Einde inhoudsopgave
De Europese Executoriale Titel (BPP nr. III) 2005/3.4
3.4 Weigeringsgronden
Mr. M. Zilinsky, datum 02-03-2005
- Datum
02-03-2005
- Auteur
Mr. M. Zilinsky
- JCDI
JCDI:ADS379477:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 41 bepaalt immers dat de uitvoerbaarverklaring zonder toetsing uit hoofde van art. 34 en 35 wordt verleend. Art. 43 lid 1 biedt aan elke partij de mogelijkheid om een rechtsmiddel tegen de uitvoerbaarverklaring in te dienen.
Burgerlijke Rechtsvordering, Vlas, Verdragen & Verordeningen, EEX-Verordening, Art. 34, aant. 1; Burgerlijke Rechtsvordering, Vlas, Verdragen & Verordeningen, EEX-Verdrag, Art. 27, aant. 1.
Zie over deze problematiek: P. Mennicke, 'Berbcksichtigung einer Schutzschrift des Antragsgegners bei der Entscheidung über die Vollstreckbarerklkung nach EuGVÜ', IPRax 2000, p. 294-300. Het is echter onder het EEX-Verdrag verdedigbaar om te stellen dat nu de exequaturrechter ambtshalve een onderzoek naar de weigeringsgronden moet verrichten, hij wel de inhoud van een 'Schutzschrift' in zijn oordeel over de exequaturverlening mag laten meewegen. Het verdrag zelf noch de verschillende uitvoeringsregelingen bepalen hoe de exequaturrechter het onderzoek dient te verrichten.
Kropholler (2002), p. 445.
P. Vlas, 'EEX-Verordening (Brussel I) vastgesteld', Ondernemingsrecht 2001, p. 95.
De weigeringsgronden in het EEX-Verdrag zijn opgenomen in art. 27 en 28. In de verordening ontbreekt de weigeringsgrond van art. 27 sub 4 EEX-Verdrag ('prealabele vragen') omdat de regels van het internationaal privaatrecht op het gebied van de staat en de bevoegdheid van natuurlijke personen in de verschillende lidstaten steeds meer op elkaar worden afgestemd (COM (1999) 348 def., p. 25). Zie ook Gaudemet-Tallon (2002), p. 320, alwaar opgemerkt wordt dat de niet-opneming van de weigeringsgrond van art. 27 sub 4 EEX-Verdrag in de EEX-Verordening een logisch gevolg is van de invoering van de 'Brussel IP-Verordening.
De beslissing van een rechter van een lidstaat wordt overeenkomstig art. 33 lid 1 EEX-Vo zonder vorm van proces erkend. De verordening biedt echter ook de mogelijkheid om een vreemde beslissing de erkenning te ontzeggen. Ingevolge art. 34 en 35 wordt een vreemde beslissing in bepaalde gevallen niet erkend. De toetsing aan deze artikelen wordt eerst op verzoek van de wederpartij verricht.1 Dit is een wijziging ten opzichte van de situatie onder het EEX-Verdrag. Onder de werking van het EEX-Verdrag is reeds de erkenningsrechter gehouden om de te erkennen beslissing aan de weigeringsgronden te toetsen. Dit onderzoek dient hij ambtshalve te verrichten.2 Dit in tegenstelling tot de regeling onder de EEX-Verordening. In de praktijk onder het verdrag deed zich echter vaak het probleem voor dat de rechter niet op de hoogte was van het bestaan van bepaalde weigeringsgronden. Sommige weigeringsgronden vereisen meer informatie waarvoor een extra onderzoek nodig is. Art. 34 EEX-Verdrag schrijft voor dat het gerecht tot hetwelk het verzoek tot tenuitvoerlegging is gericht, onverwijld uitspraak doet. Dit brengt met zich mee dat het onderzoek naar de weigeringsgronden slechts marginaal kan worden uitgevoerd. Onder de EEXVerordening geldt een ander systeem, waarover in paragraaf 4.2.
In Duitsland heeft zich onder het EEX-Verdrag de praktijk ontwikkeld dat door de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt verzocht die - op welke manier dan ook - op de hoogte raakt van het verzoek om exequaturverlening, bij de over dit verzoek oordelende rechter een 'Schutzschrift' wordt ingediend. Hierin worden aan de rechter bezwaren tegen de exequaturverlening meegedeeld. De Duitse rechter pleegde in zijn oordeel omtrent het verzoek tot exequaturverlening de inhoud van het 'Schutzschrift' mee te nemen. Ofschoon uit het oogpunt van de proceseconomie voor een dergelijke gang van zaken iets valt te zeggen, dient te worden opgemerkt dat deze in strijd is met de doelstelling van het EEX-Verdrag, namelijk de invoering van een vrij verkeer van beslissingen. Het is mijns inziens ook in strijd met art. 34 lid 1 tweede zin EEX-Verdrag, omdat de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt verzocht, in de eerste instantie niet wordt gehoord.3 Onder de werking van de EEX-Verordening is het indienen van een 'Schutzschrift' eveneens niet toegestaan, aangezien de exequaturrechter ingevolge art. 41 EEX-Vo zonder toetsing aan de weigeringsgronden omtrent het verzoek dient te beslissen.4 De weigeringsgronden mogen pas in de rechtsmiddelprocedure worden getoetst (vgl. art. 45 lid EEX-Vo), nadat tegen de erkenning bezwaren worden geuit.
In de praktijk heeft de erkenningsrechter onder het EEX-Verdrag in de eerste fase meestal het exequatur zonder veel moeite verleend. Onder de verordening wordt deze praktijk voortgezet, aangezien het exequatur verleend wordt zodra aan de formaliteiten van art. 53 EEX-Vo is voldaan. Deze bepaling schrijft voor welke documenten tezamen met het verzoek om exequaturverlening aan de rechter overgelegd moeten worden. De regeling van de verordening leidt mijns inziens ertoe dat de exequaturverlening in de eerste fase nooit geweigerd kan worden. Het kan wel gebeuren dat de door de verordening voorgeschreven documenten ontbreken. De rechter kan de aanvulling daarvan verlangen. Nadat zulks is geschied, wordt het exequatur alsnog verleend.5 Indien de exequaturverzoekende partij niet de krachtens art. 53 en art. 54 EEX-Vo vereiste documenten overlegt, zal de aangezochte exequaturrechter het verzoek afwijzen. Van een weigering kan hier dan ook geen sprake zijn. De afwijzing is het gevolg van de gebreken die aan het verzoek verbonden zijn. Worden deze gebreken hersteld, bijvoorbeeld door het alsnog voldoen aan de genoemde bepalingen, dan kan het exequatur worden verleend. Van een weigering van exequaturverlening, zoals bedoeld in de EEX-Verordening, is mijns inziens sprake indien het exequatur niet verleend kan worden in verband met bepaalde gebreken die aan de te erkennen beslissing zijn verbonden en niet alsnog weggenomen kunnen worden.
Zoals reeds opgemerkt kan de rechter eerst in de procedure tegen de exequatur-verlening de vreemde beslissing aan de weigeringsgronden toetsen. De weigeringsgronden zijn in art. 34 en 35 EEX-Vo opgenomen.6