Kavelruil
Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/0.8:8. Europa: wie betaalt, bepaalt?
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/0.8
8. Europa: wie betaalt, bepaalt?
Documentgegevens:
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS478590:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aangezien wij heden ten dage – en, door de economische crisis en de daarmee op Europees niveau gepaard gaande (financiële) onzekerheid over ‘onze’ euro, wellicht meer en wranger dan ooit – met recht kunnen en moeten zeggen: ‘Ich bin ein Europäer’, 1 mag een kort onderzoek naar de Europese dimensie van de (Nederlandse) kavelruil niet ontbreken. Ook los van de almaar toenemende Europese eenwording en de afname van de soevereiniteit van de aangesloten lidstaten, is ‘Europa’ een niet te vermijden onderwerp binnen een studie naar de geheimen van de kavelruil. Zonder de inmenging van Europa is er namelijk geen of in ieder geval aanmerkelijk minder subsidie beschikbaar voor de deelnemers aan een kavelruil in Nederland, zo zal blijken. Onderzocht zal worden of het credo ‘wie betaalt, bepaalt’ ook ten aanzien van de Europese wetgever opgaat. Ligt de Nederlandse kavelruil aan een Europees infuus of is er nog voldoende speelruimte op nationaal niveau over?
De Europese co-financiering van de landinrichting in Nederland zal de belangrijkste focus van de Europese excursie vormen. Zijdelings zal aandacht worden geschonken aan Europese ontwikkelingen ten aanzien van het thema landinrichting in het algemeen en kavelruil in het bijzonder, maar deze thema’s zullen slechts kort worden aangestipt, aangezien zal blijken dat het primaat ten aanzien van de (privaat- en publiekrechtelijke) juridisch-technische inhoud van het landinrichtingsinstrumentarium nagenoeg geheel bij de lidstaten zelf ligt, waardoor van Europese harmonisatie op landinrichtingsgebied nauwelijks sprake is. Een verregaande mate van harmonisatie zou overigens de wind goeddeels uit mijn onderzoekszeilen hebben genomen, aangezien het begrip ‘grensoverschrijdende kavelruil’, dat na de Europese excursie zal worden behandeld, alsdan een logische stap zou vormen in dit harmonisatieproces en wellicht niet, zoals nu het geval is, de status van ‘gedachtenexperiment’ zou hebben gehad. Het gebrek aan (dwingende) wettelijke kaders op Europees niveau speelt mij derhalve in de kaart.
Geheel in de stijl van de titel van deze proeve dient ook ten aanzien van het Europese deel van de reis nadere begrenzing plaats te vinden: de Europese dimensie van de kavelruil zal slechts op hoofdlijnen worden onderzocht. Het vormen van een algemeen 2 beeld van de stand van zaken acht ik voldoende, mede gezien de bescheiden rol die Europa zichzelf op dit terrein, op dit moment althans, toebedeelt.