Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/4.3.6
4.3.6 Clausulering van de aanwijzing
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS344589:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1979/1980, 15 304, nr. 6, p. 25. Zie ook § 29 van de inmiddels vervallen Departementale Richtlijnen 1986, waaruit blijkt dat het besluit tot uitgifte afhankelijk kan worden gesteld van een voorstel van een ander orgaan. Bij structuurvennootschappen is de goedkeuring van de raad van commissarissen dwingendrechtelijk voorgeschreven; art. 2:164 lid 1 sub a BW.
Zie paragraaf 2.4.6 onder d.
Vgl. Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013/341. Zie ook Perrick, De statuten van de besloten vennootschap onder de nieuwe wettelijke regeling voor het kapitaal, WPNR 5765 (1985), p. 813.
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa 2013/341 en Buijn/Storm 2013, par. 3A.7.1.
De verlening van de bevoegdheid tot uitgifte aan het bestuur of aan een ander orgaan kan worden geclausuleerd.1 Zo is het mogelijk dat de uitgiftebevoegdheid van het bestuur in de statuten wordt onderworpen aan de goedkeuring van een ander orgaan.2 Goedkeuring van de raad van commissarissen was vereist onder Bijlage X en komt voor zover ik kan overzien nog steeds zeer regelmatig voor.3 Dat past ook bij de toezichthoudende taak van de raad van commissarissen. Voorts is het mogelijk om voor de uitgifte van verschillende typen preferente aandelen verschillende organen aan te wijzen en deze uitgiftebevoegdheden weer te onderwerpen aan de goedkeuring van weer andere organen.4 Denkbaar is bijvoorbeeld, dat bij een vennootschap die zowel preferente financieringsaandelen als beschermingsprefs kent, de uitgiftebevoegdheid van de preferente financieringsaandelen wordt toegekend aan het bestuur onder goedkeuring van de raad van commissarissen, en de uitgiftebevoegdheid van de beschermingsprefs aan de prioriteit of aan de gemeenschappelijke vergadering van bestuur en de raad van commissarissen. Ook kunnen de statuten bepalen dat het besluit tot uitgifte van het bestuur aan een quorum of versterkte meerderheid is onderworpen of slechts op voorstel van weer een ander orgaan kan worden genomen.5