Sturen met proceskosten
Einde inhoudsopgave
Sturen met proceskosten (BPP nr. XII) 2011/6.5.4:6.5.4 De Engelse indemnity basis
Sturen met proceskosten (BPP nr. XII) 2011/6.5.4
6.5.4 De Engelse indemnity basis
Documentgegevens:
mr. P. Sluijter, datum 31-10-2011
- Datum
31-10-2011
- Auteur
mr. P. Sluijter
- JCDI
JCDI:ADS601335:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Cook 2010, p. 149.
Cook 2010, p. 149-151. Jackson 2010, p. 37-38, meent echter dat het 'overriding objective' van proportionaliteit in Rule 1.1(2)(c) CPR ook nog enigszins doorwerkt in de indemnity basis, met name bij het berekenen van individuele kostenposten.
Jackson 2009, p. 26.
Cook 2010, p. 155.
Cook 2010, p. 155-160.
Amoco [2002] BLR 135, QBD (Comm Ct).
National Westminster Bank plc v Rabobank [2007] EWHC 1742 (Comm) QBD.
Balmorel Group Ltd v Borealis [2006] EWHC 2531 (Comm).
Zie r.o. 19.
Zie r.o. 32.
Zie r.o. 9.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor 1986 waren rechters volledig vrij in hun kostenveroordelingen. Dat leidde wel eens tot weinig doordachte kostenbeslissingen, waarna de verliezer soms alles moest betalen, zelfs de onredelijkste kosten die de winnaar claimde.1 Daarop is besloten om de berekeningswijze te reguleren (in de RSC Ord 62, ingevoerd in 1986). De normale wijze werd de standard basis, waarbij de bewijslast van de redelijkheid van kostenposten bij de winnaar lag. Bij de indemnity basis moest de verliezer juist bewijzen dat bepaalde kostenposten niet redelijk waren. Beide bases zijn overgenomen in Rule 44.4 CPR 1998, maar daaraan is nog een verschil toegevoegd. Bij de standard basis moeten de kosten naast redelijk ook proportioneel zijn, gerelateerd aan het zaaksbelang, de complexiteit en de financiële positie van partijen. De indemnity basis kent wel de redelijkheidseis, maar niet de proportionaliteitseis, dus mogen de kosten disproportioneel hoog zijn, zolang de verschillende posten van werkelijk gemaakte kosten maar niet aantoonbaar onredelijk zijn.2
De indemnity basis wordt volgens Jackson vooral toegepast bij 'an abuse of process or some other culpability or unreasonable conduct' .3 Cook brengt hier bovendien categorieën in aan:4
Bedrog of achterbaksheid (deceit or underhandedness)
Misbruik van het proces (abuse of the courts procedure)
Niet met een open houding het proces ingaan (not coming to court with open hands)
Vage/lichtvaardige claims (tenuous claims)
Ongerechtvaardigde verweren (unjustified defences)
Omvangrijk en onnodig bewijs (voluminous and unnecessary evidence)
Verkeerde (bij)bedoelingen bij het proces (extraneous motives for the litigation)
In zijn omvangrijke kostengids heeft Cook een overzichtje opgenomen van zaken waarin de kosten volgens de indemnity basis zijn berekend (buiten de gevallen waarin die is toegepast wegens offers to settle).5De rechter past de indemnity basis bijvoorbeeld toe bij het constant wisselen van rechtsgronden6 en het lichtvaardig beschuldigen van de wederpartij van fraude.7 Een overdreven hoge vorderingopbasisvan' wishful thinking' is overigens niet altijd zodanig onredelijk dat de indemnity basis wordt toegepast.8
Interessant is de uitgebreide motivering die Justice Coulson geeft bij zijn beslissing om de indemnity basis toe te kennen in een smaadzaak.9 Eiser en gedaagde waren respectievelijk vicevoorzitter en voorzitter van een door ruzie verdeelde vereniging. Gedaagde werd vlak na een telefonisch conflict met eiser een aantal malen hinderlijk gebeld, waarbij de beller soms stil bleef en soms bedreigende en seksuele uitingen deed. Gedaagde stuurde binnen de vereniging een brief rond waarin hij dit meldde, overigens zonder daarbij eiser direct te beschuldigen. Eiser vatte deze brief echter op als smaad en startte een libel action bij de High Court (Queen's Bench). Uit getuigenverklaringen, bel-, en sms-gegevens die in de aanloop naar en tijdens het proces naar voren kwamen, bleek eiser echter wel degelijk achter de telefoontjes gezeten te hebben, al dan niet via een 16-jarige jongen die hij daartoe had aangezet. Op de derde zittingsdag trok eiser zijn claim in. De gedaagde vroeg om vergoeding van indemnity costs.De rechter wees deze (en een voorschot van £50.000 !) toe, omdat zowel hetpre-trial conduct als de onderliggende claim niet deugden. In de voorfase had de eiser redelijke schikkingsaanbiedingen stellig geweigerd en wilde daar zelfs niet over praten. De onderliggende claim had volgens de rechter vooral als doel 'to pursue the bizarre vendetta's' binnen de vereniging.10 Bovendien was de claim op een leugen of op zijn minst op te grote onwaarschijnlijkheden gebaseerd:
‘(..) the claimant launched defamation proceedings either knowing that they were based on a lie or, giving him the greatest possible benefit of the doubt and assuming that he was not responsible for the calls, knowing that his case depended on a number of odd coincidences. He started the action in the knowledge that he had made the silent calls (albeit, on his case, with a convoluted explanation which he shared with no one until the second day of the trial); and in the knowledge either that he had also instructed the malicious calls, or knowing very soon after the proceedings started that the evidence pointed inexorably to that conclusion. And yet he maintained the claim until the third day of the trial, allowing him over a day in the witness box to make all sorts of unfounded and often risible suggestions about the defendant and a host of other people in the Association who were not even parties to the proceedings.'11
Deze zaak illustreert niet alleen hoe de rechter een leugenachtig en kansloos proces afstraft met indemnity costs, maar ook hoe uitgebreid de rechter aandacht aan het procesgedrag gerelateerd aan de kostenbeslissing besteedt: ruim zeven pagina's lang. De rechter formuleert aan de hand van eerdere jurisprudentie als norm:
‘If indemnity costs are sought, the court must decide whether there is something in the conduct of the action, or the circumstances of the case in question, which takes it out of the norm in a way which justifies an order for indemnity costs (..)'12
Deze norm vergt een uitgebreide bespreking en de rechter voldoet daar ruimschoots aan, maar het is de vraag of een dergelijke norm en motivering te handhaven zouden zijn in een systeem waarin de proceskosten lager zijn. Dat alleen het voorschot in de proceskosten in een smaadzaak aan één zijde al £5 . bedraagt zou in Nederland of België bijvoorbeeld nauwelijks denkbaar zijn.