Einde inhoudsopgave
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/4.4.5
4.4.5 Toezicht
mr. T.J. Thurlings, datum 01-08-2017
- Datum
01-08-2017
- Auteur
mr. T.J. Thurlings
- JCDI
JCDI:ADS611842:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 27 lid 1 onder g. Hoewel hier sinds de wijziging van Verordening (EU) 1210/ 2011 niet meer expliciet wordt gesproken over toezicht, maar in plaats daarvan over monitoren, levert dit geen wezenlijke wijziging. Immers, ‘monitoren’ is een synoniem voor ‘toezicht houden op’ (www.vandale.nl, geraadpleegd op 14 februari 2017). De bevoegdheden en verplichtingen van het veilingplatform in dit kader zijn verder uitgewerkt in de artikelen 54-59 en artikel 64 lid 1 Verordening (EU) 1031/2010.
Artikel 24 lid 1 jo artikel 25 Verordening (EU) 1031/2010.
Artikel 43 lid 1 Verordening (EU) 1031/2010. In deze bepaling wordt verwezen naar artikel 11 Richtlijn 2003/6/EG, deze Richtlijn is inmiddels vervangen door Verordening (EU) 596/2014. Verwijzingen naar de Richtlijn moeten ingevolge artikel 37 Verordening (EU) 596/2014 worden gelezen als verwijzingen naar de Verordening, overeenkomstig bijlage II van de Verordening.
Artikel 1: 25 lid 2 Wft. Dit vloeit voort uit de implementatiewetgeving die destijds Richtlijn 2003/6/EG in hoofdstuk XII van de Wte implementeerde (Stb. 2005, nr. 346, zie over deze implementatie: Grundmann-van de Krol &; Kristen 2006, p. 49-62), waarmee de AFM ingevolge artikel 40 Wte jo Overdrachtsbesluit Wte 1995 (Stb. 2003, 396) het toezichthoudend orgaan werd (Doets &; Tillema 2006, p. 316 en 317). Deze wet is uiteindelijk opgegaan in de Wft (Stb. 2006, nr. 605). De Wft wijst in artikel 1: 25 lid 2 Wft de AFM rechtstreeks als toezichthoudend orgaan aan met betrekking tot het gedragstoezicht op de financiële markten (en dus ook met het toezicht op de marktmisbruikregelingen uit de Wft).
Artikel 24 leden 2 en 3 Verordening (EU) 1031/2010.
http://ec.europa.eu/clima/policies/ets/cap/auctioning/index_en.htm, onder ‘Auction monitor’. Voor de betreffende, mislukte, aanbestedingsprocedures: http://ec.europa.eu/clima/tenders/2012/149277_en.htm en http://ec.europa.eu/clima/tenders/2013/261908_en.htm (geraadpleegd op 6 februari 2017).
Artikel 25 lid 1 Verordening (EU) 1031/2010.
Artikel 25 lid 2 Verordening (EU) 1031/2010.
Indien overeenkomstig artikel 59 lid 4 of artikel 64 lid 1 van de Verordening klachten zijn ingediend, of ingeval klachten zijn ingediend bij de nationale bevoegde autoriteiten die toezicht houden op het veilingplatform, rechterlijke instanties, of bevoegde nationale administratieve instanties, zoals bepaald in implementatiebepalingen van artikel 74 lid 2 Richtlijn 2014/65/EU.
Het verslag bedoeld in artikel 25 lid 4 Verordening (EU) 1031/2010 heeft betrekking op een niet-gezamenlijk veilingplatform als bedoeld in artikel 30 van de Verordening.
Inzake het toezicht van veilingplatform op de toewijzingsprijs van emissierechten.
Betreffende de wijziging van het tijdstip van biedingintervallen in uitzonderlijke omstandigheden.
Het advies betreffende de exitstrategie van het veilingplatform.
Het advies betreffende de exitstrategie van het veilingplatform, dat overeenkomstig artikel 30 lid 1, en dus niet gezamenlijk, is aangewezen (voor Nederland dus niet van belang).
Adviezen die specifiek in die bijlage zijn genoemd met betrekking tot de daar geregistreerde niet-gezamenlijke veilingplatforms (en dus voor Nederland niet van belang).
Artikel 54 lid 1 onder a Verordening (EU) 1031/2010.
Artikel 54 lid 1 onder b Verordening (EU) 1031/2010.
Artikel 21 Richtlijn 2005/60/EG, waarnaar artikel 55 lid 2 Verordening (EU) 1031/2010 verwijst.
Artikel 56 lid 1 Verordening (EU) 1031/2010.
Artikel 56 lid 2 Verordening (EU) 1031/2010.
Artikel 57 lid 1 Verordening (EU) 1031/2010.
Artikel 58 Verordening (EU) 1031/2010.
Artikel 61 lid 2 Verordening (EU) 1031/2010.
Dit volgt uit artikel 37 jo bijlage II Verordening (EU) 596/2014.
Tweedaagse spots zijn immers emissierechten die worden geveild en op een overeengekomen tijdstip ten laatste op de tweede handelsdag na de dag van de veiling moeten worden geleverd, overeenkomstig artikel 38, lid 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 1287/2006 (artikel 3 lid 3 Verordening (EU) 1031/2010).
Het toezicht binnen de veilingen is verdeeld over drie organen: het veilingplatform,1 de veilingtoezichthouder,2 en de overeenkomstig artikel 22 Verordening (EU) 596/2014 nationaal aangewezen bevoegde autoriteit.3 In Nederland is dat de AFM.4
Veilingtoezichthouder
Van de drie toezichthoudende organen neemt de veilingtoezichthouder de centrale rol in. Deze wordt aangewezen via een openbare aanbestedingsprocedure, voor een termijn van maximaal vijf jaren.5 Tot nu toe is via de aanbestedingsprocedures geen geschikte kandidaat gevonden, en is er dus nog geen veilingtoezichthouder aangewezen.6
De taken van de veilingtoezichthouder bestaan uit het volgen en het namens de lidstaten verslag uitbrengen bij de Commissie en de betrokken lidstaat over het correcte verloop van de veilingen die in een maand zijn gehouden. Een en ander overeenkomstig artikel 10 lid 4 Richtlijn ETS. Deze verslagen zien met name op:
de eerlijke en open toegang;
transparantie;
prijsvorming;
technische en operationele aspecten’.7
voegdheden en verplichtingen van het veilingplatform in dit kader zijn verder uitgewerkt in de artikelen 54-59 en artikel 64 lid 1 Verordening (EU) 1031/2010.
Verder moet de veilingtoezichthouder de lidstaten en de Commissie jaarlijks een syntheseverslag doen toekomen, met de volgende elementen:8
de hierboven onder a-d genoemde aspecten, zowel met betrekking tot iedere afzonderlijke veiling, als gecombineerd per veilingplatform;
elk geval van niet naleving van het aanwijzingscontract van een veilingplatform;
eventuele aanwijzingen voor concurrentiebeperkend gedrag, marktmisbruik, witwassen van geld, financiering van terrorisme en criminele activiteiten;
het eventuele effect van de veilingen op de marktpositie van de veilingplatforms op de secundaire markt;
de relatie tussen de in het syntheseverslag behandelde veilingprocessen en de werking van de secundaire markt, overeenkomstig artikel 10 lid 5 Richtlijn ETS;
informatie over de aard en status van klachten;9
informatie over het gevolg dat aan de hieronder genoemde verslagen van de Veilingtoezichthouder is gegeven;
eventuele passend geachte aanbevelingen ter verbetering van de veilingprocessen of met het oog op de toetsing van de Verordening, de toetsing van Verordening (EU) 389/2013, en/of de Richtlijn ETS, met inbegrip van het toezicht op de koolstofmarkt als bedoeld in artikel 10 lid 5 en artikel 12 lid 1 bis van de Richtlijn.
De verslagen als bedoeld onder g, betreffen de verslagen uit artikel 25 leden 3-5 Verordening (EU) 1031/2010. Hiervan zijn de verslagen, bedoeld in leden 3 en 5 voor de Nederlandse rechtsorde van belang.10 Artikel 25 lid 3 betreft verslagen die op verzoek van een of meer lidstaten, of op het verzoek van de Commissie, worden uitgebracht. Deze verslagen betreffen specifieke kwesties met betrekking tot het veilingproces, en kunnen worden uitgebracht wanneer het nodig is om die kwestie voor het hierboven genoemde syntheseverslag en het verslag over het correcte verloop van de veilingen aan de orde te stellen.
Artikel 25 lid 5 betreft verslagen die de veilingtoezichthouder uit moet brengen, indien er een inbreuk wordt gemaakt op Verordening (EU) 1031/ 2010, of indien een veilingplatform een veilingproces heeft uitgevoerd dat strijdig is met de doelstellingen van artikel 10 lid 4 Richtlijn ETS. Dit verslag dient de aard van de inbreuk of strijdigheid duidelijk aan te geven. Tevens dienen er aanbevelingen voor herstel te worden gedaan, inclusief een tijdschema voor de uitvoering ervan. Ook kan door de veilingtoezichthouder de schorsing van het veilingplatform worden aanbevolen. Het verslag dient continu te worden bijgewerkt en ieder kwartaal dient een geactualiseerde versie te worden verstrekt aan de lidstaten, de Commissie, en het betrokken veilingplatform.
Verder heeft de veilingtoezichthouder als taak het uitbrengen van adviezen overeenkomstig artikel 7 lid 7,11artikel 8 lid 3,12artikel 27 lid 3,13 en artikel 31 lid 1,14 alsook adviezen als bedoeld in bijlage III Verordening (EU) 1031/2010.15
Veilingplatform
Het veilingplatform houdt op grond van artikel 27 lid 1 onder g Verordening (EU) 1031/2010 overeenkomstig artikelen 54-59 en artikel 64 lid 1 Verordening (EU) 1031/2010 toezicht op de door hem uitgevoerde veilingprocessen. De taken en bevoegdheden van het veilingplatform staan daarbij nader uitgewerkt in artikelen 54- 58 en artikel 64 lid 1.
Artikel 54 ziet op de bewaking van de relatie met bieders die toegang hebben om in de veilingen te bieden. Dit houdt onder meer een analyse van de biedingen in die gedurende de relatie worden uitgebracht, om te garanderen dat het biedgedrag van de bieder strookt met de kennis dat het veilingplatform van de bieder en diens bedrijfs- en risicoprofiel heeft.16 Daarnaast dient het veilingplatform doeltreffende regelingen en procedures op te stellen en te handhaven om regelmatig te controleren of de personen die toelating hebben om te bieden, de op de markt geldende gedragsregels naleven.17
Overeenkomstig artikel 55 lid 2 dient een veilingplatform volledige medewerking te verlenen aan de financiële inlichtingeneenheid (FIE) van de lidstaat waarin het is gevestigd. Deze financiële inlichtingeneenheid is opgericht ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.18 Het veilingplatform dient daarvoor uit eigen beweging relevante informatie te verstrekken, dan wel deze op verzoek van de FIE te verstrekken.
Overeenkomstig artikel 56 doet het veilingplatform bij het daartoe bevoegde nationale toezichtorgaan melding van elk vermoeden van marktmisbruik door personen die toegang hebben tot de veilingen, of door personen namens wie door een persoon wordt gehandeld.19 Van een dergelijke melding moet de veilingtoezichthouder en de Commissie op de hoogte worden gesteld. Daarbij moet worden vermeld welke corrigerende maatregelen het veilingplatform heeft getroffen, of voornemens is te nemen, om de gedraging tegen te gaan.20
Corrigerende maatregelen kunnen door het veilingplatform worden vastgesteld overeenkomstig artikel 57 Verordening (EU) 1031/2010. Naast marktmisbruik kunnen deze maatregelen worden getroffen om witwassen van geld, financiering van terrorisme, en andere criminele activiteiten en concurrentiebeperkend gedrag te beperken. Deze corrigerende maatregelen moeten het risico op dergelijke activiteiten dan wel daadwerkelijk tegengaan. Met naam en toenaam wordt een maximumomvang voor biedingen als corrigerende maatregel genoemd. De regeling daaromtrent is nader uitgewerkt in artikel 57 leden 2 en 3 Verordening (EU) 1031/2010. Corrigerende maatregelen kunnen slechts worden getroffen na raadpleging en advies te hebben gekregen van de Commissie.21 Naast de maatregelen genoemd in artikel 57, is het veilingplatform gerechtigd maatregelen te treffen krachtens de op zijn markt geldende gedragsregels, of andere contractuele regelingen met bieders. Deze maatregelen mogen niet strijdig zijn met, of de werking ondermijnen van, de artikelen 53-57 Verordening (EU) 1031/2010.22
Overeenkomstig artikel 64 lid 1 dient een veilingplatform ervoor te zorgen dat het voorziet in een buitengerechtelijk mechanisme om klachten te behandelen van indieners van aanvragen tot toelating in biedingen, klachten van personen die toelating hebben om te bieden, en personen van wie de toelating om te bieden is geweigerd, ingetrokken, of opgeschort. De lidstaat die toezicht houdt op het veilingplatform (momenteel Duitsland) dient zorg te dragen voor een beroepsmogelijkheid tegen de afhandeling door het veilingplatform van een klacht.23
Nationale organen
Verordening (EU) 1031/2010 voorziet ook in een rol voor nationale toezichtorganen. Daartoe voorzien de artikelen 36-43 in een aantal bepalingen inzake marktmisbruik. Evenwel komt aan de artikelen 37 en 41-43 geen betekenis meer toe. Dit volgt uit artikel 36:
Voor de toepassing van deze verordening is, wanneer de tweedaagse spot of vijfdaagse futures financiële instrumenten zijn in de zin van artikel 1, lid 3, van Richtlijn 2003/6/EG, die richtlijn van toepassing op de veiling van die veilingproducten. Het voorgaande laat de toepassing van de artikelen 38 tot en met 40 van deze verordening op het gebruik van voorwetenschap om een bieding in te trekken, onverlet.
Wanneer de tweedaagse spot of vijfdaagse futures geen financiële instrumenten zijn in de zin van artikel 1, lid 3, van Richtlijn 2003/6/EG, zijn de artikelen 37 tot en met 43 van deze verordening van toepassing.’
Richtlijn 2003/6/EG is inmiddels vervangen door Verordening (EU) 596/2014. De verwijzing naar artikel 1 lid 3 Richtlijn 2003/6/EG, moet gelezen worden als een verwijzing naar artikel 3 lid 1 onder 1 Verordening (EU) 596/2014. 24Artikel 3 lid 1 onder 1 Verordening (EU) 596/2014 verwijst naar artikel 4 lid 1 onder 15 Richtlijn 2014/65/EU voor de definitie van ‘financieel instrument’. Ingevolge artikel 4 lid 1 onder 15 jo deel C van bijlage I Richtlijn 2014/65/EU, zijn emissierechten als financieel instrument aan te merken. Emissierechten verhandeld als tweedaagse spot moeten dus als een financieel instrument worden gekwalificeerd.25Futures van emissierechten worden daarnaast zelfstandig in bijlage C als financieel instrument gekwalificeerd.
Verordening (EU) 596/2014 is dus van toepassing op de veiling van emissierechten. Echter, blijkens artikel 36 lid 1 Verordening (EU) 1031/2010 laat dit de artikelen 38-40, die voorzien in regelingen met betrekking tot het handelen in voorwetenschap, op het intrekken van biedingen onverlet. Aangezien Verordening (EU) 596/2014 op de veiling van de veilingproducten (tweedaagse spots en vijfdaagse futures) van toepassing is, is het bevoegd gezag het nationale orgaan als bedoeld in artikel 22 Verordening (EU) 596/2014. In Nederland is dit als gezegd de AFM, die in dit kader toezicht houdt op de Nederlandse deelnemers aan de veilingen.26