Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/10.6.1
10.6.1 Het inhoudelijke criterium: het weglaten of onduidelijk weergeven van essentiële informatie
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS496035:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De CMAR 1988 bevatten een verbod op misleidende reclame en in dat opzicht een negatief geformuleerde transparantieplicht aan de hand waarvan misleiding door onduidelijke informatie en halve waarheden werd aangepakt.
In de zelfregulerende instrumenten vindt men uitzonderingen. De regel in de Codes of Practice van de ASA dat reclame `legai, decent, honest and truthfur moet zijn lijkt op een algemene informatieverplichting voor reclamemakers. Zij is bovendien aangevuld met specifieke regels m.b.t. welk type informatie aan de consument dient te worden gegeven.
Twigg-Flesner e.a. 2005, p. 54 (par. 4.13 aldaar); Collins 2010, p. 104-106.
Giordano Ciancio 2008, p. 23: 1...) a duty of disclosure is recognised by English Courts when information is voluntary withheld with the intention to deceive.'
`Misrepresentation' vereist weliswaar een feitelijke verklaring, maar onder sommige omstandigheden kan 'a failure to provide information' wel degelijk als een `misrepresentation' worden aangemerkt wanneer sprake is van een opzettelijke poging om informatie verborgen te houden, een halve waarheid of het niet-tijdig verbeteren van een door nieuwe informatie onnauwkeurig geworden eerdere verklaring: Twigg-Flesner e.a. 2005, p. 53 (par. 4.11 aldaar).
Ervine 2008, p. 150. Er wordt in de Guidance opmerkelijk genoeg niet nader op Reg. 6(2) ingegaan.
(4) Where a commercial practice is an invitation to purchase, the following information will be material if not already apparent from the context in addition to any other information which is material information under paragraph (3).'
Ervine 2008, p. 150: 'What information is required may range from a very small amount of information for simple products, to more information for complex products'; OFT 2008a, p. 34.
OFT 2008a, p. 34; Collins 2010, p. 105.
Collins 2010, p. 105-106.
OFT 2008a, p. 34.
655. Aan de analyse van de inpassing van de subnorm 'misleidende omissie' in het Engelse recht gaat een korte bespreking vooraf van de manier waarop in Engeland, tot aan de richtlijn, het weglaten of onduidelijk weergeven van informatie werd aangepakt. In par. 10.6.1 wordt ingegaan op het verbod op het weglaten of onduidelijk weergeven van informatie in het algemeen uit art. 7 lid 1 en 2 richtlijn. In par. 10.6.2 sta ik stil bij het specifiek op de 'uitnodiging tot aankoop' toegesneden verbod op misleidende omissies. In 10.6.3, ten slotte, zal de Engelse benadering van de systematiek van de misleidende omissietoets worden onderzocht.
656. Er bestond in het Engelse recht voorafgaand aan de richtlijn geen algemene wettelijke verplichting voor de handelaar om de consument informatie te verschaffen.1 Wettelijke informatieplichten betreffen doorgaans het verschaffen van specifieke, in de wet gedetailleerde informatie.2 Deze informatieplichten zijn veelal afkomstig uit Europese richtlijnen en gelden meestal slechts in een bepaalde sector of situatie (pakketreizen, colportage of koop op afstand). In de common law bestaat er slechts op het terrein van het verzekeringsrecht een informatieverplichting voor de toekomstige verzekerde. In dit opzicht is er sprake van een noviteit naar Engels recht: art. 7 richtlijn legt een algemene `duty of disclosure' op die geen nationaalrechtelijke evenknie kent.3 Het uitgangspunt in de common law is dat de consument zelf naar de relevante informatie moet vragen: `caveat emptor'. Is het antwoord op dit verzoek onjuist, onvolledig of misleidend, dan pas kan de professionele partij aansprakelijk worden gesteld. In de literatuur worden de common law-leerstukken van "fraud' (bedrog)4 en misrepresentation' (dwaling)5 als mogelijke aanknopingspunten genoemd.
657. De algemene verplichting die uitgaat van art. 7 lid 1 en 2 richtlijn is omgezet in Reg. 6, waarin vier vormen van misleidende omissie worden onderscheiden:
`6. (1) A commercial practice is a misleading omission if; in its factual context, taking account of the matters in paragraph (2)
(a)the commercial practice omits material information,
(b)the commercial practice hides material information,
(c)the commercial practice provides material information in a manner which is unclear, unintelligible, ambiguous or untimely, or
(d)the commercial practice fails to identity its commercial intent, unless this is already apparent from the context, and as a result it causes or is likely to cause the average consumer to take a transactional decision he would not have taken otherwise.'
Reg. 6(1)(a) komt overeen met art. 7 lid 1 richtlijn. Reg. 6(1)(b), (c) en (d) bevatten de praktijken benoemd in art. 7 lid 2 richtlijn. Het lijkt niet eenvoudig de verschillende typen omissies, met name die genoemd onder b en c, uit elkaar te houden. Volgens Reg. 6(1) aanhef dient de beoordeling uit te gaan van de feitelijke context. Verder dient, zo blijkt uit Reg. 6(2), bij alle in Reg. 6(1) genoemde praktijken rekening te worden gehouden met de volgende, letterlijk uit de richtlijn overgenomen, maar meer overzichtelijk gemaakte gezichtspunten:
(2) The matters referred to in paragraph (1) are
(a)all the features and circumstances of the commercial practice;
(b)the limitations of the medium used to communicate the commercial practice (including limitations of space or time); and
(c)where the medium used to communicate the commercial practice imposes limitations of space or time, any measures taken by the !rader to make the information available to consumers by other means.'
De gezichtspunten a en b, met uitzondering van het zinsdeel tussen haakjes, komen voort uit art. 7 lid 1 richtlijn. Het zinsdeel tussen haakjes en gezichtspunt c volgen uit art. 7 lid 3 richtlijn. Wat onder de verwijzing naar de context en de ruim omschreven gezichtspunten valt, staat op grond van de richtlijn niet vast. Onder c valt mogelijk het beschikbaar stellen van informatie op de website van de handelaar.6 Rechters zullen van mening kunnen verschillen over wanneer een omissie is gerechtvaardigd of niet.
658. Het begrip `material information' uit de aanhef wordt nader gedefinieerd in Reg. 6(3), waarin de richtlijndefinitie van het begrip 'essentiële informatie' en art. 7 lid 5 richtlijn betreffende de EU-rechtelijke informatieplichten weergegeven in bijlage II bij de richtlijn zijn omgezet:
(3) In paragraph (1) "material information" means
(a)the information which the average consumer needs, according to the context, to take an informed transactional decision; and
(b)any information requirement which applies in relation to a commercial communication as a result of a Community obligation.'
Essentiële informatie in de zin van Reg. 6(3) is niet beperkt tot de lijst met essentiële informatie in geval van een uitnodiging tot aankoop (par. 10.6.2). Dit is uitdrukkelijk vastgelegd in Reg. 6(4).7 Het begrip dient ruimer te worden opgevat. Vraag is echter hoe ruim. De complexiteit van het product komt in de literatuur en in de Guidance naar voren als een belangrijk gezichtspunt bij de vaststelling van wat essentiële informatie vormt.8 Daarnaast wordt er in beide bronnen van uitgegaan dat de prijs essentieel is.9 Ook genoemd zijn bijvoorbeeld de `health and safety risks' ,10 het tweedehands karakter van een product en of het product klaar is voor nieuwe technologische ontwikkelingen (televisie).11 Deze voorbeelden wijzen, naar ik meen, op een ruime opvatting van de informatie die de consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit te nemen.
Briggs J benadrukt in OFT/Purely Creative dat common law-concepten als de `caveat emptor' enerzijds en de `utmost good faith' anderzijds buiten beschouwing moeten worden gelaten en dat het begrip 'essentiële informatie' gelet op het interne marktbelang niet te ruim mag worden uitgelegd: 'the question is not whether the omitted information would assist, or be relevant, but whether its provision is necessary to enable the average consumer to take an informed transactional decision' (to. 74).
Overigens is de niet-limitatieve lijst uit bijlage II niet in de CPR 2008 opgenomen. Reg. 6(3)(b) verwijst hier in ruime bewoordingen naar. De toezichthouder en rechter worden aangezet zelf op zoek te gaan naar de betreffende bepalingen.