Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/5.3.2.2:5.3.2.2 Re-integratie indien geen uitzendbeding van toepassing is
Uitbesteding van werk en (on)gelijke behandeling (MSR nr. 87) 2024/5.3.2.2
5.3.2.2 Re-integratie indien geen uitzendbeding van toepassing is
Documentgegevens:
M.A.C. Keijzer, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
M.A.C. Keijzer
- JCDI
JCDI:ADS943667:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Midden-Nederland 10 mei 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:1969, r.o. 9.
Art. 6 lid 4 Richtlijn 2008/104/EG (Uitzendrichtlijn).
Explanatory memorandum bij COM(2002)/0149 final, p. 14; Report Expert Group, p. 38.
Art. 6 lid 5 sub b Richtlijn 2008/104/EG (Uitzendrichtlijn).
Alhoewel in beperktere mate aangezien daarin gelijke toegang is opgenomen tot de voorzieningen van werknemers in gelijke functies van de inlener.
Art. 15a lid 1 Uitzend-cao (versie mei 2023).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De re-integratie van zieke uitzendkrachten op wie geen uitzendbeding van toepassing is, gaat op eenzelfde manier in zijn werk als de re-integratie van reguliere werknemers, zoals besproken in paragraaf 5.2. Daarbij geldt dat het uitzendbureau als werkgever al in het eerste spoor zowel in zijn eigen onderneming als bij opdrachtgevers op zoek kan naar passend werk voor de re-integratie van de arbeidskracht. Het bureau hoeft zich niet te beperken tot de opdrachtgever die laatstelijk de zieke arbeidskracht heeft ingeleend. Aangezien de wet werkgevers belast met de re-integratie, wordt aangenomen dat van inleners niet verlangd kan worden aan de re-integratie van eerder ingeleende uitzendkrachten mee te werken.1
In de Uitzendrichtlijn is bepaald dat uitzendkrachten toegang moeten hebben tot bedrijfsvoorzieningen of diensten in de inlenende onderneming onder dezelfde voorwaarden als werknemers van de inlener, tenzij een objectieve rechtvaardiging bestaat voor ongelijke toegang.2 De gelijke toegang ziet volgens de richtlijn met name op toegang tot kantines, kinderopvangsfaciliteiten en vervoersfaciliteiten. Uit de toelichtingen van de Europese Commissie en de Expert Group op de richtlijn kan een ruimere opvatting van gelijke toegang worden opgemaakt. Bedoeld is dat uitzendwerknemers toegang hebben tot de ‘social services’ of ‘social facilities’ van de inlener.3 Daarnaast zijn lidstaten op grond van de richtlijn verplicht maatregelen te nemen of sociale partners te stimuleren de toegang van uitzendkrachten te verbeteren tot de opleidingsmogelijkheden voor werknemers van inlenende ondernemingen, teneinde de inzetbaarheid van uitzendkrachten te verbeteren.4Art. 8b Waadi vormt hiervan de implementatie.5 In de uitzend-cao is ook bepaald dat het ‘uitzendbureau met de opdrachtgever afspreekt dat laatstgenoemde de uitzendkracht op dezelfde zorgvuldige wijze behandelt als eigen werknemers en de opdrachtgever passende maatregelen treft ten aanzien van wettelijke voorschriften van veiligheid, gezondheid en welzijn’.6 Van inleners mag tijdens de inlening dus wel worden verwacht dat zij bijdragen en meewerken aan de inzetbaarheid en ontwikkeling van uitzendkrachten. Het zou echter een hele ruime interpretatie van de richtlijn en de Waadi vereisen om te beargumenteren dat op basis van het voorgaande ook het bieden van passend werk aan re-integrerende uitzendkrachten verlangd kan worden van de inlener.
Uiteraard kunnen in de opdrachtovereenkomst eventueel afspraken worden gemaakt over het bieden van passend werk, maar omdat de werknemer geen partij is, kan nakoming daarvan niet door hem worden afgedwongen.
De uitzendkracht heeft dus niet dezelfde mogelijkheden tot re-integratie als werknemers van de inlener. Door te toetsen of deze ongelijke behandeling een gerechtvaardigd personeelsbeleid van het uitzendbureau is, wordt duidelijk of bij de re-integratie van uitzendkrachten meer van de inlener mag worden verwacht of niet.