Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/5.5.6.4:5.5.6.4 Andere nationale regels van procesrecht die de nationale regels betreffende ambtshalve aanvulling van gronden beperken
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/5.5.6.4
5.5.6.4 Andere nationale regels van procesrecht die de nationale regels betreffende ambtshalve aanvulling van gronden beperken
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS582345:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Er zijn gevallen denkbaar waarin nationale regels van procesrecht de nationale regels betreffende ambtshalve aanvulling van gronden beperken. In dergelijke situaties kan de combinatie van nationale regels in strijd zijn met het in § 5.5.3 besproken effectiviteitsbeginsel. Een voorbeeld is de zaak Peterbroeck, waarin de verzoeker in het hoofdgeding de mogelijkheid werd ontnomen om naar behoren de onverenigbaarheid van een voorschrift van nationaal recht met het gemeenschapsrecht aan te voeren. Het HvJ EG overweegt in Peterbroeck (r.o. 21):
'Mitsdien moet op de vraag van het Hof van Beroep te Brussel worden geantwoord, dat het gemeenschapsrecht zich verzet tegen de toepassing van een nationale procesregel die, in omstandigheden als die van de in het hoofdgeding bedoelde procedure, de in het kader van zijn bevoegdheid geadieerde nationale rechter verbiedt ambtshalve de verenigbaarheid te onderzoeken van een handeling van nationaal recht met een gemeenschapsbepaling, wanneer niet binnen een bepaalde termijn door de justitiabele een beroep op laatstbedoelde bepaling is gedaan.'