Bijzonder ontslagprocesrecht
Einde inhoudsopgave
Bijzonder ontslagprocesrecht (MSR nr. 67) 2015/7.3:7.3 Artikel 6 EVRM en het bewijsrecht
Bijzonder ontslagprocesrecht (MSR nr. 67) 2015/7.3
7.3 Artikel 6 EVRM en het bewijsrecht
Documentgegevens:
Mr. D.M.A. Bij de Vaate, datum 30-12-2014
- Datum
30-12-2014
- Auteur
Mr. D.M.A. Bij de Vaate
- JCDI
JCDI:ADS357093:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Burgerlijk procesrecht / Rechtspleging van onderscheiden aard
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. Kuijer & Sagel 2001, p. 54-55; Hovens 2005, p. 53; Alt 2009, p. 236-237; Hengstmengel & Mahabiersing 2009, p. 234; Verburg 2011, p. 288. Vgl. Kamerstukken II 2011/12, 33 075, nr. 3, p. 5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Terug naar de ontbindingsprocedure. Verschillende auteurs menen dat de beperkte mogelijkheid voor bewijslevering in spoedeisende ontbindingsprocedures problematisch is in het licht van art. 6 EVRM.1 Volgens hen staat de ontbindingsprocedure op het punt van de bewijslevering op gespannen voet met het door art. 6 EVRM gewaarborgde beginsel van 'equality of arms'.
In het navolgende onderzoek ik welke eisen art. 6 EVRM stelt aan de bewijslevering en in samenhang daarmee of de spoedeisende ontbindingsprocedure, waarin de regels over bewijslevering niet onverkort van toepassing zijn, in overeenstemming is met voornoemde norm.
7.3.1 Eisen art. 6 EVRM aan het bewijsrecht7.3.2 ‘Equality of arms’ in de ontbindingsprocedure7.3.3 ‘Equality of arms’ als doorbrekingsgrond