Einde inhoudsopgave
Aandeelhoudersverantwoordelijkheid (VDHI nr. 129) 2015/8.4.1
8.4.1 Het eerste voorbeeld
Mr. B. Kemp, datum 21-07-2015
- Datum
21-07-2015
- Auteur
Mr. B. Kemp
- JCDI
JCDI:ADS296534:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Buijn & Storm 2013, p. 407-408. Zij overwegen ook dat de individuele aandeelhouder zich – ook binnen de algemene vergadering van aandeelhouders – in beginsel mag richten op zijn eigen belang (Buijn & Storm 2013, p. 381).
HR 13 februari 1942, NJ 1942, 360 (De Koedoe). Dit arrest is in hoofdstuk 5, paragraaf 5.5. reeds behandeld.
Klein Wassink 2012, p. 95; Reehuis & Slob 1991, p. 172.
De Hoge Raad heeft zich hier vooralsnog, ondanks de recente mogelijkheid daartoe in VEB/KLM (HR 12 juli 2013, NJ 2013, 461 m.nt. Van Schilfgaarde (VEB/KLM)), niet over uitgelaten.
De algemene vergadering van aandeelhouders neemt als orgaan van de vennootschap, evenals het bestuur en de raad van commissarissen, besluiten. Deze besluiten worden getoetst aan de in artikel 2:15 BW opgenomen criteria en kunnen, wanneer zij in strijd zijn met deze criteria, worden vernietigd. Eén van de in dit artikel opgenomen criteria is de redelijkheid en billijkheid. Buijn en Storm betogen dat als gevolg van het feit dat artikel 2:15 BW dezelfde toetssteen van redelijkheid en billijkheid gebruikt voor het toetsen van besluiten van de algemene vergadering van aandeelhouders als bij besluiten van het bestuur en de raad van commissarissen, de algemene vergadering van aandeelhouders zich dient te richten op het vennootschappelijk belang.1 Buijn en Storm verwijzen daarbij naar het De Koedoe-arrest en de conclusie daarbij van de Procureur- Generaal.2 De verwijzing naar dit arrest vind ik problematisch. De Hoge Raad overweegt in dit arrest juist dat de aandeelhouders het recht hebben vrijelijk te beslissen wie zij als bestuurder benoemen en het gaat daarmee niet zozeer over de algemene vergadering. Deze overweging lijkt, nu wordt overwogen dat de aandeelhouders beslissen, meer in lijn te liggen met de contractuele opvatting dan de institutionele opvatting (bij welke een duidelijker onderscheid tussen individu en orgaan meer voor de hand liggen).
Desalniettemin lijkt het inderdaad zo te zijn dat geen onderscheid wordt gemaakt tussen de besluiten van verschillende organen. Bovendien is de redelijkheid en billijkheid op al deze besluiten van toepassing. Voor de afweging of een besluit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid dient rekening te worden gehouden met alle gerechtvaardigde belangen.3 Daarmee is nog niet gezegd dat de algemene vergadering van aandeelhouders het vennootschappelijk belang dient te behartigen. Het is goed verdedigbaar dat, hoewel alle besluiten aan de redelijkheid en billijkheid dienen te worden getoetst en in dat kader rekening moet worden gehouden met alle gerechtvaardigde belangen, het uitgangspunt voor de algemene vergadering van aandeelhouders anders is dan voor het bestuur en de raad van commissarissen.4