Bedrijfswaarde (FM)
Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/6.7.1:6.7.1 Bedrijfswaarde in relatie tot verkoopwaarde
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/6.7.1
6.7.1 Bedrijfswaarde in relatie tot verkoopwaarde
Documentgegevens:
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS344304:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 7 december 1994, nr. 29 334 met conclusie A-G Van Soest, BNB 1995/ 88 met noot van G. Slot, FED 1995/68 met noot van Th.S. IJsselmuiden.
Art. 2:387, vierde lid, eerste zin, Burgerlijk Wetboek; de vierde EG-richtlijn vennootschapsrecht; International Accounting Standard 16 (IAS 16).
Zie voor andere oorzaken van een blijvend vermogensverlies in de visie van IJsselmuiden paragraaf 6.8 van dit hoofdstuk.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
IJsselmuiden schrijft in zijn annotatie1 bij een arrest inzake de mogelijke afwaardering van een kantoorpand door een notarismaatschap dat de opbrengst bij verkoop van een afzonderlijk bedrijfsmiddel, buiten het geval van de zelfstandige vruchtdrager, voor de fiscale winstberekening betekenis mist. Ook komt het begrip bedrijfswaarde in de zin van verkoopwaarde (bij verkoop van een onderneming of van het aparte bedrijfsmiddel) volgens IJsselmuiden in botsing met de algemeen aanvaarde beginselen van de winstberekening. In zijn visie staan duurzame bedrijfsmiddelen niet voor hun waarde op de balans, maar voor de nog niet afgeschreven verkrijgingsprijs. Hij schrijft verder: 'Wat het bedrijfsmiddel, zolang het in de onderneming prestaties levert, werkelijk waard is, mist volgens goed koopmansgebruik betekenis voor de winstbepaling.' Alleen dan, als het waardeverlies naar verwachting 'duurzaam' is2 moet de waardevermindering ten laste van het resultaat worden gebracht. Duurzaam is volgens IJsselmuiden een waardevermindering die gedurende de restgebruiksduur van het bedrijfsmiddel niet meer zal worden goedgemaakt: als (IAS 16, blz. 41) sprake is van een 'permanent impairment'. Een belangrijke — wellicht de belangrijkste oorzaak van een blijvend vermogensverlies is in zijn visie de technologische ontwikkeling3.
IJsselmuiden schrijft verder ten aanzien voor het voorbeeld van de technologische ontwikkeling: 'Omdat de techniek nooit op zijn schreden terug komt, is dit vermogensverlies onomkeerbaar. Men kan dan ook in dit geval nog wel met goed recht betogen dat het verlies niet direct ten laste van het resultaat mag komen maar aan de resterende gebruiksjaren moet worden toegerekend. Er zijn echter argumenten, minder van principiële dan van praktische aard, die pleiten voor onmiddellijke verliesverantwoording. Het belangrijkste argument is dat door directe afboeking de afschrijvingen op het peil komen van concurrenten die met de nieuwe apparatuur werken.'
Volgens IJsselmuiden vormt de waardedaling van een vast actief dat in het voortbrengingsproces van producten of diensten een functie vervult, alleen dan een verlies dat direct ten laste van het resultaat komt indien de waardedaling gedurende de resterende gebruiksduur van het actief naar verwachting niet meer zal worden goed gemaakt.
Aan de relatie bedrijfswaarde-verkoopwaarde zal mede aan de hand van het hiervoor genoemde arrest, in hoofdstuk 10 nog aandacht worden besteed.