Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.4.3.2.4
11.4.3.2.4 Toelevering aan een buiten de EU gevestigde toll manufacturer
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258478:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Bij de toelevering van materialen, delen of onderdelen aan een buiten de Europese Unie gevestigde toll manufacturer kan de transactiewaarde van de ingevoerde goederen worden gebruikt voor het bepalen van de douanewaarde. Ik meen dat dat in het gegeven voorbeeld anders is als het een van de andere categorieën toeleveringen betreft. Het onderscheid houdt verband met het feit dat materialen, delen en onderdelen in de ingevoerde goederen worden belichaamd en daaropvolgend ingevoerd, terwijl de andere toeleveringen weliswaar worden gebruikt voor de voortbrenging van de ingevoerde goederen, maar niet ten invoer worden aangegeven.
HvJ EU 12 december 2013, nr. C-116/12 (Ioannis Christodoulou e.a. tegen Elliniko Dimosio), ECLI:EU:C:2013:825, r.o. 60. Er kan echter ook worden gesteld dat de toepassing van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen niet mogelijk is, omdat zowel economisch en juridisch bezien geen eigendom overgaat van de tollmanufacturer aan de principaal (onderdeel 7.4.2.3.2). In dat geval zou de douanewaarde bepaald moeten worden overeenkomstig een alternatieve waarderingsmethode. Omwille van het uitgangspunt dat de douanewaarde zoveel als mogelijk op basis van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen vastgesteld moet worden, is het wenselijk om in de gevallen zoals geïllustreerd in figuur 11.2 de douanewaarde ook overeenkomstig de transactiewaarde van de ingevoerde goederen te bepalen.
Deze visie wordt ook gesteund door Case Study 5.1. Application of Article 8.1 (b). (Assists in relation to armored vehicles: the basic vehicles.) (Adopted, 18th Session, 21 November 1989, 35.650). In Case Study 5.1 worden auto’s door de koper gratis ter beschikking gesteld aan de buitenlandse fabrikant die de auto’s pantsert. De auto’s zijn door de koper betrokken van een derde partij die in hetzelfde land als de buitenlandse fabrikant is gevestigd. De Technische commissie douanewaarde is van mening dat in dergelijk gevallen de werkelijk betaalde of te betalen prijs gelijk is aan de dienstverleningsvergoeding en voor de vaststelling van de douanewaarde de aankoopkosten van de auto’s toelevering in de zin van artikel 8, lid 1, onderdeel b, ten eerste, CVA (artikel 71, lid 1, onderdeel b, ten eerste, DWU) in aanmerking genomen moet worden.
HQ 543737 van 21 juli 1986.
De materialen, delen of onderdelen die worden gebruikt ter vervaardiging van het ingevoerde goed kunnen ook namens de koper (principaal) door een derde worden geleverd aan een toll manufacturer die buiten de Europese Unie is gevestigd (figuur 11.2). Het Ioannis Christodoulou e.a. tegen Elliniko Dimosio-arrest biedt ruimte om ook in dit geval de douanewaarde vast te stellen op basis van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen.1 In dit arrest oordeelde het Hof van Justitie dat een bewerkings‑ of verwerkingsovereenkomst de toepassing van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen niet in de weg staat en, met andere woorden, als verkoop voor uitvoer kan kwalificeren.2 De transactiewaarde bestaat in dat geval uit de dienstverleningsvergoeding die de toll manufacturer in rekening brengt aan de principaal, verhoogd met de prijs die de leverancier van de grondstoffen berekent aan de principaal als zijnde een toelevering in de zin van artikel 71, lid 1, onderdeel b, ten eerste, DWU.3/4
Figuur 11.2 – Toll manufacturer