijk geval’) en 24 Handhavingsrichtlijn (‘afhankelijk van het geval en zo de omstandigheden het rechtvaardigen’); HvJ EU 16 juli 2015, C-580/13, ECLI:EU:C:2015:485 (Coty Germany), rov. 24. Zie ook Aronstein 2019, nr. 278.
Art. 3 lid 1 Handhavingsrichtlijn (‘niet onnodig ingewikkeld of kostbaar’). Zie ook HvJ EU 24 november 2011, C-70/10, ECLI:EU:C:2011:771 (Scarlet Extended), rov. 48; HvJ EU 16 februari 2012, C-360/10, ECLI:EU:C:2012:85 (Netlog), rov. 46. Zie ook EHRM 11 maart 2014, nr. 20877/10, ECLI:CE:ECHR:2014:0311DEC002087710 (Akdeniz/Turkije), rov. 25-28.
Ov. 17 Handhavingsrichtlijn (‘de opzettelijke of onopzettelijke aard van de inbreuk’) en art. 25 Handhavingsrichtlijn (‘onopzettelijk en zonder nalatigheid’). Zie ook HvJ EU 16 juli 2015, zaak C-580/13, ECLI:EU:C:2015:485 (Coty Germany), rov. 24 en 39.
Art. 13 TRIPs. Zie ook HvJ EU 30 januari 2019, C-220/17, ECLI:EU:C:2019:76 (Planta Tabak), rov. 98.
Art. 3 lid 2 Handhavingsrichtlijn (‘belemmeringen voor legitiem handelsverkeer’). Zie ook HvJ EU 12 juli 2011, C-324/09, ECLI:EU:C:2011:474 (L’Oréal/eBay), rov. 140; HvJ EU 24 november 2011, C-70/10, ECLI:EU:C:2011:771 (Scarlet Extended), rov. 52; HvJ EU 16 februari 2012, C-360/10, ECLI:EU:C:2012:85 (Netlog), rov. 50; HvJ EU 27 maart 2014, C-314/12, ECLI:EU:C:2014:192 (UPC Telekabel), rov. 56; HvJ EU 7 juli 2016, C-494/15, ECLI:EU:C:2016:528 (Tommy Hilfiger/Delta Center), rov. 34-35; HvJ EU 15 september 2016, C-484/14, ECLI:EU:C:2016:689 (McFadden), rov. 93. Zie ook EHRM 11 maart 2014, nr. 20877/10, ECLI:CE:ECHR:2014:0311 DEC002087710 (Akdeniz/Turkije), rov. 25-28.
HvJ EU 18 oktober 2018, C-149/17, ECLI:EU:C:2018:841 (Bastei Lübbe), rov. 53; HvJ EU 15 september 2016, C-484/14, ECLI:EU:C:2016:689 (McFadden), rov. 92; 97-100.
Ov. 17 Handhavingsrichtlijn.
Art. 2 lid 3 sub a en ov. 3, 9 en 15 Handhavingsrichtlijn.
Art. 17 lid 2 Handvest en art. 1 EP EVRM (bescherming van intellectuele eigendom); art. 47 Handvest en art. 6 en 13 EVRM (doeltreffende voorziening in rechte). Zie ook ov. 10 en 32 Handhavingsrichtlijn.
Ov. 2 en 32 Handhavingsrichtlijn.
Ov. 4-6 Handhavingsrichtlijn.
Aronstein 2019, nr. 294.
Zie ook Sieburgh, NJB 2008/3, afl. 1: “Onzekerheid kan niet worden bestreden door welke vertogen over wetenschappelijkheid en methodiek dan ook. Steunend op de techniek van de psychologie: de enige wijze om onzekerheid te bestrijden is door haar te accepteren”.
Aronstein 2019, nr. 278; Stürner 2010, p. 329-330.
Tegenover het minimumvereiste van effectiviteit staat dat handhavingsmaatregelen evenredig moeten zijn. Het noodzakelijkheidsbeginsel vereist in dit verband dat het gebruikte middel niet verder gaat dan nodig is voor de verwezenlijking van het beoogde doel. Dit betekent dat de remedie voldoende doelgericht moet zijn om een bijdrage te leveren aan de beëindiging van (verdere) inbreuken, zonder dat rechtmatige activiteiten nodeloos worden geraakt.1 Het kan dan ook raadzaam zijn om aandacht te besteden aan andere doeltreffende en minder bezwarende maatregelen.2
Het evenredigheidsbeginsel in strikte zin vereist vervolgens dat de voordelen van de maatregel voor het nagestreefde doel in een redelijke verhouding staan tot de schadelijke gevolgen ervan voor andere belangen. De wezenlijke inhoud van de betrokken grondrechten moet daarbij in alle gevallen intact blijven.3 Bij de vaststelling van dit evenwicht moet rekening worden gehouden met alle relevante omstandigheden.4
Een analyse van de Handhavingsrichtlijn, het Handvest en de relevante rechtspraak resulteert in een omvangrijke catalogus van feitelijke en juridisch-technische omstandigheden die de rechter kan betrekken bij de belangenafweging. Onder de feitelijke omstandigheden vallen onder meer de (in)effectiviteit, kosten en complexiteit van de maatregel,5 de verwijtbaarheid van de gedaagde,6 de exploitatiebelangen van de eiser,7 de schadelijke gevolgen voor de gedaagde,8 de aanwezigheid van geschikte alternatieve maatregelen9 en de vaststelling van eventueel misbruik.10 Tot de juridisch-technische factoren behoren de specifieke kenmerken van het betrokken intellectuele-eigendomsrecht,11 de doeltreffendheid en integriteit van het materiële recht,12 de bescherming van het recht op intellectuele eigendom en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte,13 de nadelige gevolgen voor andere grondrechtelijke belangen14 en de verenigbaarheid met het internationale recht.15
Afhankelijk van het betrokken feitencomplex kunnen de bovengenoemde omstandigheden met wisselende intensiteit aan de orde komen.16 Dit contextuele karakter maakt het uitdagend om algemene richtsnoeren te geven voor de uitkomst van de evenredigheidstoets. Het is echter belangrijk te beseffen dat een bepaalde mate van rechtsonzekerheid inherent is aan juridische oordeelsvorming.17 Het evenredigheidsbeginsel dient vooral als hulpmiddel om tot een gestructureerde afweging te komen.18 In het volgende hoofdstuk zal worden ingegaan op de concrete invulling van deze afweging in de context van een rechterlijk verbod.