De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/4.2.10.1:4.2.10.1 Algemeen
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/4.2.10.1
4.2.10.1 Algemeen
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS398462:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In hoofdstuk 6, paragraaf 6.3 wordt besproken in hoeverre een Europese verordening naar Nederlands recht bevoegdheden kan scheppen. In dat kader wordt ingegaan op de Nederlandse literatuur en jurisprudentie op dit punt.
Zie over het vereiste van de dubbele bevoegdheidsgrondslag hoofdstuk 6, paragraaf 6.32.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf wordt bezien in hoeverre het mogelijk is dat (andere) nationale uitvoeringsorganen rechtstreeks aan een Europese subsidieverordening een bevoegdheid ontlenen, indien het nationale recht daarvoor onvoldoende grondslag biedt. Indien deze mogelijkheid bij voorbaat wordt uitgesloten heeft dit tot gevolg dat nationale uitvoeringsorganen door zich te beroepen op gebrekkig nationaal recht gemakkelijk kunnen bewerkstelligen dat zijzelf en de eindontvanger van de Europese subsidie de Europese subsidieverplichtingen kunnen ontlopen.
Het verdient opmerking dat voormelde vraag in deze paragraaf vanuit het Europese recht wordt beantwoord.1 Vandaar dat in paragraaf 4.2.10.2 wordt ingegaan op het Europees legaliteitsbeginsel. Aan de orde komt in hoeverre dat beginsel het mogelijk maakt dat nationale uitvoeringsorganen aan een Europese verordening een bevoegdheid ontlenen, dan wel eist dat ook op nationaal niveau een wettelijke grondslag bestaat (zogenoemde vereiste van de dubbele bevoegdheidsgrondslag).2Paragraaf 4.2.10.3 ziet op de situatie dat er in het nationale recht geen bevoegd nationaal uitvoeringsorgaan is aangewezen. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2.10.4 ingegaan op het geval waarin wel een bevoegd nationaal uitvoeringsorgaan is aangewezen maar de nationale bevoegdheden niet toereikend zijn om de Europese terugvorderingsverplichtingen die zijn gericht tot de lidstaat neergelegd in de Europese subsidieverordening uit te voeren. In dat kader wordt een onderscheid gemaakt tussen terugvorderingsverplichtingen waarvan duidelijk is dat voor de uitvoering daarvan nationaal recht noodzakelijk is en verplichtingen die wellicht rechtstreeks toepasselijk zijn. In paragraaf 4.2.10.5 wordt ingegaan op de vraag in hoeverre een eindontvanger van de Europese subsidie gebonden is aan een verplichting die ingevolge een Europese subsidieverordening op de lidstaten rust en de lidstaten geen beoordelingsmarge laat, in die zin dat een nationaal uitvoeringsorgaan wegens niet-nakoming van deze verplichting tot terugvordering moet besluiten.