Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/5.2.2.3
5.2.2.3 Niet bij de uitvoering van de belastingwet betrokken ambtsdragers
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285687:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Dit geldt zowel in de situatie dat fiscale gegevens worden verkregen bij een derdenonderzoek op grond van art. 55 AWR als in de situatie dat fiscale informatie door de inspecteur wordt verstrekt ten behoeve van de eigen taak van het ontvangende bestuursorgaan. Vergelijk: art. 50g OSV waar derden werden aangemerkt als onderworpen subject (MvT, Kamerstukken II 1988/89, 20 854, nr. 3, blz. 17).
Zie hiervoor uitgebreider: Hoofdstuk 8, par. 5.2.
Art. 58, tweede lid, reglement van orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (1993). Dit maakt de schending van de geheimhouding evenwel niet ongedaan. De overtreder kan ook het woord worden ontnomen c.q. tijdelijk worden geschorst (art. 59 en art. 145 reglement van orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (1993)). Vergelijk: de parlementaire onschendbaarheid van art. 71 GW.
Met betrekking tot de derde categorie fiscaal onderworpen subjecten is het principieel anders geregeld.1 Bij het verstrekken van fiscale informatie gaat de fiscale geheimhoudingsbepaling over op de niet bij de uitvoering van de belastingwet betrokken ambtsdragers als ontvangende partij.2 Bij het verstrekken van informatie op grond van art. 2:5 Awb gaat de geheimhoudingsbepaling van de verstrekkende partij niet op de ontvangende partij over, maar wordt op die informatie het geheimhoudingsregime van de ontvangende ambtsdrager van toepassing. Daar waar bij fiscale informatieverstrekking onder het Awb-regime art. 2:5 Awb eveneens op de ontvangende ambtsdrager van toepassing zou zijn, zou dit niet tot verschillen leiden. Verschillen zouden echter kunnen ontstaan als de ontvangende ambtsdrager niet zou zijn onderworpen aan art. 2:5 Awb. Hierbij kan worden gedacht aan de ambtsdragers die vallen onder de opsomming van art. 1:1, tweede lid, Awb.3 Dit kan worden toegelicht aan de hand van een voorbeeld:
Informatieverstrekking aan leden van de Tweede Kamer
Op grond van art. 68 GW hebben Tweede Kamerleden een inlichtingenrecht.4 Dit recht botst soms met de fiscale geheimhoudingsplicht die voor de Staatssecretaris van Financiën geldt. Deze geheimhoudingsplicht staat echter niet per definitie in de weg aan (veelal) vertrouwelijke informatieverstrekking. Het is aan de Staatssecretaris van Financiën om van geval tot geval een afweging te maken. Ook bij het verstrekken van fiscale gegevens gaat de fiscale geheimhoudingsplicht over op de Tweede Kamerleden, als politieke ambtsdragers. In dit voorbeeld zouden bij het verstrekken van fiscale gegevens, zonder de fiscale geheimhoudingsplicht, de geheimhoudingsbepalingen van hoofdstuk XIIA reglement van orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (1993) resteren. De Kamers der Staten-Generaal zijn immers op grond van art. 1:1, tweede lid, onderdeel b, Awb geen bestuursorgaan zodat art. 2:5 Awb niet op de Tweede Kamerleden van toepassing is. Dit reglement is echter minder stringent dan art. 67 AWR omdat de Kamer of een commissie zelf kan beslissen of de geheimhouding wordt opgeheven.5 Ook de sanctiemaatregelen getuigen van een beduidend minder stringente regeling; zo wordt de overtreder door de Kamervoorzitter vermaand en in de gelegenheid gesteld zijn woorden terug te nemen, indien de geheimhouding niet in acht wordt genomen.6