Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/2.2.3
2.2.3 Ruimte tot zelfregulering
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS496223:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Dorbeck-Jung, Oude Vrielink-van Heffen & Reussing 2005.
Dorbeck-Jung, Oude Vrielink-van Heffen & Reussing 2005, p. 28. Zie ook op die pagina noot 15, waarin de uiteenlopende vormen van zelfregulering worden toegelicht. Nader hierover: zie paragraaf 2.3.2.4.
Timmer 2011.
Timmer 2011. Timmer constateerde dat de Inspectie van Verkeer en Waterstaat (en de Minister van Verkeer en Waterstaat) de wettelijke waarborgnorm, die schippers en beladers opdraagt om te zorgen voor geschikte middelen om in tijd van nood het schip te kunnen verlaten, geheel invulden. De bedoeling van de wetgever was om schipper en belader zelf te laten bepalen op welke wijze zij de beoogde veiligheid zouden waarborgen. Daarnaast bleek dat de Onderwijsinspectie gedetailleerde invulling gaf aan de wijze waarop scholen hun onderwijs zodanig inrichten dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. De wetgever had in de Wet op het primair onderwijs die invulling juist aan de scholen zelf willen overlaten.
Quist 2014. In zijn proefschrift over gezichtspuntencatalogi op het arbeidsrechtelijke terrein concludeert Quist dat de hantering van dergelijke catalogi wel de duidelijkheid en nadere invulling van open normen geven die ervan worden verwacht, maar dat dit nog niet betekent dat ook de voorspelbaarheid van de rechterlijke uitspraak wordt vergroot door hantering van deze catalogi. Die voorspelbaarheid kan volgens Quist in de eerste plaats worden bereikt door een betere motivering door de lagere rechter, waarop de Hoge Raad meer zou moeten toezien. Vervolgens zou de Hoge Raad beter kunnen aangeven waarom bepaalde gezichtspunten zijn gekozen, waarbij dit hoogste college ook scherper de relevante factoren zou moeten aangeven.
Een derde invalshoek is om open normen te beschouwen vanuit de reguleringsruimte die de wetgever aan de normadressaat biedt. Deze benadering kiezen Dorbeck-Jung e.a.1, die open normen beschouwen als een wettelijk geïnitieerde zelfregulering.2 Afhankelijk van het rechtsterrein blijkt de wetgever uiteenlopende graden van vrijheid van nadere regulering te hebben bepaald. Uit het onderzoek van Timmer3 blijkt dat de door de wetgever geboden reguleringsruimte niet altijd wordt gerespecteerd door inspecties die, vanuit hun verantwoordelijkheidsoptiek, de open normen nader invullen, soms dusdanig dat er geen ruimte meer is en de norm gesloten is. Autoriteiten blijken op dit punt behoorlijk autoritair te kunnen zijn.4 Ofschoon de wetgever bij open normen gewoonlijk niet uitsluit dat andere instanties dan de normadressaten de norm nader regelen, is dat bij de door Timmer bedoelde zorgplichtbepalingen – een specifieke vorm van doelbepalingen – niet het geval. Hier beoogt de wetgever de nadere regelruimte te geven aan de zorgplichtigen.
Overigens is het te eenvoudig om aan te nemen dat het dichtregelen zijn oorzaak vindt in de dominantie van de toezichthouder. De inspectie heeft tot taak om erop toe te zien dat men een te verantwoorden invulling geeft aan de door de wetgever opgelegde zorgplichten. Omdat de inspectie vaak met veel inspecteurs, verspreid over het land, toezicht uitoefent, is het vanzelfsprekend dat voor de inhoudelijke invulling van het toezicht een aantal beleidsregels worden opgesteld. Deze vormen al gauw een invulling van de desbetreffende zorgbepaling. Nadere invulling gebeurt ook door het optreden van de rechter, die de open norm moet invullen met het oog op de zich voordoende omstandigheden van het geval. Op zichzelf normeert dat nog niet, maar na een bepaalde veelheid van uitspraken kan vaak worden geanalyseerd onder welke omstandigheden de rechter welke invulling van de open norm zal geven. Dergelijke analyses kunnen dan de bekende gezichtspuntencatalogi opleveren, die de facto een nadere invulling van de open norm geven.5