Einde inhoudsopgave
De civielrechtelijke inbedding van het besluitenaansprakelijkheidsrecht (O&R nr. 128) 2021/3.6
3.6 Bijdenken is wel toegelaten en noodzakelijk bij een onrechtmatig nalaten
mr. P.A. Fruytier, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. P.A. Fruytier
- JCDI
JCDI:ADS284511:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Overheid en privaatrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Sieburgh 6-II 2017, nr. 50 en 84 en aldaar genoemde rechtspraak en literatuur.
Zie hierover Slagter 1952, p. 152; Giesen 2004, p. 26; Tjong Tjin Tai 2007, p. 2541 en Witjens 2011, p. 92.
Zie bijv. HR 5 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2815, NJ 2012/182, m.nt. J.B.M. Vranken (Dexia/De Treek).
HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2987, NJ 2017/133, m.nt. S.D. Lindenbergh (Netvliesloslating).
In verwijzing moet nog uitgezocht worden of de kans op een betere behandeling inderdaad groter zou zijn geweest indien de arts op de door hem erkende wijze zou hebben gehandeld.
Op deze benadering bestaat in de literatuur kritiek. Nuninga wijst erop dat de laedens die méér zou hebben gedaan dan normatief van hem werd verwacht voor meer aansprakelijk is dan de laedens die enkel zou hebben gedaan wat de norm van hem verlangt: zie Nuninga 2020, p. 233-235. Ik deel die kritiek en meen dat het arrest niet strookt met de bij een nalaten aan te leggen csqn-toets. Die csqn-toets zoekt immers een antwoord op de vraag of het verweten nalaten – dus: controle en operatie binnen het door de norm voorgeschreven aantal dagen – voorwaarde vormt voor het ontstaan van de schade. In die toets is volgens mij niet relevant of de laedens mogelijk méér had gedaan dan hem rechtens valt te verwijten. Zie hierover Fruytier & Burwick 2021. Overigens zal de nagelaten verplichting soms wel op meerdere wijze ingevuld kunnen worden en speelt dus de wijze waarop de laedens aan zijn nagelaten verplichting concreet zou hebben voldaan wel een rol. Denk bijvoorbeeld aan de klassieke kelderluikgevaarzetting, waarin van de gevaarzetter voorzorgsmaatregelen mogen worden verwacht. De norm laat ruimte welke voorzorgmaatregel de laedens in het concrete geval zou hebben moeten kiezen: hij zou ervoor hebben mogen kiezen het kelderluik tijdens het laden steeds volledig af te sluiten, maar zou soms ook hebben kunnen volstaan met een afzetting. Het is best denkbaar dat afhankelijk van de concreet gekozen voorzorgsmaatregel een bepaalde schade wel of juist niet was ingetreden.
105. Als het onrechtmatige gedrag bestaat uit een nalaten – dat wil zeggen: een niet-nakoming van een wettelijke of ongeschreven zorgvuldigheidsplicht – vereist de csqn-toets wel na te gaan hoe de situatie zou zijn geweest als de laedens de nagelaten plicht zou zijn nagekomen.1 De toets handhaaft aldus zoveel mogelijk het logische principe dat het onrechtmatig gedrag een voorwaarde moet zijn voor de schade. Dit past binnen de logica die ook schuilgaat achter wegdenktoets bij een onrechtmatig doen. Het bijdenken van het nagelaten gedrag stelt vast of dat nalaten een voorwaarde is voor de schade. De gedachte is immers dat dat nagelaten gedrag er wél had moeten zijn, zoals bij een doen het gedrag er juist niet had moeten zijn.
106. Stel dat de kartdeelnemer uit mijn tweede voorbeeldcasus (§3.1) de wedstrijdleiding van de kartwedstrijd verwijt te hebben nagelaten een verplichte controle van het parcours uit te voeren. Om na te gaan of dat een voorwaarde is voor de schade, moet men nagaan wat zou zijn gebeurd als de wedstrijdleiding de verplichte controle wel zou hebben uitgevoerd. Zou er dan geen schade zijn geweest, dan is dat nalaten voorwaarde voor de schade.
Onderscheid doen en nalaten soms dun
107. Het onderscheid tussen een doen en nalaten is soms wel dun. In essentie schuilt het verschil in het volgende. Er is sprake van een onrechtmatig doen als een bepaalde gedraging in strijd met een verbod daarop is verricht en van onrechtmatig nalaten als de geschonden norm juist verplicht tot een bepaald handelen.
108. De kwalificatie als doen of nalaten hangt soms echter af van het perspectief. Soms maakt het nalaten onderdeel uit van een breder doen: een monteur laat na tijdens een onderhoudsbeurt de remvloeistof van een auto te controleren. De bestuurder vliegt als gevolg daarvan uit de bocht. Men zou kunnen zeggen dat het verkeerde onderhoud (een doen) daarvan de oorzaak is, maar men kan ook zeggen dat het nalaten om de remvloeistof te controleren als het onrechtmatige gedrag kwalificeert. Soms geldt een bepaalde plicht binnen een breder doen: een bank verstrekt een lening aan een particulier zonder voor bepaalde financiële gevaren te waarschuwen. Men kan hier het verstrekken van de lening als doen aanwijzen of het niet waarschuwen als een nalaten.
109. In de regel lost dit identificatieprobleem zich op door specifieker te kijken naar de normschending die de laedens specifiek verweten wordt. Veelal legt de norm een plicht tot handelen op binnen een breder doen. Daarom is sprake van een nalaten.2 Daaraan doet dat bredere doen niet af. De automonteur wordt niet zozeer het (op zich toegestane en verlangde) onderhoud als geheel verweten, maar specifiek het niet controleren van het remvloeistofpeil. De bank wordt niet de (op zich toegestane) leningverstrekking verweten, maar het onvoldoende inlichten. Men denkt daarom niet het hele onderhoud of de hele lening weg. De csqn-toets vereist na te gaan wat de situatie zou zijn geweest mét controle resp. mét voldoende inlichten. Zou het ongeval dan ook zijn gebeurd resp. de lening ook zijn verstrekt?3
110. Een onrechtmatig nalaten vereist wel een verzuimde plicht tot handelen. Immers, de csqn-toets zoekt het verband dus het onrechtmatige nalaten en de schade. Men kan dus niet iedere casus waarin sprake is van een onrechtmatig doen ‘verbuigen’ tot een tot nalaatcasus die noopt tot een bijdenken. De casus van de in de rug schietende agent illustreert dit. De gedachte zou kunnen ontstaan dat de agent ook verweten zou kunnen worden te hebben nagelaten in de knie te schieten in plaats van in de rug, waardoor zou mogen worden nagegaan wat de positie van de verdachte zou zijn geweest als de politieman in de knie zou hebben geschoten. Die benadering ziet er echter aan voorbij dat op de agent geen (nagelaten) verplichting rust om de verdachte in de knie te schieten. Integendeel, als uitgangspunt mag hij uiteraard niet schieten. Áls hij dan toch moet schieten, dan moet dat gedrag subsidiair en proportioneel zijn om rechtmatig te zijn. De discussie of het schieten in de knie wel zou hebben gemogen vindt plaats binnen de context of dat gedrag mogelijk wél proportioneel en dus rechtmatig zou zijn geweest. Dat vraagstuk staat echter los van de kwestie of causaal verband bestaat tussen het daadwerkelijk vertoonde verweten gedrag en de schade.
Wat moet bijgedacht worden?
111. Een nalaatverwijt impliceert ook meteen wat bijgedacht moet worden: hetgeen is nagelaten. Meestal zal de geschonden norm duidelijk maken wat van de laedens had mogen worden verwacht. Er moet dus nagegaan worden wat de vermogensrechtelijke situatie van de gelaedeerde zou zijn geweest als die plicht zou zijn nageleefd.
112. Soms erkent de laedens dat hij méér zou hebben gedaan dan de norm verwacht. Volgens de Hoge Raad moet dat gedrag in de csqn-toets worden verdisconteerd, omdat de csqn-toets een zuiver ‘feitelijke’ toets is. Daarom moet niet enkel datgene worden bijgedacht wat normatief van de laedens op grond van de norm werd verwacht, maar ook wat die laedens daadwerkelijk ter naleving van die norm zou hebben gedaan. Dit kan verschil maken. De casus Netvliesloslating4 maakt dat duidelijk. Een arts ontdekt na een te late controle van een baby een netvliesloslating en gaat alsnog over tot operatie. De deskundige stelt vast dat een redelijk handelend en bekwaam arts ook bij een tijdige controle op datzelfde moment als de operatie daadwerkelijk is uitgevoerd tot operatie overgegaan zou zijn. Op grond daarvan ontbreekt dus het csqn-verband: normnaleving zou hebben geleid tot dezelfde schade. De arts in kwestie erkent echter dat hij na een tijdige controle eerder tot een operatie zou zijn overgegaan dan de norm voorschreef. De schade zou dan – mogelijk –5 minder groot zijn geweest dan bij handelen conform de norm. De Hoge Raad oordeelt dat de csqn-toets een feitelijke toets is en daarom hier vereist na te gaan wat de arts feitelijk bij naleving van de norm zou hebben gedaan.6
Veelal zullen ‘feitelijk handelen’ en ‘normatief handelen’ in een procedure overigens samenvallen. De gelaedeerde zal ex art. 150 Rv moeten stellen en bewijzen wat er zou zijn gebeurd bij naleving van nagelaten verplichting (zie hierover uitvoering hoofdstuk 6). Hij zal niet snel aanvoeren dat de laedens méér zou hebben gedaan dan de norm van hem verlangt – dat is in de regel onwaarschijnlijk en niet goed hard te maken. De laedens zal in zijn verweer niet snel aanvoeren dat hij meer zou hebben gedaan dat de norm van hem verlangt. In de regel zal hij juist het causaal verband betwisten en aanvoeren dat naleving van de verplichting niet tot een andere vermogensrechtelijke situatie zou hebben geleid. De arts uit het Netvliesloslating-arrest lijkt het slachtoffer van de door hem getoonde goede wil en de hoop met getoonde inzet een goede indruk te maken op de rechter.
113. Ik zal in §4.5 betogen dat in het besluitenaansprakelijkheidsrecht ook vaak sprake is van een nagelaten verplichting bij het nemen van het besluit, zoals het verzuim terinzageverplichtingen na te komen, hoorplichten na te leven etc. Dat onrechtmatig nalaten wordt dan wel gevolgd door een doen (het nemen van het besluit), maar het onrechtmatig gedrag schuilt in een nagelaten plicht. Om die reden vereist de algemene civiele csqn-toets in die gevallen erbij te denken wat de situatie zou zijn geweest als die plicht wel zou zijn nagekomen.