Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/6.4
6.4 Beschouwing / conclusie
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS401075:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Post haalt in zijn boek D.R. Post, De invloed van belangenwijzigingen op verliesverrekening, Fiscaal wetenschappelijke reeks nr. 20, SDU 2012, paragraaf 6.7.2. treffend een passage aan uit de studie van Lüdicke, Kempf en Brink “es zeigt sich erneut: Das System der steuerlichen Verlustnutzung ist inzwischen derart komplex, dass Änderungen an einem Ende leicht zu ungewollten, widersprüchlichen und möglicherweise nicht hinnehmbaren Auswirkungen am anderen Ende führen können”. J. Lüdicke/A. Kempf/T. Brink e.a., Verluste im Steuerrecht, Nomos, PricewaterhouseCoopers, 2010, Schriften des Interdisziplinären Zentrums für Internationales Finanz – und Steuerwesen – International Tax Institute der Universität Hamburg, Band 47, blz. 323.
J. Lüdicke, Der Verlust im Steuerrecht, DStZ 12/2010, blz 435.
Tax & Law Special, Nach der Wahl, Steuerpolitik für den Standort Deutschland. Ein Positionspaper des Wissenschaftlichen Beirats Steuern von EY für die neue Legislaturperiode ab 2017, September 2017 onder het hoofdstuk “Reformbedarf bei der Verlustberücksichtigung”.
In dit hoofdstuk heb ik onderzocht hoe de verliesverrekeningsregels er uitzien in de vennootschapsbelasting, respectievelijk de Körperschaftsteuer (en summier de Gewerbesteuer) en welke verschillen en overeenkomsten er bestaan tussen de verliesverrekeningstermijnen, houdster- en financieringsverliesregeling en de regeling ter voorkoming van handel in verlieslichamen. Uit de analyse van het Nederlandse gedeelte komt mij voor dat op hoofdlijnen de volgende discussiepunten de boventoon voeren:
De inbreuk van de verliesverrekeningstermijnen op de totaalwinstgedachte;
De houdbaarheid van de houdster – en financieringsverliesregeling;
De inbreuk van de regeling ter voorkoming van handel in verlieslichamen op de VPB-structuur, waarbij het niet past om rekening te houden met de achterliggende aandeelhouders van een verlieslichaam.
Over het algemeen is mijn indruk dat de Duitse wetenschap en praktijk niet echt enthousiast zijn over de (invulling van) de Duitse verliesverrekeningsregels. Uit een studie van Lüdicke, Kempf en Brink blijkt volgens hen bijvoorbeeld dat de Duitse verliesverrekeningsregels als zeer complex worden ervaren en dat diverse (samenloop van) regelingen niet op elkaar zijn afgestemd.1 Lüdicke geeft aan dat indien men door de verschillende wetten (EStG, KStG, AStG, InvStG) bladert men op meerdere tientallen bepalingen stoot die op enigerlei wijze met verliezen van doen hebben en dat er blijkbaar veel verschillende soorten verliezen worden onderscheiden afhankelijk van de aard van onderneming, activiteit of gebeurtenis.2 Ook de Wissenschaftliche Beirats Steuern von EY doet een oproep aan de regering de verliesverrekeningsregels te hervormen.3 Zij geven onder meer aan: “Die Regelungen zur Berücksichtigung von Verlusten sind hoch komplex, gehen zu sehr über das ursprüngliche Ziel einer Missbrauchsvermeidung hinaus und sind verfassungsrechtlich wie EU-beihilferechtlich mit hoher Rechtsunsicherheit belastet.’’ Bij het onderzoek naar de Duitse verliesverrekeningsregels kan ik het geschetste beeld van de auteurs/onderzoekers bevestigen. Over het algemeen kan hieruit geconcludeerd worden dat de Duitse rechtsregels omtrent verliesverrekening niet of in mindere mate voldoen aan de kwaliteitseisen onderlinge samenhang en eenvoud/duidelijkheid/toegankelijkheid als onderdelen van de fiscaal-juridische toets, respectievelijk de fiscaal-wetstechnische toets uit mijn toetsingskader.
Ondanks het wellicht wat negatieve geluid over de Duitse verliesverrekeningsregels in het algemeen kan het uiteraard zo zijn dat het relatief gezien allemaal nog een stuk beter geregeld is in Duitsland qua verliesverrekeningregels dan in Nederland het geval is, of dat bepaalde (delen) verliesverrekeningsregels aanbevelenswaardig zijn. Hieronder geef ik aan de hand van mijn toetsingskader (zie hoofdstuk 1.3.2.4) aan of Duitsland een rechtsregel (oplossing of benadering) heeft die aanbevelenswaardig is, of kan zijn, voor de vennootschapsbelasting ten aanzien van bovengenoemde discussiepunten.
6.4.1 Mindestbesteuerung gecombineerd met een onbeperkte voorwaartse verliesverrekening, een optie voor Nederland?6.4.2 Afschaffing houdster – en financieringsverliesregeling?6.4.3 De mantelkaufregeling, een optie voor Nederland?6.4.4 Schematisch overzicht huidige overeenkomsten en verschillen